Volledig scherm
Minister Bussemaker met haar Franse college Pellerin © anp

Nederlands-Franse Rembrandts eerst in Louvre te zien

De slotsom van het Nederlands-Franse getouwtrek rond de portretten van Rembrandt is dat de werken eerst in het Louvre te zien zijn.

Volledig scherm
Pechtold, Bussemaker en Zijlstra voor de portretten © anp

Wie Rembrandts huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit als eerste wil bewonderen, moet daarvoor naar Parijs. In maart, samenvallend met het staatsbezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan het land, worden de schilderijen drie maanden in het Louvre getoond, daarna reist het duo naar het Amsterdamse Rijksmuseum. Ook hier zullen de werken drie maanden te zien zijn.

Daarna verdwijnen Maerten en Oopjen naar het atelier van het Rijksmuseum. De Rembrandts uit 1634 worden in Amsterdam gerestaureerd. Voor ze de eerste drie maanden tentoongesteld worden, krijgen ze een kleine opfrisbeurt in het Louvre. Het Franse museum wil de vergeelde vernislaag het liefst intact laten, terwijl het Rijksmuseum - autoriteit op het gebied van Rembrandtrestauraties - de doeken liever grondig schoonmaakt. Na de restauratie zijn de huwelijksportretten voor het eerst te zien in het Rijksmuseum.

Absolute top
Dat is de uitkomst van een verdrag tussen Nederland en Frankrijk dat maandagmiddag in Parijs is ondertekend door minister Jet Bussemaker van Cultuur en haar Franse ambtsgenoot Fleur Pellerin. ,,Dit is een fantastische dag voor het Nederlandse culturele erfgoed, want volgens experts behoren deze schilderijen tot de absolute top," jubelde Bussemaker.

Quote

De gezamenlij­ke verantwoor­de­lijk­heid voor de unieke schilderij­en verbindt Nederland en Frankrijk tot in lengte van jaren, in de beste traditie van Europese culturele samenwer­king

Minister Bussemaker

Toch zal de minister ook even hebben moeten slikken dat de werken van Rembrandt niet eerst tentoongesteld worden in het Rijks. Het oorspronkelijke plan was om Maerten en Oopjen snel 'naar huis' te halen. De affaire rond de twee huwelijksportretten van Rembrandt begon vorig jaar aan het eind van de zomer. De Franse adellijke familie Rothschild bracht de werken op de markt. Aanvankelijk kon minister Bussemaker melden dat Nederland - dankzij de steun van de gehele Tweede Kamer - de twee werken voor 160 miljoen euro had aangekocht. Nederland zou 80 miljoen beschikbaar stellen; het Rijksmuseum diende met de tweede 80 miljoen op de proppen te komen. Daarmee wilden regering en parlement voorkomen dat ze achter de gesloten deuren van de slaapkamer van een puissant rijke oliesjeik zouden verdwijnen.

Maar Frankrijk bleek plots óók in de race om de portretten. Uiteindelijk werd een deal gesloten: Nederland en Frankrijk zouden de werken gezamenlijk kopen. Dat bleek echter juridisch lastig. Nu worden Nederland en Frankrijk gezamenlijk eigenaar van béide werken; Nederland heeft Maerten gekocht, Frankrijk Oopjen. In het verdrag dat dit regelt, is ook afgesproken dat het echtpaar uit de Amsterdamse burgerij tijdens de Gouden Eeuw nooit zal worden gescheiden.

,,De aankoop is méér dan een transactie," vindt Bussemaker. ,,De gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de unieke schilderijen verbindt Nederland en Frankrijk tot in lengte van jaren, in de beste traditie van Europese culturele samenwerking." Na de restauratie zijn de levensgrote Rembrandts wederom drie maanden in het Rijks te zien en drie maanden in het Louvre. Daarna begint een rotatieschema, waarbij de schilderijen eerst vijf jaar in Amsterdam en daarna vijf jaar in Parijs zijn. Daarna wordt om de acht jaar van museum gewisseld. De schilderijen zullen daarom ook niet worden uitgeleend.