Volledig scherm
Flora van Rembrandt wordt uitgepakt in de Hermitage. Het schilderij zal te zien zijn tijdens de tentoonstelling Hollandse Meesters in het museum. © ANP

Oogappeltjes van de tsaren komen thuis

Maar liefst 63 schilderijen van befaamde Nederlandse schilders, waaronder zes doeken van Rembrandt, zijn vanaf morgen ‘thuis’ in de Hermitage Amsterdam. De werken werden verzameld door de Russische tsaren Peter de Grote en Catharina de Grote.

Volledig scherm
© PR

Gek waren ze op Nederlandse schilderkunst, de tsaren Peter de Grote (1672-1725) en Catherina II, die zich eveneens het predicaat De Grote verwierf. In de Hermitage Amsterdam is vanaf morgen een greep uit de rijke verzameling van de Russische vorsten te zien. Onder de titel Hollandse Meesters uit de Hermitage - Oogappels van de tsaren zijn 63 schilderijen te bezichtigen, afkomstig van de Hermitage in Sint Petersburg, waarmee het hoofdstedelijke museum zo nauw is verbonden.

De werken, waaronder zes doeken van Rembrandt die nog niet eerder op Nederlandse bodem waren te zien, vormen een fractie - zij het een zeer uitgelezen -  van de collectie die de Russische Hermitage in bruikleen geeft.
 De collectie Hollandse schilderkunst in Sint Petersburg telt ruim 1.500 werken uit de 17de en 18de eeuw. Bepaald verwonderlijk is dat arsenaal van vermaarde Nederlandse schilderswerken niet, want groten als Rembrandt van Rijn, Jacob van Ruisdael, Jan Steen en Govert Flinck golden wereldwijd als dé kunstenaars van het moment.

Bovendien lieten Peter en Catharina - laatstgenoemde omschreef haar verzamelzucht als ronduit ‘gulzig’ - ook werken van vroege(re) schilders als Lucas van Leyden, Gerard Dou en Ferdinand Bol overzee aanrukken.

Eén keer zag de onverzadigbare Catharina een Rembrandt aan haar neus voorbijgaan. Dat zou haar geen tweede keer overkomen. Ze plaatste daarop bij haar West-Europese agenten een megaorder onder het motto ‘dan maar de hele bups.’ De bijvangst aan andere Hollandse meesters nam ze op de koop toe.

De Russische Hermitage herbergt de grootste collectie Hollandse meesters buiten ons land. Maar liefst 1.500 werken zijn in het bezit van het museum. Daaronder Afscheid van David en Jonathan (1642), de eerste Rembrandt die Peter de Grote zich verwierf.

Maar wat maakte Ruslands gekroonde hoofden zo hongerig en hebberig naar de schilderkunst uit de Lage Landen? De collega’s annex concurrenten in Frankrijk en Italië deden immers bepaald niet onder voor de Hollanders. De Russen meenden destijds - en vinden nog altijd - dat Nederlanders in staat waren het leven zelf te verbeelden. Gewone mensen met wie je je kon identificeren, zo aanraakbaar dat je welhaast contact met hen kon maken.

Een van de topstukken die in Amsterdam zijn te zien is daarvan een sprekend voorbeeld. Wie voor Rembrandts Portret van een oude man in rood (1654) staat, lijkt bij de man in dezelfde ruimte te verkeren.

Kijk eerst naar de adembenemende lichtval (ook op het spel dat Hollandse schilders met licht en schaduw speelden, waren Peter en Catharina verzot) op de rechterkant van het gezicht. Zie zijn dooraderde handen door het bestaan getekend. Zijn wijze blik, de prachtige zilvergrijze details van de baard, zijn gewaad in donkere en lichte rode tinten rood…. Je wilt hem inderdaad de hand schudden.

Hollandse Meesters uit de Hermitage – Oogappels van de tsaren is te zien in de Hermitage Amsterdam van 7 oktober tot en met 27 mei 2018.