Volledig scherm
Impressie van het depot. © MVRDV

Collectiegebouw heet voortaan Depot

Het nieuwe collectiegebouw van museum Boijmans van Beuningen heet voortaan Depot Boijmans van Beuningen. En omdat Rotterdam een lange traditie heeft van het eigenwijs herbenoemen van officiële namen, wordt dat ongetwijfeld niet lang op z'n Frans uitgesproken, maar op z'n Rotterdams. Te meer omdat het spiegelende gebouw de vorm van een bloempot heeft.

Vrijdagmiddag, bij het slaan van de officiële eerste paal pal naast het museum, werd de officiële naam onthuld. In het gebouw is vanaf 2019 het hele kunstbezit van het museum te zien. Bezoekers kunnen met een gids door depots of restauratieateliers lopen. Vanaf de openbaar toegankelijke ruimten zijn 70.000 kunstvoorwerpen zien. Het gratis toegankelijke dakterras op veertig meter hoogte wordt vast een publiekstrekker.

Het ontwerp is spectaculair: het gebouw heeft de vorm van een cilinder, bekleed met spiegelend glas. Het bouwwerk krijgt een groen kapsel van bomen op het dak. Het ontwerp is van het Rotterdamse bureau MVDRV, dat eerder al een ander Rotterdams icoon bouwde: de Markthal. MVDRV was ook verantwoordelijk voor De Trap bij het Groothandelsgebouw vorig jaar.

Volledig scherm
Impressie van het depot. © MVRDV

Ruimtegebrek
Boijmans van Beuningen lost met het nieuwe gebouw twee problemen op: de slechte staat van de huidige depots en ruimtegebrek. De enorme collectie van 150.000 voorwerpen is nu voor een groot deel niet te zien is voor het publiek. Dat wordt dus anders in het nieuwe Depot. Een groot deel van het gebouw is trouwens bestemd voor de opslag en conservering van particuliere collecties.   

Tussen het maken van de eerste plannen en het slaan van de eerste paal zat twaalf jaar. Omwonenden maakten bezwaar tegen de bouw, net als buurman Erasmus MC. De financiering van het collectiegebouw was lastig, totdat de Stichting Verre Bergen dat overnam. Die Stichting steekt twintig miljoen euro in het gebouw. De gemeente Rotterdam is er jaarlijks 2,5 miljoen euro aan kwijt.

In samenwerking met indebuurt Rotterdam