Volledig scherm
PREMIUM
Daniël Arends © Herman Poppelaars

‘Ik ben een ongedisciplineerde zak stront’

In zijn nieuwe voorstelling Meer van hetzelfde (Deel 1) speelt Daniël Arends indrukwekkend met het thema vergankelijkheid. De cabaretier wordt zelf dit jaar 40. ,,Ik houd van comedy die iedereen bedient. Onderwerpen als eenzaamheid en kontneuken - alles door elkaar.”

Op zijn armen prijken de populaire plaktattoos en insectenplaatjes van Albert Heijn - huisvlijt van zijn dochter Nora (6). Die beseft inmiddels welk beroep haar vader uitoefent. ,,Ik zeg altijd: pappa vertelt verhalen en doet een beetje gek. Laatst vroeg ze: ‘Hoe lang zit je al op in-de-avond-grapjes-maken?’ Zo lief.

,,Ze heeft wel eens een flard van een voorstelling gezien. Alleen een fragment, hoor. Mijn werk is niet voor meisjes van die leeftijd bestemd. Ze moest enorm lachen toen ik een Chinees nadeed. Trouwens, ik realiseer me ineens dat er altijd wel een Chinees in mijn show zit.”

In zijn nieuwe voorstelling Meer van hetzelfde (Deel 1) filosofeert de bijna-veertiger Daniel Arends (Djakarta, 1979) over de vergankelijkheid van een mensenleven. Over ouder worden, verwend en verveeld raken, bedaagdheid met wijsheid verwarren en over mensen op een zekere leeftijd die te vroeg ‘dichtgaan.’

Maar ook: ,,Wat ik met deze show tot uiting wil brengen is dat ik, nu ik alles voor elkaar heb, denk: maar wat wil ik met dit leven? Het heeft, gek genoeg, nooit holler aangevoeld dan nu.

,,Zeker, ik ben gelukkig, heb vrouw en kind, een mooie carrière - misschien moet ik wel wennen aan tevredenheid. Ik maakte een valse start in Indonesië - ik werd ter adoptie afgestaan - en heb altijd hard gewerkt om iemand te worden. Dat zorgt er voor dat ik nóóit een verwend mens wil zijn, zo iemand die niks wil omdat het ‘zo ook wel gaat.’ Zo’n type ben ik niet.”