Patrick Roest.
Volledig scherm
Patrick Roest. © EPA

Jarige Roest als enige onder 13 minuten op 10.000m, Bosker stort in door warmte

Patrick Roest heeft voor de eerste keer in zijn carrière een wereldbekerrace op de 10.000 meter gewonnen. De tweevoudige wereldkampioen allround eindigde in Kazachstan na een enerverend gevecht tegen Jorrit Bergsma als enige schaatser onder de 13 minuten: 12.59,44. 

Daarmee gaf Roest zichzelf een fraai cadeau op zijn 24ste verjaardag. Het zilver ging naar de Rus Danila Semerikov (13.02,43) en het brons was voor de Canadees Graeme Fish (13.04,25).

Bergsma zette in de voorlaatste rit tegen Roest na ongeveer 7000 meter de aanval in. De regerend wereldkampioen op deze afstand leek op weg naar de winst, maar stortte in de laatste twee ronden in. De Fries kwam daardoor niet verder dan de vijfde tijd: 13.11,02.

Roest had eerder dit seizoen al de twee wereldbekerraces op de 5000 meter gewonnen. In het gecombineerde klassement (5 en 10 kilometer) verstevigde hij zijn leidende positie.

Marcel Bosker, die na 7000 meter aan opgeven dacht maar toch doorreed, finishte uitgeput als laatste in 13.49,96.

Marwin Talsma reed in de B-groep de negende tijd: 13.20,34.

Duizelig

Roest moest na zijn slopende race even bijkomen. ,,Ik was duizelig. Het was echt heel zwaar, niet zozeer door het ijs, maar door de warmte in de hal”, zei hij tegen de NOS. ,,Dat maakte het extra moeilijk. Je moet toch je warmte kwijt kunnen.”

Roest had halverwege zijn race ruim 6 seconden voorsprong op Bergsma. ,,Ik zat er echt lekker in, maar kon mijn ritme en snelheid daarna niet vasthouden. Ik ging echt helemaal kapot. Het was alles-of-niets in de slotfase. Het moest echt uit mijn kleine teen komen, maar gelukkig kon ik technisch goed blijven rijden.”

Bergsma gaf na afloop lachend toe dat hij in de laatste twee ronden ,,naar de filistijnen was”. De Fries had Roest na 9200 meter nog bijna te pakken. ,,Ik wilde te veel, ik blies mezelf op. Die twee slotronden van mij hadden niets meer met schaatsen te maken. Ik kon amper het ene been voor het andere krijgen.”

Bosker vermoedde dat hij in het tweede deel van zijn race oververhit raakte. ,,Ik verzuurde in mijn armen en benen en het zag zwart voor mijn ogen. Ik had het bloedheet. Het was zeker zes tot zeven graden te warm in deze hal.”