Volledig scherm
Dean Bowen is de nieuwe stadsdichter van Rotterdam © Jan de Groen

Dean Bowen is de nieuwe stadsdichter van Rotterdam

Dean Bowen is de nieuwe stadsdichter van Rotterdam. Bowen bekleedt de functie de komende twee jaar. Hij volgt Derek Otte op.

Bowen (34) komt - net als Otte - uit de spoken-word wereld. Vorig jaar debuteerde hij met de bundel ‘Bokman’. Daarmee was hij genomineerd voor de Cees Buddingh’-prijs voor het best poëziedebuut. In 2015 won hij de Van Dale Spoken Award.

De Rotterdamse stadsdichter verplicht zich tot het schrijven van minstens zes stadsgedichten per jaar. Daarnaast wil Bowen ook workshops geven en een kinderstadsdichter instellen, in de hoop dat meer kinderen zich gaan interesseren voor poëzie.

Bowen is de zevende stadsdichter van Rotterdam. Derek Otte, Hester Knibbe, Daniël Dee, Ester Naomi Perquin, Jana Beranová en de Woorddansers gingen hem voor. Een commissie zoekt de kandidaat-dichter, het gemeentebestuur benoemt hem of haar. 

‘Patina’ is het eerste gedicht dat Bowen voor Rotterdam schreef. In het gedicht spreekt hij Rotterdam aan, de stad die hij beschouwt als een vrouw:

Patina

& wat heb je aan de glans van je

vernis wanneer alles onder de

oppervlakte vertelt van je ruwte

vraag ik haar

met het gewicht van een Oscar Wilde citaat op de tong, in

Crooswijk

& ze zwijgt kantelt een glimlach uit haar mondhoek terwijl

ze mij betrapt op een hand wringend soort ongemak

wij zijn troebel water & in elkaar niet af te lezen

voorbij de doorzichtigheid die onze binnensten

huisvesten

& ik vraag haar

hoeveel mag jouw ontnomen worden voordat ik op

mag biechten dat ik je niet meer herken

& ze zwijgt werpt mij een blik toe bezoedeld met een onvermogen

te keren naar weerzin of waanzin & ik lees in haar iets dat gedicht

mag worden, moet worden maar ze wuift ook deze hoogmoed uit

mijn verscheurde ijdelheid weg & hoe moet ik mijzelf overeind houden ten aanzien van deze weelde

& weelde is de veelvoud van de talen die in haar

zingen & weelde is het altaar waarop zij is

neergelaten maar laten we van elkaar geen idolen

maken, meer

& mijn hart dreunt in de keel een opwelling van een

vloed die gulzig wilt grijpen zoals deze altijd in

laagland gegrepen heeft

& ze zwijgt verleidt mij naderbij te geraken & ze

grijpt me vast drukt mijn oor op haar navel & ik

hoor hoe ze oneindig bezongen is zoals men

doet in dingen als gedichten

& ik weet niets meer te vragen niets te vertellen

maar zwijgen is een te luid verraad

& ik weet dat zij weet dat ik nog zo veel meer

niet

& ze zwijgt laat mij razen als storm in

een glas water tot ik uitgeraasd en alles

stilte

& ze zegt

roep mij aan, wanneer je wenst & ik

zal niet liegen kras jezelf in dit

lichaam thuis & soms ben ik leeg

vind mijn stem in de haarvaten &

soms zal ik zwijgen wanneer er

ruimte moet voor de rest

Elke ochtend up-to-date met het laatste nieuws uit Rotterdam en omstreken? Schrijf je hier gratis in!

In samenwerking met indebuurt Rotterdam