Volledig scherm
Molenbouwer Kees Straver in zijn werkplaats met een oud tandwiel van de molen van Terheyden. © Lisette van de Pavoordt

Vak van molenbouwer zit Straver in de genen

De liefde voor molens zit volgens Kees Straver elke Nederlander in de genen. De molen-bouwer in hart en nieren was als kind al gefascineerd door molens.

Quote

Een prachtig plekje, je ziet de seizoenen hier veranderen

Els Straver

De vader en de opa van Kees Straver waren ook molenbouwers. ,,In de jaren 30 van de vorige eeuw werd er veel gesloopt, toen is de klad een beetje in de molenbouw gekomen'', vertelt hij. ,,Maar dankzij de opkomst van de vrijwillige molenaars staat het functioneren van molens vanaf 1970 weer centraal. Dat betekent dat molens maalvaardig worden gerestaureerd en opgeleverd met het predicaat 'behouden als werktuig'.''

Op verzoek van de Rijksdienst pakte zijn vader in die tijd zijn oude ambacht weer op. ,,Hij was toen al 58'', zegt Straver. ,,Maar mijn broer en ik waren 'meulengek' en mijn vader wilde het vak graag doorgeven.''

Zo kwam hij van de lts in de molenbouw terecht. 35 jaar heeft Straver het bedrijf samen met zijn broer gerund, tot die het onlangs aan hem overdroeg. Samen met zijn vrouw Els woont hij in het geboortehuis van zijn moeder, langs de dijk in Almkerk. Het is een prachtig plekje vindt zij: ,,Je ziet de seizoenen hier veranderen en het is genieten om reeën, vossen en bijzondere vogels te spotten.''

Quote

Al draaiend worden de gebreken eerder geconsta­teerd

Kees Straver

Bovendien kijken ze uit op de Noorderveldse molen, een wipwaterpoldermolen uit 1795. Er klinkt best een beetje trots door in Stravers stem als hij zegt: ,,Daar zit een as van mij in.''

Eerst molen
De eerste molen die hij en zijn broer onderhanden namen, staat in het Zeeuwse Koudekerke. ,,De romp, kap, stelling en kamwielen moesten worden vernieuwd, dus dat was een mooie klus.''

Verder werkte hij aan molens in Biggekerke, Zundert, Etten-Leur, Woudrichem en Amerongen. Maar ook heeft hij onderdelen gemaakt voor molens in Amerika en Duitsland. In molens in Brazilië en Nieuw Zeeland ligt een bovenas die met een door Kees gemaakte mal gegoten is.

Zijn vrouw doet de boekhouding en zorgt voor koffie. Ze vindt het gezellig dat haar man veel aan huis werkt, in een gepotdekselde schuur op hun ruime erf. Er ligt nu een oud tandwiel van de molen in Terheyden in zijn werkplaats. Kees wijst naar de velg uit 1742: ,,Kijk, die is gekrompen en verzwakt, daarom ga ik hem verstevigen. Het hele gevaarte weegt een ton. Het kostte bijna twee weken om het te demonteren en ik ben er een week of zes zoet mee. Daarna wordt alles bovenin de molen weer opgebouwd.''

Een molen moet in beweging zijn, vindt Straver. ,,Voor de beleving, maar ook voor de toestand van de molen zelf. Al draaiend worden de gebreken eerder geconstateerd.'' Maar de hoofdzaak is volgens hem dat molens mooie elementen in het landschap zijn.

Liefde
Een molenbouwer moet liefde hebben voor het vak. ,,Het is zwaar en vuil werk, stoffig, arbeidsintensief, je bent aan het klimmen en klauteren. En je moet zelf oplossingen bedenken, want gietstukken zijn niet meer in de handel. Daar maak ik dus zelf een mal voor.''

Een molenbouwer gebruikt relatief zwaar handgereedschap. Extra lange beitels en houtboren en een zogenoemde avegaar, een T-vormige handboor van metaal met een houten handvat, dat gebruikt wordt voor het boren van de gaten die nodig zijn voor het maken van houtverbindingen. Naast zijn huis pronkt een in zijn vrije tijd eigenhandig gemaakt werkend schaalmodel van een achtkantige stellingmolen van het Gronings type, de 'Zeldenrust'. Straver lacht: ,,Op YouTube kun je hem zien draaien (typ in: Zeldenrust Almkerk), gefilmd door een 13-jarige jongen die ook iets met molens heeft.''

Zijn eigen zoon ging liever de metaal in en zijn dochter studeert bouwkunde. Maar Straver zelf gaat nog even door. ,,Voor dit jaar zit ik al helemaal vol. Bovendien heb ik de twee Zeeuwse molens die nog professioneel in bedrijf zijn permanent in onderhoud.''

Rivierenland