Volledig scherm
Mieke Dierckx werd pas gelukkig met haar inmiddels overleden man Jan in hun huis aan de Voorstraat. Uit haar jeugdtijd heeft ze enkel nog de oorlogsherinneringen onthouden. © Pix4Profs/Marcel Otterspeer

Voor Mieke Dierckx waren de oorlogsjaren bevrijdend

ROOSENDAAL - Voor Mieke Dierckx (88) was de oorlog vooral een manier om aan het dagelijks leven te ontsnappen. Een weinig gelukkige jeugd lag daaraan ten grondslag. Toen ze in de bevrijdingsjaren Jan Dierckx leerde kennen, trok ze snel bij hem in. ,,Thuis, aan de Wouwseweg, was ik niet langer welkom. Ik was enigst kind, maar mijn ouders hadden meer op met elkaar dan met mij. Zelf bleef mijn huwelijk kinderloos. Misschien wel daarom. Ik heb mijn meisjesnaam nooit meer gebruikt.‘’

Zonder die tijd te willen romantiseren, lepelt ze in haar woning aan de Roosendaalse Middenstraat nog graag de verhalen uit de oorlogsjaren op. Hoe ze als jong meisje bij de Bergse kermis- en circusfamilie Janvier terecht kwam. ,,Dat kwam wel weer door vader, die schilderwerk deed voor de kermisattracties van de Janviers. Ik ging dan mee naar de Stationsstraat in Bergen op Zoom waar het altijd een zoete inval was. Prachtige kermisverhalen werden aan tafel verteld. Maar de stoomcarousselhouder had ook Joden in dienst. Zo ook ene Jopie, die ik wel eens gezien had. Op een dag was ie verdwenen. Vader Janvier vertelde dat Jopie weg moest en nooit meer terug komt. Meer wist hij waarschijnlijk toen ook niet.‘’

Quote

Die commandant blafte tegen mij: ‘du hast Rotmof zu mir gesagt!’

Mieke Dierckx (88)

Naarmate de oorlog vorderde kregen de Duitsers in de gaten dat in het grote huis aan de Wouwseweg maar drie mensen woonden. ,,Een hoge officier uit Berlijn kwam langs. Hij heette Dieter Dudier, Franse naam voor een Duitser. Voor een  paar maanden moesten wij zijn onderofficier onderdak bieden. Daar viel weinig tegen in te brengen. Ze kwamen op motor met zijspan, alleen dat al maakte indruk. We aten cake met chocolade, die stuurde zijn vrouw vanuit Charlotteburg. Daar hing een raar luchtje aan. En kip, dat was opmerkelijk. Want al het eten was op de bon.‘’

Verzetsblaadje

Het leven in de Wouwseweg veranderde, de school was vaker dicht dan open, Mieke nam alles goed in zich op. ,,Marijn Verhoeven uit de straat was zo'n niksnut, die z'n toevlucht zocht bij de NSB. Daar moesten we ineens verplicht goeiendag tegen zeggen.‘’ Intussen was ze vertrouwd geraakt met buurjongen Wim van der Horst. ,,Stukje bij beetje vertelde hij deel uit te maken van de verzetsgroep Brabant-Zeeland. Zijn hele familie zat bij het verzet, later is hij trouwens wethouder van Vught geworden. Ze brachten een verzetsblaadje uit en zagen in een jong meisje als ik wel een goede bezorgster. Dat gaf wel spanning. Gelukkig was de Duitse soldaat na een half jaar bij ons weer weg. Op mijn fiets bracht ik de stencils rond. Tja, wat stond erin? Vooral opbeurende berichten over de op handen zijnde invasie. Zelfs in Breda was er vraag naar het krantje, daar ben ik nog heen gefietst. Smokkelen deden we ook. Bij de Veestallen van Boonen boter en spek, dat moest ik naar de Vroenhout brengen.’’

Volledig scherm
Churchilltank rijdt over de juist aangelegde noodbrug over de Molenbeek aan de Kade in Roosendaal. © Geen

Straatverbod

Aan het einde van de oorlog waren in de Corneliuskerk Duitse muziekinstrumenten gestolen. Volgens Mieke waren ze bedoeld om elkaar te waarschuwen. ,,De moffen in paniek, ook al waren het maar instrumenten. Enkele mannen uit de buurt werden opgepakt en in de landbouwschool even vast gezet. Mijn buurjongen vluchtte naar een korenveld richting ‘t Anker, zelf liep ik ook die kant uit. Een vrachtwagen met Nazi's reed voorbij en ik zong dat liedje van ‘ouwe taaie, jippie jippie jee’. Uit frustratie pikten ze mij op en moest  ik mee voor verhoor. Ik weet nog precies wat die commandant tegen me blafte: ,,Du hast Rotmof zu mir gesagt.‘’ Na een uur kwam mijn moeder me hoofdschuddend ophalen. Ik kreeg van haar een paar dagen straatverbod. Mijn moeder koos in dit geval partij voor de Duitsers.‘’

Tanks

Ten tijde van het bombardement op de melkfabriek eind mei 1944 was Mieke bij de Janviers. ,,De knallen waren tot in Bergen te horen. Nu zou je je kapot schrikken, maar het leek wel of je er toen rekening mee hield dat er vroeg of laat geschoten ging worden. Hoe rustig misschien ook die tussenjaren, je leefde wel in een oorlogsmodus. Terug in Roosendaal zag ik wel de ravage, die de bommenregen had aangericht. En je kreeg de verhalen mee van doden en gewonden bij Charitas. De dagen erna ging het leven weer gewoon verder. Heel gek.‘’

Een paar maanden later kwam de geallieerden dan toch Roosendaal binnen rijden. Die opmars kan Mieke zich nog levendig herinneren. ,,Naarmate de tanks dichterbij kwamen veranderde het geluid. De Britse soldaten op de tank zaten zo hoog dat ze zo mijn slaapkamer inkeken. Het is diezelfde Churchill-tank, die even later over de noodbrug van de Kade rijdt. Toen zijn er veel foto's gemaakt.‘’

Zelf moet ze het doen met herinneringen aan een opwindende tijd. Jeugdfoto's heeft Mieke niet. ,,Roosendaal mocht dan zijn bevrijd, thuis begon de oorlog pas echt. Jan haalde me een paar jaar daarna bij mijn ouders weg. Bij hem vond ik alsnog mijn geluk. Ik heb mijn vader en moeder nooit meer gezien. Maar daar kwam u niet voor hè.‘’

Volledig scherm
Mieke Dierckx achter haar fornuis in de jaren vijftig. Het is haar vroegste foto. © Geen