Chris Cornell: architect van de grunge

In memoriamHij kreeg bij leven weinig eer voor zijn bijdrage aan de grunge. Nu Soundgarden-zanger Chris Cornell (52) is overleden – hij pleegde vermoedelijk zelfmoord - wacht hem wellicht een postume herwaardering als architect van het genre

Volledig scherm
© EPA

Hij sloot zijn laatste optreden af met een improvisatie. Woensdagavond speelde Chris Cornell met Soundgarden in Detroit als toegift de fanfavoriet Slaves & Bulldozers. In de song verwerkte hij het refrein van de bijna 100 jaar oude gospel In My Time of Dying van Blind Willie Johnson: In my time of dying, I want nobody to mourn/All I want for you to do is take my body home. Enkele uren later was Chris Cornell dood. Hij was 52 jaar.

De politie meldde gistermiddag zijn overlijden te behandelen als een potentieel geval van zelfmoord. Cornell werd gevonden op de badkamervloer van zijn suite in het MGM Grand Hotel, waar de politie op verzoek van zijn familie was gaan kijken. Op dat moment waren veel fans die Soundgarden die avond zagen optreden in het Fox Theatre nog onderweg naar huis.

Wie vraagt naar de grote namen achter de grunge, hoort er altijd twee als eerste: Nirvana’s Kurt Cobain en Eddie Vedder van Pearl Jam. Wie juist uitstekend is ingevoerd kiest waarschijnlijk voor Andrew Wood, de zanger van Mother Love Bone, die al in 1990 op 24-jarige leeftijd stierf, maar als voorbeeld voor zijn tijdsgenoten gold.

Maar één naam volgt steevast pas ver daarna: die van Chris Cornell, de zanger en oprichter van Soundgarden. Wellicht levert zijn dood hem de erkenning op die hij wel verdient. Want Soundgarden was misschien niet de beste band uit het genre, het was de eerste die de grunge naar de massa bracht. Het grote publiekssucces kwam pas toen ook Nirvana, Pearl Jam en Alice in Chains groot werden, maar Cornell plaveide met Soundgarden een belangrijk deel van de route.