Volledig scherm
Het Gouden Kalf bij Tivoli Vredenburg in Utrecht. © ANP Kippa

Tijd is rijp voor andere koers in filmland

OpinieTijdens het Nederlands Filmfestival (NFF) presenteren weer veel regisseurs vol hoop hun nieuwe producties. Op hun werk - zeker als het artistieke aspiraties heeft - zit niet iedereen te wachten. Hoe staat de Nederlandse film er voor?

Het Nederlands Filmfonds wil tijdens het NFF, dat vanavond begint met de thriller Bloedlink, brainstormen over de toekomst van de arthousefilms. Moeten in de toekomst publieksgerichte films, zoals boekverfilmingen, romantische komedies of familiefilms worden gesteund? Of blijft het fonds de matig bekeken arthousefilms subsidiëren?  

De tijd is rijp voor een grote schoonmaak. De subsidieverstrekker heeft jarenlang aan de lopende band geïnvesteerd in Nederlandse arthousefilms waar slechts een handvol liefhebbers in geïnteresseerd is. Sommige filmtitels halen amper de 1000 bezoekers, of zelfs nog minder. Dat moet anders, beseffen nu ook de verantwoordelijken die de subsidiepot beheren.

Dieptepunt
Absoluut dieptepunt is de gang van zaken rond de Nederlandse coproductie Goltzius and the Pelican Company van Peter Greenaway met onder anderen Ramsey Nasr en Halina Reijn in de hoofdrollen. 750.000 euro ging er naar de productie die 2 jaar na de première op het Nederlands Filmfestival op de plank bleef liggen omdat geen enkel filmtheater deze warrige, pretentieuze productie over een graveur van erotische prenten wilde vertonen. Vorige week werd de film als gebaar naar producent Kees Kasander, die anders niet voldeed aan zijn subsidieverplichting, drie keer in even zovele theaters vertoond. Maar dan wel op een maandagmiddag, niet echt een topplek. Elke voorstelling kostte dus 250.000 euro aan belastinggeld, uitgegeven door het Filmfonds.  

Het subsidie-instituut stak ook geld in De Overgave, de volledig door de critici neergesabelde film van Paul Ruven. Ook het publiek liep niet warm. Volgens de regisseur zijn er tot nu toe 1500 bezoekers geweest, maar 'de film wordt ook nog op de Kamasutra Beurs vertoond'.

Missers
Deze missers tonen aan dat het Filmfonds te vaak op de verkeerde paarden gokt. Daarentegen moeten regisseurs van naam - onder wie Dick Maas, Paul Verhoeven en Eddy Terstall - veel te lange procedures volgen voordat zij een bijdrage krijgen voor een nieuwe productie. Verhoeven heeft sinds Zwartboek (2006), afgezien van de korte film Steekspel, geen speelfilm meer van de grond gekregen. Dick Maas wacht al 3 jaar op het startsein voor een nieuwe film. Regisseurs die zekerheid willen, kunnen voortaan beter een familiefilm, boekverfilming of thriller maken. Dat lijkt de beste garantie voor subsidie.

Probleem voor het NFF is dat veel producenten het Utrechtse festival mijden. Zo kreeg de verwachte bioscoophit Pijnstillers, de verfilming van een Carry Slee-boek, maandag al in Amsterdam zijn première. Vermoedelijk zal de jeugdfilm, die in een recordaantal bioscopen wordt vertoond, meer publiek trekken dan alle speelfilms bij elkaar op het festival in Utrecht. Ondanks het kwalitatieve gehalte zijn de misdaadthriller Infiltrant en het zware kankerdrama Brozer vermoedelijk geen grote publiekstrekkers. Ook de openingsfilm Bloedlink, een remake van een Engels ontvoeringdrama, heeft op het eerste gezicht weinig hitpotentie.

Insiders
Lastig wordt het ook in de bioscoop voor de documentaires die op het festival in première gaan. Hollywood Banker, een portret over de overleden bankier Frans Afman die aan de wieg stond van talloze Amerikaanse filmhits (onder meer Dances With Wolves), is voor insiders interessant, maar niet voor het grote publiek.

De korte, aangrijpende documentaire Mar en Sien van Paul Ruven krijgt zelfs geen uitzendmogelijkheid van een publieke omroep. Toch is de film met Werkteater-actrices Marja Kok en Shireen Strooker, die aan Alzheimer lijdt, een van de meest bijzondere films die in Utrecht wordt vertoond. Gezeten op een bankje in een park halen de twee acteerleeuwinnen herinneringen op aan hun roemruchte theaterverleden. Hoewel dat voor de fragiele Strooker bijna niet meer mogelijk is. Haar onmacht, die zich soms in huilbuiten uit, is schrijnend om naar te kijken.

Dit soort producties over de Nederlandse film- en theatercultuur verdienen eerder steun van het Fonds dan de prestigeobjecten van Greenaway, waarmee vooral in het buitenland op festivals gescoord kan worden. Hoewel dat ook de laatste jaren niet meer veel voorstelt.

Het Filmfonds blijft nog hardleers. Aan de nieuwe film van de ook volledig bij de liefhebbers uit de gratie geraakte Greenaway, Eisenstein in Guanajuato, is alweer bijna 600.000 euro toegekend. Benieuwd of er nu meer bioscopen zijn die deze film willen vertonen.  

Het Nederlands Filmfestival, van 24 september tot en met 3 oktober in Utrecht.