Als je wint, heb je vrienden. En verder moet je het alleen doen

Thijs Zonneveld, (wieler)columnist van AD Sportwereld.
Volledig scherm
Thijs Zonneveld, (wieler)columnist van AD Sportwereld. © AD Sportwereld
 
Want Niki Terpstra kan tegenwoordig alles. Als hij straks de Ronde van Vlaanderen wint, zingt hij een aria uit Die Zauberflöte in de microfoon, of schudt hij een citaat uit Don Quichot uit zijn mouw. Misschien goochelt hij wel een duif uit zijn petje.
Thijs Zonneveld

Er was niemand om de wind voor hem te vangen. En niemand die tegen hem zei hoe ver hij voor lag. Niki Terpstra was alleen. Het enige dat hij hoorde was zijn eigen ademhaling.

Een paar honderd meter achter hem reed een peloton renners kop over kop de ziel uit hun lijf om hem bij te halen, maar Niki was niet bij te halen. Ook al hadden ze achter hem nog honderd renners meer gehad: hij had ze allemaal aan gekund. Want hij had besloten dat hij Dwars door Vlaanderen ging winnen.

Na afloop strooide hij ook nog even wat zinnen uit zoals 'Als Je Wint Heb Je Vrienden' in de microfoon. Als toegift, of als ode aan Herman Brood. Niki rapte: ,,Ik keek vooruit, zag niets. Ik dacht niet na, ik fietste gewoon. Ik had in mijn benen pijn, maar ik wilde de snelste zijn. Ze halen me nooit meer in, ik dacht: verdomd, ik win.''

Want Niki Terpstra kan tegenwoordig alles. Als hij straks de Ronde van Vlaanderen wint, zingt hij een aria uit Die Zauberflöte in de microfoon, of schudt hij een citaat uit Don Quichot uit zijn mouw. Misschien goochelt hij wel een duif uit zijn petje.

Maar de verwijzing naar Als Je Wint Heb Je Vrienden was geen toeval. Niki Terpstra rijdt zijn hele leven al alleen. Hij heeft zijn eigen carrière gemaakt. Hij is niet opgeleid door een grote ploeg met veel geld, hij had geen sponsor die hem ergens naar binnen lulde, hij liftte niet mee op de bagagedrager van een of andere vedette.

Bij de junioren en beloften geloofde bijna niemand in hem. En scouts van Rabobank zeiden dat hij het niet zou redden bij de profs.

De eerste jaren als beroepsrenner werd hij uitgelachen. Hij grossierde in kansloze aanvallen, zat in ontsnappingen die het nevernooit zouden redden. Ze hingen aan zijn shirtje als hij er weer eens direct na de start vandoor wilde gaan. En als hij kapot was, lieten ze hem vlak voor het peloton uit spartelen.

Keer op keer reed hij met zijn kop tegen de muur. Ieder ander zou ermee gestopt zijn, murw van de klappen. Niki niet. Die reed net zo lang door tot hij met zijn kop dwars door de muur heen was gebeukt.

Niki's talent zit niet zozeer in zijn benen; het zit in zijn hoofd. Hij heeft zichzelf ervan overtuigd dat hij meer is dan pelotonvulling, een waterdrager of een renner voor kansloze ontsnappingen. Hij heeft zichzelf opgefokt tot een winnaar - met agressie als grootste kwaliteit. Als hij zijn zinnen op een wedstrijd zet, dan moet alles en iedereen wijken.

Niki is een teringlijer - in de goede zin van het woord. Als de Britse os Ian Stannard (twee meter groot, drie meter breed) in het gootje wil rijden waar Niki rijdt, krijgt hij een beuk. Als Niki weet dat zijn ploeggenoten óók goed zijn, dan zorgt hij ervoor dat hij weg is voordat hij gevangen raakt in de ploegdiscipline. Want Niki weet heel goed hoe het werkt:

Als je wint, heb je vrienden. En verder moet je het helemaal alleen doen.