Volledig scherm
PREMIUM
Wessel Penning. © Joost Hoving

Het leven gaat toch wel door, dat hoefde je deze mensen niet uit te leggen

ColumnEr was een moord gepleegd. Al even geleden, voor kerst, en best ver weg, helemaal in Portugal. Toch liepen honderden Kaapverdische Rotterdammers - moeders, vaders, dochters en zonen en tenminste één baby in een kinderwagen - dit weekend een stille tocht. Want het was er een van hun volk geweest, de jonge student Giovani (19) die in het stadje Braganza was gedood. En racisme was, geloofden ze, het motief geweest.

Een vriendin, zelf afkomstig van de Kaapverdische eilanden, gelegen voor de kust van Senegal in de Atlantische Oceaan, tipte me over de zaak. Dus zaterdagmiddag stond ik opeens bij het consulaat in een achterafstraatje achter de Witte de With, waar de tocht begon.

Als volk van zeelieden legden hun voorouders ooit op onze kades aan en inmiddels zijn de Kaapverdiërs hier met 15.000. Alleen in de VS en Portugal, de voormalige kolonisator, en in Kaapverdië zelf, wonen er meer. Waar Rotterdammers best goed zijn in klagen over mensen met voorouders in verre landen, hoor je ze zelden over hen. De Kaapverdiërs zijn stilletjes Rotterdammers geworden. Doen het in sociaaleconomisch opzicht beter dan andere migrantengroepen.

In samenwerking met indebuurt Rotterdam

Rotterdam