Volledig scherm
PREMIUM
Oliebollenbakker Richard Visser. © Marco De Swart

Ode aan Richard Visser

Dit jaar is hij zesde, maar niemand ging zo vaak met de eerste plek in de AD- Oliebollentest aan de haal als Rotterdammer Richard Visser. Schrijver en AD-columnist Ernest van der Kwast brengt een ode aan de meesterbakker van de Heemraadssingel.

Volledig scherm
Ernest van der Kwast. © Tessa Ariaans

Hoe ontstaat een sprookje? Wat zorgt ervoor dat een verhaal de afstand van generaties overbrugt? Welke ingrediënten zijn belangrijk? Het begint lang, lang geleden als Willem Pieter Visser in 1873 de Nederlandse loterij wint. Honderddertigduizend gulden, een fortuin. Hij is in één klap steenrijk en besluit zijn leven te veranderen.

Nee, zo begint het niet.

Het begint nog langer geleden. Bij een orgeldraaier en een koorddanseres. Cornelis Johannes Visser en Pieternelletje Luijters. Ze staan op kermissen en markten in het land. Hun zoontje snuift er de geur van poffertjes op. De zoete moleculen vliegen via minuscule haren en gulden reukslijmvlies zijn lichaam binnen en weten door te dringen in zijn bloedbaan. 

Duizenden en duizenden omwentelingen later is de jongen een man met twee viswinkels. Het klinkt logisch, een Visser die vissen verkoopt. Maar iets moet hem tegenstaan. Is het de geur van schol en tong? Die is overheersend maar niet onoverwinnelijk. Als Willem Pieter Visser de loterij wint, verkoopt hij zijn viswinkels en begint een poffertjeskraam in de Haagse dierentuin.

In samenwerking met indebuurt Rotterdam