Thea en Piet van Zijp bij het beeld De Verwoeste Stad
Volledig scherm
Thea en Piet van Zijp bij het beeld De Verwoeste Stad © Sanne Donders

'Laat Zadkine met rust, alsjeblieft'

Hun stem is in de discussie over de mogelijke verplaatsing van het beeld De Verwoeste Stad van Ossip Zadkine nog niet gehoord: Rotterdammers die het bombardement van mei 1940 hebben meegemaakt. Vaak worstelen zij ook nu nog met de gevolgen van deze traumatische gebeurtenis. Zoals Thea (87) en Piet (90) van Zijp. 'Zadkine moet blijven staan op de plek waar de stad het hardst is getroffen.'

Nee, blij zijn ze niet, met het plan om het beroemde oorlogsmonument - hún oorlogsmonument - naar het Stationsplein te verhuizen. Al jarenlang komen Thea en Piet van Zijp op 14 mei naar Plein 1940, om daar aan de voet van het robuuste, bronzen beeld een van de zwartste dagen uit de Rotterdamse historie te herdenken. Toen bommen uit Duitse Heinkels het centrum verpulverden, en Rotterdam in diepe rouw dompelden.

Thea, destijds 14 jaar, en wonend aan de Meent: 'Toen het bombardement voorbij was, had mijn vader nog 56 cent in zijn broekzak. Behalve dat geld en onze kleren waren we alles kwijt. Als kind dringt dat nog niet zo tot je door, maar later ben ik pas gaan beseffen wat het betekent, om helemaal niets meer te hebben.'

Foto
Datzelfde geldt voor Piet, die een stukje verderop achter de sigarenwinkel van zijn vader aan de Westewagenstraat woonde. De bommen beukten het pand aan puin, een mix van stof en roet hulde het gezin Van Zijp - vader, moeder en drie kinderen - in complete duisternis. 'Ik hoor nog de stem van mijn pa: leven jullie nog?' Alleen een ingelijste foto van zijn in 1929 overleden broertje Wim wist hij uit het inferno te redden.

Die beelden hebben zij voor ogen, wanneer ze de jaarlijkse, altijd indrukwekkende bijeenkomst naast het Maritiem Museum Rotterdam bijwonen. 'Hoe ouder je wordt, hoe meer dat dit gaat spelen. Als je jong bent, dan ben je met heel andere dingen bezig.'

Piet: 'Na de oorlog was er geen slachtofferhulp. Je moest alles alleen zien te verwerken, maar daar was geen tijd voor. Je moest studeren, sparen, denken aan je carrière, een gezin stichten. Ik heb alles verdrongen. Pas toen ik de 70 was gepasseerd, kwam het allemaal naar boven.'

 
Weet je, we hebben nooit het idee gehad dat het krap is op Plein 1940
Thea van Zijp
Elk jaar worden er op 14 mei kransen gelegd bij 'Zadkine'.
Volledig scherm
Elk jaar worden er op 14 mei kransen gelegd bij 'Zadkine'. © ANP

Verwerking
De Verwoeste Stad is voor hen daarom niet alleen een symbool van het onbeschrijfelijke leed dat Rotterdam is aangedaan, maar staat ook model voor de verwerking van dit trauma. 'Weet je, ik heb nooit het idee gehad dat het te krap is, op Plein 1940. Als je ziet hoeveel mensen er op die herdenking afkomen. Al die schoolkinderen,' zegt Thea.

Los van de emotionele kant van de zaak, heeft Piet meer redenen om Zadkine met rust te laten. 'Het Stationsplein ligt net buiten de brandgrens,' zegt hij. 'Ik heb vlak na het bombardement nog met emmertjes water woningen nat staan houden op de Stationssingel, om te voorkomen dat ze door de vonkenregen in brand zouden vliegen. Ook daarom hoort De Verwoeste Stad niet thuis op het Stationsplein. Zadkine moet blijven staan op de plek waar de stad het hardst is getroffen.'

Bovendien heeft Thea grote twijfels of de sculptuur bij het gigantische, nieuwe Rotterdam Centraal iets in te brengen heeft. 'Het wordt een groot plein, tussen al die enorme gebouwen. Het Groot Handelsgebouw, Nationale Nederlanden, het station zélf, met de punt die zo uitsteekt. Zadkine valt daarbij in het niet, vrees ik.'

Op 14 mei zullen ze er weer zijn, op Plein 1940. Om 74 jaar na dato stil te staan bij het verleden, te denken aan de vele honderden Rotterdammers die het leven lieten, hun huis en haard kwijtraakten, de stad zagen branden. 'Ik zie het niet gebeuren dat we naar het Stationsplein gaan,' klinkt het resoluut.

De Verwoeste Stad moet blijven. Piet, met nadruk: 'Ja, heel alsjeblieft.'

In samenwerking met indebuurt Rotterdam

Rotterdam