Volledig scherm
© Stadsarchief Rotterdam/ Ruud Mol

'We wisten de Duitsers terug te drijven, de brug over'

RotterdamEr zijn er niet veel meer in leven, van de heldhaftige mariniers die in de bange meidagen van 1940 de stad Rotterdam verdedigden tegen een Duitse overmacht. Jonkies nog vaak, die bij de Maasbruggen voor de leeuwen werden gegooid, en met hun moedige verzet wereldfaam verwierven. Willem 'Bill' Ramakers (91) was één van hen. 'We wisten de Duitsers terug te drijven, de brug over.'

Het is 11 februari 2014, als er bij het ministerie van Defensie een brief binnenkomt uit Canada. Uit London, Ontario. Daar verblijft in een verpleeghuis de 91-jarige oud-marinier Bill Ramakers - geboren te Vaals op 7 juni 1922 - die na het recente overlijden van zijn vrouw heeft besloten zijn levensverhaal te vertellen. Aan zijn familie, aan mensen in zijn vaderland, aan de andere kant van de oceaan.

'Van degenen die op de Maasbruggen hebben gevochten, ben ik misschien nog de enige die in leven is,' schrijft hij. 'Mijn wens is om voordat ik sterf het Korps Mariniers en het ministerie van Defensie mijn verhaal te vertellen.'

Volledig scherm
Mariniers na de overgave in de Van der Takstraat. Van links naar rechts Van Ombergen, Clijssen en Seegers. © Stadsarchief Rotterdam

Bill Ramakers, of Willem, zoals hij in Holland heette. Zijn eerste levensjaren in Limburg waren zwaar, meldt hij. Zeker toen zijn vader werkloos raakte, en het gezin met zeven kinderen terechtkwam in een zelf getimmerd hutje. Een storm maakte korte metten met dit provisorische onderkomen. Pas toen z'n vader en een broer in 1928 werk kregen, werden de leefomstandigheden iets beter.

De crisis gooide roet in het eten: wederom zag de familie de broodnodige inkomsten verdwijnen en was de armoede groot. 'We overleefden, maar vraag niet hoe.' Toen er bij Philips in Eindhoven banen gloorden, pakten zij hun spullen en verhuisden ze naar Brabant. Daar groeide Ramakers op en besloot zich in 1940 aan te melden bij het korps Mariniers.

Trommelaars
Hij kwam als 17-jarige terecht in de marinierskazerne aan het Oostplein, in Rotterdam. 'Het was februari 1940. We marcheerden elke werkdag achter een groep trommelaars naar het oefenterrein. We trainden en trainden, tot we alles perfect in de vingers hadden. Oefenden met onze geweren. Die konden we geblinddoekt uit elkaar halen en weer in elkaar zetten. Maar toen de oorlog uitbrak, hadden we nog maar één keer met echte kogels geschoten.'

Op 10 mei brak de hel los. 'We schrokken wakker om 5 uur in de ochtend, hoorden sirenes, vliegtuigen overkomen. Terwijl de bommen ontploften, kregen we munitie, géén ontbijt en daar gingen we. The sound of the planes scared me. Duitse parachutisten waren op beide Maasoevers geland. We waren met een paar honderd man, maar wisten de Duitsers terug te drijven, de brug over. Ik heb heel veel kogels afgevuurd, maar weet niet of ik iemand heb geraakt.'

Tegen de avond was Ramakers terug in de kazerne en kreeg wat te eten. 'Er werd geschoten door sluipschutters, en we kregen de opdracht om loopgraven rond de barakken aan te leggen. Het was stikdonker die nacht.'

Overkant
's Ochtends werden posities ingenomen in het Witte Huis. 'Er werd hard gevochten om de brug. Meerdere jonge mariniers verloren hier het leven. We lagen onder of naast de ramen, en schoten op de Duitsers aan de overkant van de rivier. Te ver weg om te zien of we iemand hadden geraakt.'


Volledig scherm
Bill Ramakers nu: 'Ik wil graag zien hoe de stad opnieuw is opgebouwd.' © Ruud Mol
Volledig scherm
Een foto van 'n nog jonge Willem Ramakers. Dit maakt deel uit van het zogenoemde conduite-boekje, waarin de hele staat van dienst van een militair staat opgeschreven. © Ministerie van defensie

De strijd was hard en meedogenloos. Er vielen slachtoffers over en weer, maar de mariniers - hongerig en uitgeput door slaaptekort - hielden stand. Tot de 14de mei aanbrak, de datum die met gitzwarte letters in de historie van de stad staat geschreven. Een ronkende zwerm Heinkel-bommenwerpers kwam aangevlogen, klaar om hun dodelijke last op het weerloze Rotterdam te droppen.

Ramakers: 'Het was de hel op aarde. Ze bombardeerden Rotterdam. De binnenstad werd vernietigd, compleet weggeblazen. We hoorden allerlei onbetrouwbare schattingen van het aantal slachtoffers. Daarna was het voorbij. Holland was niet voorbereid op zo'n massale aanval van het machtige, Duitse leger.'

De capitulatie volgde. De Duitsers hadden hem al voor het bombardement krijgsgevangen gemaakt, en namen 'm mee naar een school, waar de afgematte mariniers konden slapen, op de harde vloer. De soldaten werden vervolgens overgebracht naar een kantoorpand, waar ze een document moesten ondertekenen. Daarmee beloofden ze de wapens niet meer tegen de Duitsers op te nemen.

In augustus werd hij vrijgelaten en mocht hij terugkeren naar zijn familie in Eindhoven. Om in '43 opnieuw te worden opgepakt, nu om voor de vijand te werken in een fabriek voor vliegtuigonderdelen in Berlijn. Daar wist hij te ontsnappen en - met veel geluk - terug te keren naar Nederland. Om in september 1944 in Eindhoven de bevrijding van zuidelijk Nederland mee te maken.

Bill Ramakers, hij emigreerde samen met zijn vrouw in 1951 naar Canada en bouwde daar een nieuw bestaan op. In juni 2014 keert hij nog één maal terug naar zijn vaderland, en naar Rotterdam, waaraan hij zoveel herinneringen heeft, waar hij zoveel kameraden heeft verloren. Eén van de helden van de Maasbruggen. 'Ik wil graag zien hoe de stad opnieuw is opgebouwd. En terugkeren naar het Witte Huis.'

In samenwerking met indebuurt Rotterdam

poll

Een jaar uitstel voor nieuw stadion Feyenoord: komt van uitstel ook afstel?

Een jaar uitstel voor nieuw stadion Feyenoord: komt van uitstel ook afstel?

  • Ja, dat nieuwe stadion komt er nooit (34%)
  • Nee, het plan wordt hier alleen maar beter van (28%)
  • Ik ben het spoor inmiddels bijster (38%)
9869 stemmen