Volledig scherm
Patrick Roest © BSR Agency

‘De 10 kilometer kan nog veel harder’

Patrick Roest tekende bij het eerste schaatsweekeinde van het jaar voor de opvallendste prestatie. Op de 10 kilometer verbeterde hij direct het baanrecord in Thialf. ,,Dat wereldrecord gaat er straks echt aan.”

Door Rik Spekenbrink

Een schaatser piekt als het goed is niet begin november. Patrick Roest hoefde ook helemaal niet tot het uiterste te gaan om zich te plaatsen voor de wereldbekerwedstrijd over 10 kilometer. Maar hij zat er lekker in, hoorde van de speaker in Thialf dat hij op koers lag en dacht: waarom niet. Van 12.43,70 ging het baanrecord in Heerenveen naar 12.42,97.

Volledig scherm
Diane Valkenburg © ANP

De Friese luchtdruk was gisteren gunstig, maar dan nog was het een opvallende prestatie van de 23-jarige Zuid-Hollander. De gedachten gingen gelijk naar Salt Lake City, waar in februari de WK afstanden worden verreden. Want waar zou Roests tijd van 12.42 omgerekend naar een hooglandbaan op uitkomen? Oud-schaatsster en bewegingswetenschapper Diane Valkenburg kent de stelregel: gemiddeld schaats je een seconde per rondje sneller op banen die op hoogte liggen, zoals Salt Lake City en Calgary. ,,Maar op de langste afstanden is het verschil kleiner. Op de 10 kilometer kom je in zuurstofschuld. En bij een lagere snelheid heb je minder voordeel van een verminderde luchtweerstand.”

Maar dan nog gaat het wereldrecord van schaats-Canadees Ted-Jan Bloemen, 12.36,30, er in februari aan, voorspelt Valkenburg. Het staat van de traditionele afstanden het minst scherp. Valkenburg: ,,Het verschil tussen het baanrecord in Thialf en het wereldrecord is nu op de 5 kilometer groter dan op de 10 kilometer. Dat klopt natuurlijk niet. Het klinkt gek, maar misschien kan het wel gewoon onder de 12.30.”

Soms lijkt de 10 kilometer een stille dood te sterven. De ISU morrelt aan de afstand, te traag en te lang voor de huidige tijd, vindt de bond. Valkenburg blijft fan. ,,Qua prestaties is de 10 kilometer niet aan het uitsterven. Vroeger won Sven Kramer ze allemaal, maar nu heb je Jorrit Bergsma, Ted-Jan Bloemen en Patrick Roest. Er wordt echt serieus op getraind.”

Grens

Waar de grens ligt op de langste afstand, is een te moeilijke vraag. ,,Vier componenten bepalen de snelheid in het schaatsen”, legt Valkenburg uit. ,,Twee zijn fysiek: de sterkte van het lijf en de efficiëntie van de techniek, hoe vertaal je de kracht naar het ijs. Daarnaast heb je de weerstand van de lucht en het ijs. Het fysieke deel is te trainen en daar worden schaatsers nog steeds beter in. Daarna gaat iedereen kijken naar die andere onderdelen, zoals ook het materiaal. Zelf vind ik de weerstand en stromingen van de lucht interessant. We weten dat je harder rijdt als er circulatie van de lucht is, bijvoorbeeld door veel inrijders op de binnenbaan. Daarom telt een record gereden met een kwartetstart ook niet. Maar volgens mij zouden schaatsers in trainingen baat kunnen hebben bij het trainen met veel meewind. Nu zag je dat Kjeld Nuis de bocht gewoon niet houdt, omdat hij te hard gaat. Als je boven wedstrijdsnelheid traint, is dat te oefenen.”

Valkenburg zag dat de shorttrackers een dergelijk effect simuleren door met ‘jet engines’ op hun rug te trainen, propellers zeg maar. ,,Alleen verandert je schaatshouding met extra massa op je rug. Ik zou het in de lucht zelf zoeken.”

Bekijk hier de reactie van Roest na de tien kilometer: