Volledig scherm
Maerten Soolmans © AD

Voor 160 miljoen euro komt dit Amsterdamse stel thuis

Het Rijksmuseum doet serieuze pogingen om twee grote doeken van Rembrandt aan te kopen. Directeur Wim Pijbes moet nog wel even het benodigde bedrag bij elkaar zien te krijgen: 160 miljoen euro.

Volledig scherm
Oopjen Coppit © AD

Collectie Rothschild
De twee meesterwerken van Rembrandt die het Rijksmuseum wil aankopen, vormen slechts een fractie van de fameuze kunstcollectie die de puissant rijke Franse bankiersfamilie Rothschild bezit.

Onlangs zette een rijkenwebsite de geheimzinnige Rothschilds wereldwijd op de tweede plek met een geschat vermogen van 350 miljard dollar. De kunstcollectie van de dynastie is naar schatting minstens honderden miljoenen waard.

Het gaat om de portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit, die in bezit zijn van de Fransman Éric de Rothschild. Pijbes: ,,We hopen het bedrag, 160 miljoen euro, met zo veel mogelijk mensen bij elkaar te krijgen, maar ik kan er nog niet te veel over prijsgeven.''

Kritiek
Enkele maanden geleden werd bekend dat de doeken wellicht verkocht zouden worden, nadat de Parijse eigenaar een exportvergunning had gekregen van het ministerie van Cultuur en het Louvre. Er kwam in Frankrijk veel kritiek op die beslissing en op het voornemen van de eigenaar om het werk te verkopen. Het Louvre liet weten dat het niet in staat was om binnen afzienbare tijd aan het benodigde geld te komen.

Het is onduidelijk of het Rijksmuseum wel zo'n enorm bedrag bij elkaar kan brengen of wie zouden willen helpen het astronomische bedrag op tafel te leggen. Pijbes noemde de aankoop van de schilderijen een 'realistische droom'. Hij deed de uitspraken maandag op BNR nieuwsradio, maar wilde deze naderhand niet toelichten. Doorgaans worden prestigieuze schilderijen als deze onderhands verkocht. Pas daarna komt het museum ermee in de openbaarheid.

Maerten Soolmans en Oopjen Coppit trouwden in juni 1633. Een jaar later gaven zij Rembrandt de opdracht voor een huwelijksportret, waarbij man en vrouw op verschillende doeken zijn afgebeeld.

Oopjen Coppit was een telg uit een van de oudste Amsterdamse geslachten. Maerten Soolman was de zoon van een rijke Vlaamse suikerraffinadeur die naar Amsterdam was gekomen. Rembrandt kende de bruidegom waarschijnlijk uit Leiden, waar Soolman van 1628 tot 1633 had gestudeerd en waar zijn moeder woonde. Het echtpaar woonde vlak bij Rembrandt in de Nieuwe Hoogstraat.

Opzichtig
Het zijn de grootste schilderijen van enkele figuren die Rembrandt ooit maakte. Veel portretten van Rembrandt uit deze periode hebben eenvoudige contouren en weinig details, waardoor de aandacht uitgaat naar de gezichten. Dat is hier anders: beide geportretteerden zijn nogal opzichtig gekleed, volgens de laatste Franse mode.

Soolmans draagt een zwart kostuum, afgezet met zwart kantwerk en rijkgedecoreerde rozetten om zijn middel. Coppit heeft een lange jurk van zwarte zijde, afgezet met Antwerps kantwerk. Ze heeft een waaier met zwarte veren - een modieus accessoire in die tijd.

De schilderijen waren tot 1877 in Nederlands bezit, toen ze door jonkheer Willem van Loon werden verkocht aan Gustave de Rothschild. Ze zijn daarna niet vaak in het openbaar te zien geweest.

Het Rijksmuseum bezit al enkele werken van Rembrandt uit deze periode, zoals het portret van Haesje Jacobsdr van Cleyburg (1634). Dat schilderij werd in 1985 aangekocht voor het destijds reusachtige bedrag van 10 miljoen gulden.

De duurste aankoop van het Rijksmuseum dateert van vorig jaar, een bronzen bacchantenfiguur van Adriaen de Vries, dat 22,5 miljoen euro kostte.