Volledig scherm
© AD

Dopingcultuur? Sorry, mijn gezond verstand zegt van niet

Quote

Een anonieme Engelse sportdok­ter benadrukte in The Times nog maar eens: in vergelij­king met wielrennen, gewichthef­fen of hardlopen is voetbal een nogal veeldimen­si­o­na­le sport.

Volledig scherm
© AD

In het weekend dat The Sunday Times uitpakte met een dopingschandaal, misschien wel het grootste ooit in de Premier League, twitterde ik onbezorgd over het wonder van Leicester City en de obscuriteit van Accrington Stanley.

Zinnetje hier, fotootje daar, bijzaakje zus. Over doping: geen woord.
Collega Thijs Zonneveld vond dat maar raar. In een mail riep hij een vraag op die wel vaker is gesteld, namelijk: is de voetbaljournalistiek niet te blind voor de schandalen, de doping, het bedrog? Hebben we niet te veel oog voor de mooie kant - en te weinig voor de lelijke?
Ik denk persoonlijk van niet, maar die journalistendiscussie voeren Thijs en ik vanmiddag wel op de burelen van AD Sportwereld, desnoods tot bloedens toe, en bovendien: dit stukje telt maar 550 woorden en ik ben verdorie al bijna op de helft.
   
Enfin, voetbal en doping. De meeste vragen over die thematiek zijn eenvoudig te beantwoorden. Ga maar na: zijn er voetballers die doping gebruiken? Moeten we ons zorgen maken over doping in het voetbal? Zijn de dopingcontroles in het topvoetbal een farce? Moet daar als de sodemieter iets aan gebeuren?

Ja. Ja. Ja. En nog eens ja. Nogal helder.

Maar de moeilijkste - en zeker zo relevante - vraag is een andere. Die luidt: is doping in het voetbal een structureel, geïnstitutionaliseerd probleem, zoals dat in het wielrennen en de atletiek het geval was (of is)?  

Puur voor de veiligheid zou je hier heel hard 'ja' op kunnen roepen - en daarna elke twijfelaar wegblaffen als een naïeve, onverbeterlijke romanticus. Een regelrechte wegkijker. Een vieze vuile kop-in-het-zand-steker.

Toch is het antwoord vrij complex en heel onzeker. Gisteren benadrukte een anonieme Engelse sportdokter het in The Times nog maar eens: in vergelijking met wielrennen, gewichtheffen of hardlopen is voetbal een nogal veeldimensionale sport.

Je hebt niet alleen kracht of uithoudingsvermogen nodig, maar ook snelheid, explosiviteit, controle, balans en behendigheid.

Dat wil (uiteraard!) niet zeggen dat je niets aan doping hebt. Een moderne voetballer kan er veel baat bij hebben om sterker te worden, of om aan uithoudingsvermogen te winnen. Echter, zo betoogde deze arts, er is nog geen doping uitgevonden die álles in zich verenigt.

Een voetballer die veel aan kracht wint dankzij een anabolenkuur, loopt het risico aan behendigheid of controle te verliezen. Epo helpt een duursporter, maar voor een intervalsporter wegen de baten amper op tegen het risico betrapt te worden.  

Kortom: mocht het dopingprobleem in het voetbal relatief gezien klein zijn, dan heeft dat niets met nobelheid, fatsoen of eerlijkheid te maken. Uiteraard is de voetbalwereld niet heiliger dan pakweg de atletiekwereld - eerder het tegenovergestelde.

Het probleem voor de voetballende valsspeler is puur praktisch/pragmatisch van aard. Snelheid en kracht zijn belangrijker dan in de jaren zeventig, maar een voetbalwedstrijd kun je nog steeds op tal van manieren winnen, óók tegen een zwaar gedrogeerde tegenstander.

De Engelse arts die in The Sunday Times aan undercover-journalisten verklaarde dat hij veel topvoetballers van doping voorzag: we moeten er ernstig rekening mee houden dat het waar is, ondanks het feit dat aanvullend bewijs voorlopig ontbreekt.

En als deze dokter het niet was, dan is het wel een andere.
Er zijn genoeg voetbalteams gedrogeerd aan de aftrap verschenen, dat is alom bekend, en individuele dopinggebruikers zijn er natuurlijk ook, misschien wel meer dan wij denken. Het is een regelrechte must om het voetbal daar beter tegen te wapenen.

Maar een afgesloten peloton, en een collectieve omerta, zoals die onder wielrenners, kogelstoters en sprinters bestond? Een diepgewortelde, alomvattende cultuur, waarin je domweg mee móet doen om te kunnen winnen?

Sorry. Mijn onderbuik is best bereid te twijfelen, maar mijn gezonde verstand zegt van niet.