Volledig scherm
© getty

Gerard van Vierde en de vloek van de klapschaats

Ode aan je sportheldOmdat de donkere dagen rond kerst een ideale gelegenheid zijn voor knisperende verhalen, gaven wij elkaar op de online sportredactie een opdracht: breng een ode aan jouw sportheld. Regels waren er eigenlijk niet, we mochten ons naar hartelust uitleven. Vandaag deel 6: Marieke de Ruijter over Gerard van Velde en de vloek van de klapschaats.

Volledig scherm
© epa

Het is zaterdagnacht, 22 januari 2005. Zoals gewoonlijk in huize De Ruijter in de wintermaanden staat de televisie afgestemd op de NOS, lekker schaatsen kijken. Wereldbekerwedstrijden, EK's, WK's, alles verslinden we via het beeldscherm. Dit weekend staat het WK sprint op het programma. Ondanks de onchristelijke tijden - het is in Salt Lake City - volgen we alles op de voet. Ons hindert het niet, dekentje en een warm kopje thee erbij en genieten maar.

Jouw 500 meter eerder op de dag was niet super Gerard. Op de elfde plek sta je. En in de voorlaatste bocht op de 1000 meter, slaat het noodlot toe. Je rechter schaats glijdt weg en direct ben je uit evenwicht. Van je buik glij je op je rug en met je lichaamsgewicht van 92 kilo, en een snelheid van rond de 60 kilometer per uur, knal je tegen de kussens. Je achterhoofd raakt met een misselijkmakende klap het beton onder de boarding naast de ijsrand. Je grijpt naar je hoofd en blijft liggen.

De val, de klap, het bloed dat door je capuchon gutst, de brancard en de nekbrace die ze je geven. We zijn er stil van in die Meerkerkse woonkamer. Waar je drie jaar geleden met je hoofd in de wolken de Utah Olympic Oval verliet, doe je dat nu in een ambulance.

Volledig scherm
© anp

2002

Volledig scherm
© anp

Drie jaar eerder, tijdens de Olympische Spelen van 2002, zit ik ook aan de buis gekluisterd. De Spelen vallen samen met een wintersportvakantie. De Olympische Spelen zijn gelukkig in Salt Lake City. Dus overdag lekker skiën en 's nachts schaatsen kijken. Een redelijk moordend schema, maar geen van beide kon natuurlijk overgeslagen worden.

Je 500 meter eerder die Spelen liepen uit op een drama. Na de eerste omloop stond je al op die vervloekte vierde plek en in de tweede kon je niet meer klimmen. De kortste afstand eindigde zo in woede en frustratie. Nadat je in Albertville het brons op de 1000 meter op eenhonderdste seconde miste, mocht het weer niet zo zijn. Geen olympische medaille. Tweehonderdste scheelde het ditmaal. ,,Je kunt nog beter op je bek gaan. Dit doet meer pijn,'' reageerde je boos. Even was je karakteristieke grote grijns ver te zoeken. Vierde plaatsen domineerden jouw carrière. 'Gerard van Vierde' werd er stiekem gegniffeld. Altijd tegenslag, altijd een fractie van een fractie verwijderd van eremetaal.

1998

Volledig scherm
© anp

Toch kan die vierde plaats al een wondertje genoemd worden. Lang leek het er op dat jij als schaatser in de verkeerde tijdperk was geboren. Na een prachtige vierde en vijfde plaats op de olympische Spelen in Albertville op achttienjarige leeftijd deed namelijk de klapschaats zijn intrede. Die was voor jou niet weggelegd. Op het rechte stuk hield niemand je bij, maar zodra de baan naar links draaide zag je de boarding op je afkomen. Een fatsoenlijke bocht lopen was er niet meer bij.

,,Komt het nog goed tussen jou en die schaats?'' vroeg een verslaggever je na opnieuw een verpest toernooi in 1998. ,,Nou nee, want ik stop ermee,'' reageerde je na jaren tobben. ,,Ik heb besloten het bijltje erbij neer te gooien.'' Je probeerde het nog even op de marathon. Maar ook dat bleek geen succes. Je wordt autoverkoper.

Anderhalf jaar later weet Rintje Ritsma je toch zo ver te krijgen dat je die vervloekte dingen weer aantrekt. Geert Kuiper had ze perfect voor je afgesteld en het bleek te werken. Je besluit de draad weer op te pakken en dat gaat boven verwachting goed. Je plaatst je op dertigjarige leeftijd voor de Spelen in Salt Lake City.

Volledig scherm
© getty

Gouden Gerard

Volledig scherm
© getty
Volledig scherm
© epa

Terug naar 2002, na die 500 meter zit je er goed doorheen. 'Gerard van Velde komt weer fractie tekort voor olympische medaille. Jongensboek krijgt dramatisch einde' kopt het AD. Maar zelf laat je de volgende dag al zien wat jouw kracht is. Vol goede moed stap je de baan op voor een training. ,,Jezelf kwellen kost alleen maar energie,'' relativeer je geheel in Van-Velde-stijl. Wat als er weer een vierde plek in zit en geen eremetaal? Net als op de Spelen in 1992, het WK sprint van 2002 en de 500 meter? ,,De aanhouder wint. Als je maar doorgaat komt 't vanzelf een keer goed.''

Het blijken profetische woorden. Het komt goed. In een 1000 meter die voor altijd in mijn geheugen gegrift zal staan. Een olympische race zoals ze moeten zijn. Je staat aan de start tegen Sergej Klevtsjenja. Je opent langzamer dan de Rus, maar laat daarna voor eens en voor altijd zien vrede gesloten te hebben met die vervloekte klapschaatsen. Je eerste volle ronde gaat in 24,67 seconden. Het snelste rondje ooit gereden. En na een perfecte tweede binnenbocht noteer je de ongelooflijke tijd van 1.07,18.

In een hotelkamertje in het Oostenrijkse Flachau dansen we door de kamer. We springen op het bed en schreeuwden het uit. Dit moet toch goud zijn? Klappen op de muur vanuit de kamer naast ons doen ons weer enigszins bij zinnen komen. Blijkbaar blijven Oostenrijkers niet op voor schaatsen.

Dan begint het lange wachten. Wie herinnert zich niet het iconische beeld niet? Het foeilelijke oranje-blauwe pak tot je middel afgestroopt omdat je het benauwd hebt. En op blote voeten ijsbeer je minutenlang heen en weer. Een voor een bijt de concurrentie zich stuk. Eén rit voor het einde komen de tranen. Met twee rijders over heb je eindelijk Olympisch eremetaal, géén vierde! Een minuut later blijkt het een gouden medaille te zijn.

Het is de kroon op al je werk. Je bent van korte-afstand-koning van Nederland gegaan naar vijfde wiel aan de wagen in de sprintploeg. Gestopt, weer begonnen en nu eindelijk, in de herfst van je carrière valt het kwartje een keer de goede kant op. Jouw enige internationale gouden plak ooit is gelijk de mooiste die er is, een olympische. Een olympisch record, een wereldrecord en liefst anderhalve seconde sneller dan je ooit bent geweest. De snelste 1000 meter, met het snelste rondje ooit op de snelste baan van de wereld. Dan ben je echt de aller beste.

Ook je val bij het WK in 2005 heeft een goede afloop. Ondanks het bloed en de dramatisch uitziende omstandigheden kom je goed weg met twaalf hechtingen in je hoofd en een lichte hersenschudding ,,Ik heb een grote harde kop,'' grijns je in dat heerlijke oosterse accent van je. Een zucht van verlichting gaat door de woonkamer. Gelukkig, mijn held van 2002 mankeert niets. 

Misschien had je wel meer gewonnen in een ander tijdperk of zonder die vervloekte klapschaats. Maar zeg nou eerlijk. Zou je ook maar een detail aan dit heldenepos willen veranderen? Het heeft zo moeten zijn.