Het Openbaar Ministerie verdenkt een 29-jarige fysiotherapeut uit Rotterdam ervan zich vorig jaar tijdens een behandeling aan twee cliënten te hebben vergrepen.
Volledig scherm
Het Openbaar Ministerie verdenkt een 29-jarige fysiotherapeut uit Rotterdam ervan zich vorig jaar tijdens een behandeling aan twee cliënten te hebben vergrepen. © Getty Images/Cultura RF

Rotterdamse fysiotherapeut verdacht van misbruik twee zussen

Het Openbaar Ministerie verdenkt een 29-jarige fysiotherapeut uit Rotterdam ervan zich vorig jaar tijdens een behandeling aan twee cliënten te hebben vergrepen. Opmerkelijk is dat de vermeende slachtoffers - volwassen vrouwen - zussen van elkaar zijn.

Het misbruik zou in februari van het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden in de praktijk van de man in Rotterdam. Volgens de aanklacht gebeurde het de eerste keer op 7 februari en de tweede keer in de periode erna. Niet bekend is of de zussen afzonderlijk van elkaar of samen aangifte hebben gedaan tegen de fysio. 

Vandaag diende in de Rotterdamse rechtbank een tussentijdse zitting. Vanwege de coronacrisis hoefde de Rotterdammer daar niet bij te zijn. Ook de aanwezigheid van zijn advocaat Wesley van Soest was volgens de rechtbank niet nodig. Een videoverbinding met het kantoor van de raadsman kwam voor de zogenoemde pro-formazitting niet tot stand omdat die alleen een formaliteit was. De advocaat had bij de rechtbank het verzoek ingediend twee getuigen te mogen horen en dat werd na kort beraad toegewezen.

Gevoelig

,,Deze zaak’’, zegt Van Soest, ,,ligt heel gevoelig voor mijn cliënt. Hij is er heel stellig in dat hij onschuldig is en heeft dat ook al eerder verklaard. Als u het mij vraagt: het verhaal van de aangevers klopt niet. Ik vind dat als twee zussen in een zaak als deze aangifte doen, ik hen ook bij de rechter-commissaris als getuigen moet kunnen horen.’’ 

Wanneer het verhoor van de vrouwen plaatsvindt, is in verband met de coronacrisis nog volstrekt onduidelijk. ,,Daar zal nog wel enige tijd overheen gaan’’, verwacht Van Soest. Of de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak over drie maanden - de gebruikelijke termijn - plaatsvindt, is al even onzeker. De rechtbank behandelt in deze ‘coronatijd’ geen zaken inhoudelijk. 

In samenwerking met indebuurt Rotterdam

Rotterdam