Volledig scherm
De muis zat vastgeplakt op de lijmplank en stierf volgens de aanklager een vreselijke dood. © archieffoto AD

Boete voor supermarkteigenaar voor ‘doodhongeren’ muis op lijmplaat

Bij een horecacontrole vinden handhavers een uitgemergelde, dode muis vastgeplakt op een  lijmplank in een Rotterdamse supermarkt. Omdat het gebruik van de plank verboden is, krijgt de 65-jarige eigenaar een boete van 300 euro. Hij heeft het diertje ‘onnodig laten lijden’, oordelen de handhavers. De ondernemer weigert de boete te betalen en laat de zaak voorkomen.

,,Walgelijk’’, noemt de aanklager het. Hij laat na de zitting foto’s zien: een uitgemergelde, dode muis op een plat stuk karton dat is voorzien van banen superlijm. Het knagertje zit vastgeplakt en is, volgens de aanklager, een vreselijke dood gestorven. ,,Van de honger en de dorst omgekomen.’’

Het is, zo blijkt, een vaker toegepaste handelswijze in winkels en bakkerijen. Met lijmplaten wordt een muizenplaag bestreden. En dat is verboden.

Gif

Bij de Rotterdamse supermarkteigenaar wordt zo'n ‘val’ in juni vorig jaar bij een horecacontrole ontdekt onder een stelling midden in de zaak. Meneer geeft toe soms muizen het leven uit te helpen met snelwerkend gif, maar die lijmplaat? Dat moet het werk van de vorige eigenaar zijn geweest.

Dat lijkt de aanklager onwaarschijnlijk, want de ondernemer heeft de supermarkt, een eenmansbedrijf, al zeven jaar. ,,En de datum van overlijden van de muis is echt van veel korter geleden.’’

De bijzondere opsporingsambtenaar maakt er werk van en zo belandt 20 juli een, zoals dat heet, strafbeschikking à raison van 300 euro bij de overtreder op de deurmat. De Rotterdammer dient een verweerschrift in en daarover gaat het in deze zitting bij de politierechter. 

Te laat

Quote

Ik ben onschuldig

Rotterdamse supermarkteigenaar

,,Het lijkt erop dat u te laat was met uw verweer’’, zegt de magistraat. ,,Het is dus geen zaak.” De ondernemer sputtert fel tegen. ,,Ik ben onschuldig. U bent rechter en moet oordelen over de inhoud van de brief’’, briest de man.

De rechter houdt de man koeltjes de feiten voor. Pas op 8 augustus komt de brief met dagtekening 25 juli binnen bij de innende instantie. ,,De brief had daar binnen twee weken moeten zijn.’’

De man gaat uit zijn dak en beweert dat het verweer, geschreven door zijn dochter, op de 25ste de deur uit is gedaan. Maar de aanklager is niet voor één gat te vangen. ,,Op de envelop staat een poststempel van 8 augustus.’’

Voor de rechter is het klip en klaar. ,,Geen zaak.’’

Woedend trekt de man zijn jas aan. En na een nauwelijks verstaanbare tirade beent hij de zaal uit. ,,Ik ga in hoger beroep’‘’, roept hij nog.

Elke ochtend up-to-date met het laatste nieuws in Rotterdam en omgeving? Schrijf je hier in voor onze gratis nieuwsbrief. 

In samenwerking met indebuurt Rotterdam