Volledig scherm
PREMIUM
Fidan Ekiz © Joost Hoving

‘Ooit had ik ook een vader, ik had jou’

ColumnIk ben weer begonnen met dichten. Vorige maand was ik in Istanboel, op bezoek bij een gezin. Je had ze heel leuk gevonden. We zaten aan een raki-tafel. Je kent het. Drank, zang, melancholie. Ik verdronk erin. De vader zong Aldirma gönül van Edip Akbayram. Ik vroeg het voor jou, maar dat zei ik hem niet. 'Mijn hart, laat het gaan. Laat ze niet horen dat je huilt.' Hij zong zijn dochter toe. Ik zag ons in hen. Ooit had ik ook een vader. Ik had jou.

Mama vertelt nog elke ochtend over haar dromen. Die zijn anders. Jij komt er steeds in voor. Jonger. Zwarte snor, groen overhemd, soms wit, sigaret in je handen. Vannacht zat je in Don Quichot, je stamkroeg in Rozenburg. Ze ziet je vaak lopen. 'Dezelfde jas, handen in de zak, rustige draf.' We luisteren naar haar herinneringen. Jullie ontmoeting en hoe 'verlamd' je was toen je haar voor het eerst zag. Korte rode rok, wit T-shirt, geblondeerde haren. Je liet haar hand niet meer los. Precies zoals in je laatste dagen.

In samenwerking met indebuurt Rotterdam