Volledig scherm
PREMIUM
Fidan Ekiz. © Joost Hoving

Il Postino

ColumnHij zwaait, roept 'Halló!' en fietst dan verder. Wanneer hij tijd heeft, stopt hij even om een praatje te maken: postbode Theo.

Quote

Ondanks zijn karige inkomen vindt Theo z'n werk wél leuk

Onze eerste ontmoeting verliep minder sociaal. Ik woonde nog niet lang op Katendrecht toen ik hem bijna omver fietste en haastig doorreed. Geschrokken riep ik: 'Sorry!' Ik zou hem gelukkig nooit meer zien, dacht ik schuldbewust. Wist ik veel dat ik Theo bijna dagelijks zou tegenkomen.

Theo Huijgens (50) is een boom van een vent met een sik waarvan ik niet kan achterhalen of die nu wit is of helblond. Hij draagt altijd een zwart petje. Theo heeft de Kunstacademie gedaan en runde ooit z'n eigen galerie. Geldnood bracht hem zo'n jaar of acht geleden, via een uitzendbureau, als postbode naar Feijenoord. ,,Een uit de hand gelopen bijbaantje'', noemt hij het. Zwaar werk en bepaald geen vetpot: ,,Als je ziet hoe wij worden uitgeknepen.''

Alhoewel onvergelijkbaar, denk ik voor het eerst in jaren weer terug aan mijn krantenwijk in Rozenburg, m'n eerste baantje. Twee jaar lang verliet ik ons huis voordat de zon opkwam, daarna ging ik naar school. Het was vreselijk. Mijn baas heette Hagenaar - een soort Fagin, de crimineel uit Oliver Twist - die mij en de andere kinderen schaamteloos uitbuitte.

Ondanks zijn karige inkomen vindt Theo z'n werk wél leuk. ,,Ik ontmoet veel mensen en ik kan blijven fotograferen en dichten.'' Hij is, bedenk ik me, Il postino, de poëtische postbode uit het verfilmde boek van Antonia Skármeta. Theo moet lachen om de vergelijking met Il Postino. ,,Het is wel echt zoals in die films. Ik ken zoveel mensen en ik hoor de meest waanzinnige en geweldige verhalen.''

De volgende dag wordt een gedichtenbundel door de bus gegooid.

Ik tel de margrieten en viooltjes
Nu nog niet, maar morgen wel
Ik rook ze toen ik wakker werd
Nu nog niet, maar morgen wel
En ook al zijn ze door mij geplant,
Nu nog niet maar morgen wel,
Ik pluk ze, één voor één
Nu nog niet, maar morgen wel.

Theo Huijgens

In samenwerking met indebuurt Rotterdam