De stadionautist stuurt zijn auto richting lichtmast

 Ze worden weeïg van ouderwetse kaartenloketten. Ze kopen hamburgers in ranzige frituurcaravans, om er daarna quasi-ernstig een recensie over te schrijven op hun weblog. Ze maken foto's van pisbakken.  
Volledig scherm

Toen ons Oranje gisteren het veld van Wembley opstapte voor de training, stond Barnet FC op het punt van aftrappen op Underhill, tegen Bradford City, een handvol kilometers verderop. Heel gek, maar ik kreeg een beetje buikpijn van het idee.

Ik kan genieten van goede voetballers, maar ongeveer evenveel van slechte. En meer nog dan van grote gelikte stadions, houd ik van kleine lelijke. Underhill Stadium, aan Westcombe Drive in Noord-Londen, is typisch zo'n stadion. Een verschrompeld klein vrouwtje van dik honderd jaar, maar waardig oud geworden, zonder van die opgespoten Linda de Mol-wangen.

Het veld loopt er schuin omhoog, of naar beneden juist, afhankelijk van wie de toss gewonnen heeft. De tribunes van Underhill zijn scheef en asymmetrisch. Pal achter het North Terrace kun je met gemak de huizen zien van Barnet, een tamelijk modale woonwijk. En meestal tocht het op Underhill, alsof iemand per ongeluk de deuren open heeft laten staan.

Het is een vorm van autisme, ik geef het toe. Sommige mannen houden van auto's of van dinosauriërs, of van postzegels met vogeltjes erop. De stadionautist stuurt zijn huurauto nerveus naar de lichtmast in de verte. Desnoods met drie zeurende kinderen op de achterbank, en een vrouw die als de bliksem naar het strand wil.

Er bestaan genoeg stadionautisten die veel erger zijn dan ik. Joris, een vriendelijke jongen uit Tilburg, reist zich het leplazarus door Groot-Brittannië, op zoek naar stadionnetjes die hij nog niet gezien heeft. Joris is één van de voorlopers van het 'Doing the 116'-clubje; een commune die zichzelf tot ultiem doel heeft gesteld om alle Britse profstadions te bezoeken, tot in de donkerste uithoeken van Wales aan toe.

Groundhoppers heb je in alle soorten en maten, maar ze herkennen in elkaar de onbedwingbare neiging om zwijgend een gammele tribune op te klimmen, het liefst in de regen. Ze huilen zachtjes wanneer ze iets te lang naar een tribunedak van golfplaten staan te kijken. Ze worden weeïg van ouderwetse kaartenloketten. Ze kopen hamburgers in ranzige frituurcaravans, om er daarna quasi-ernstig een recensie over te schrijven op hun weblog. Ze maken foto's van pisbakken.

Misschien kent u de Jiskefet-sketch over 'De Treinenman', waarin Michiel Romeyn steeds als een idioot begint te brullen als er een trein voorbij rijdt, schreeuwend en stuiterend van opwinding. Stadionautisten hebben dat wanneer ze ergens een verdwaalde lichtmast ontdekken. Ze juichen misschien niet zo malloterig als Romeyn, maar diep van binnen voelen ze precies hetzelfde. Gisteren had ik het nog, toen Griffin Park opdoemde in de verte, het stadion van Brentford.

Vrees niet, ik voel me heus bevoorrecht dat ik vanavond op de perstribune van Wembley mag zitten, daar ga ik niet blasé over doen. Maar vrijwel tegelijkertijd speelt Sheffield United tegen Scunthorpe, moet u weten, en op Bramall Lane ben ik nog nooit geweest.