Volledig scherm
PREMIUM
Een mensenmassa rond de Kuip na afloop van de eerste voetbalinterland in 1937, Nederland-België (1-0). © Spaarnestad

Als de Kuip leeft is 'ie één met het Legioen

Feyenoord CityVoor de bobo's heeft de Kuip afgedaan als voetbaltempel. Maar de gestaalde kaders van de volksclub, bevlogen architecten en bouwkundigen willen doorvoetballen in de ouwe, trouwe Kuip. Wat is dat, die liefde voor een voetbalstadion?

Het is dat de Kuip op borden staat aangegeven, anders zou je er ongezien aan voorbijrijden. Ooit gebouwd in de weilanden aan de rand van de stad, ontnemen tachtig jaar later het Topsportcentrum en Maasgebouw het zicht op de voetbaltempel. Alleen vanaf de Olympiaweg is het ellipsvormige monument nog in volle glorie te zien. Die Olympiazijde is de meest historische kant van het stadion. Ga je hier de betonnen trappen van de oude hoofdentree op, dan zit je midden in de kloeke sfeer uit 1937. Aan het plafond hangen dezelfde matglazen bollampen als in de Van Nelle Fabriek, dat andere beroemde bouwwerk van Brinkman en Van der Vlugt. 

De Kuip werd een praktisch stadion zonder opsmuk, waarbij alle constructies van beton en staal nadrukkelijk te zien waren. Vandaar die 'kale' wokkeltrappenhuizen, die de bezoeker buitenlangs naar de tribunes brengt; de enige frivoliteit zijn de rood-wit geschilderde leuningen.

Als 13-jarig jochie liep de fanatieke Feyenoordsupporter Berne van Leeuwen in 1992 aan de hand van zijn vader die trap op. Hoekje om, trap op, hoekje om, weer een trap. Er kwam geen eind aan.

In samenwerking met indebuurt Rotterdam