Volledig scherm
Darter Peter Wright is vanwege zijn haar en tatoeages een opvallende verschijning. © rt

Onehundredandeiiighty! Ieder kind moet darts kijken

ColumnAD-journalist Angela de Jong schrijft twee keer per week een column over wat haar opvalt op televisie.

Volledig scherm
© RTL
Volledig scherm
© AD

Ik hoorde het mezelf donderdagavond weer roepen: jongens, als jullie nú niet aan tafel komen, mogen jullie straks géén darts kijken.

Ik weet het, in de moderne opvoedbijbel How2talk2kids wordt deze pedagogische aanpak sterk afgeraden, maar geloof me: bij ons werkt het als een tierelier. Mijn dochter (9) en zoon (7) vliegen voor me als er darts op het spel staat. Het is zo'n beetje het enige waar ze de iPad voor opzij gooien.

Wat ze gelukkig nog niet door hebben, is dat het een loos dreigement is. Want ik wil graag dat ze darts kijken. Sterker nog, ik vind eigenlijk dat ieder kind elke week verplicht een uurtje zou moeten kijken. Het liefst zo'n groot toernooi als het WK natuurlijk, maar de donderdagse Premier League op RTL 7 voldoet ook prima. Darts is goed voor hun eigenwaarde en zelfvertrouwen. Het bewijst dat iedereen kan uitblinken in een sport en hartstochtelijk kan worden toegejuicht, ook zonder het lijf en de tandpastaglimlach van Epke Zonderland.

Ik vind het elke keer weer fascinerend als de darters zo'n volgepakte arena binnenstappen. De opzwepende muziek, het publiek dat uit zijn dak gaat, een stel mooie meiden dat naar het podium danst en kronkelt. En dan loopt daar een gast achter die - laat ik het zo vriendelijk mogelijk formuleren - bepaald niet moeders mooiste is met z'n enorme bierpens, tatoeages tot aan zijn nek, een raar kapsel en een synthetisch shirt dat pijn doet aan je ogen. Zo'n type waar ik normaal gesproken graag een blokje voor omga als ik hem in het donker tegenkom.

Maar die dus wel multimiljonair is, omdat hij een pijltje feilloos een aantal keren achter elkaar in de triple 20 gooit. En soms ook helemaal niet. Dat is nog leuker. Want dan gaat zo'n lobbes lekker nijdig kijken.

Er zijn nog meer redenen waarom ik geen genoeg kan krijgen van darts. Het kan bloedstollend spannend zijn. Een betere tv-sport is er niet. Je zit als kijker direct op het bord. En het spel is elke vijf minuten weer anders. Staat iemand 10 minuten lang de sterren van de hemel te gooien, twee legs later is hij opeens gekrompen tot de eerste de beste beginneling die geen doubles meer raakt. En dan heb ik het nog niet over het publiek in de zaal, uitgedost als Mexicaan, banaan of met Trump-masker, dat de ene na de andere halve liter naar binnen werkt en onehundredandeiiiiiiiighty meeblèrt.

Wat vind jij eigenlijk zo leuk aan darts?, vroeg ik donderdagavond aan mijn dochter. Ze nam niet de moeite om op te kijken, bleef naar de partij Wade versus Anderson staren. ,,Gewoon,'' mompelde ze. Gewoon. Ook goed. Als ze alsjeblieft ook maar gewoon d'r best blijft doen op school.

Reageren? angela@ad.nl