Volledig scherm
© getty

Gewicht is ballast, de vijand heet vet, maar Froome overdrijft

Volledig scherm
Thijs Zonneveld, columnist AD Sportwereld © Pim Ras
 
Als ik zijn moeder was, zou ik in huilen uitbarsten als ik hem op bezoek kreeg. 'Eet je wel goed jongen?' 'Ja hoor ma, vorige maand heb ik nog een anderhalve rozijn gegeten.'
Thijs Zonneveld
 
Wielrenners zijn grammenschavers, zeker de klimmers en de klassementsrenners. Elke kilo die je te veel tegen Alpe d'Huez op sleept kost naar schatting meer dan een halve minuut. Als elke seconde telt, dan dus ook elke ons.
Thijs Zonneveld
Volledig scherm
© getty
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© getty
Volledig scherm
© getty

Zijn benen zagen eruit als luciferhoutjes, zijn armen waren zo dun dat zijn mouwtjes fladderden. Ik kon zijn ribben tellen, door zijn shirt heen. Het was niet dun, het was niet mager: het was eng. Chris Froome moet opgehouden zijn met eten.

Met open mond heb ik gisteren na de etappe naar zijn luciferhoutjes gekeken. Ik heb in het peloton veel dunne, magere, uitgehongerde en uitgeknepen renners gezien, maar Froome valt in de categorie Somalische Hongersnood. En ik wil niet weten hoe hij eruitziet in de derde week van de Tour. Als ik zijn moeder was, zou ik in huilen uitbarsten als ik hem op bezoek kreeg. 'Eet je wel goed jongen?' 'Ja hoor ma, vorige maand heb ik nog een anderhalve rozijn gegeten.'

Froome is niet de enige met een Body Mass Index van een kachelpijp. Graatmager is de mode in het peloton. Vroeger kon je met een lief klein buikje en lovehandles beginnen aan het seizoen, maar die tijd is voorbij sinds Lance Armstrong die dikke rooie Duitser op elke klim uit het wiel reed.

Gewicht is ballast, de vijand heet vet. Wielrenners doen alles, maar dan ook alles, om gewicht te verliezen. Ze tellen elke calorie, ze trainen op een nuchtere maag en als ze een keer te lang naar een Big Mac hebben gekeken geven ze zichzelf de volgende dag een straftraining.

Ik heb in Franse ploegen gezien hoe renners etappekoersen rijden op radijzen en olijfolie, net zolang tot ze van hun fiets vielen. Lieuwe Westra probeert na het trainen in slaap te vallen zodat hij niet aan eten denkt, Jani Brajkovic heeft anorexianeigingen en het favoriete gerecht van Michael Rasmussen was Rijstwafel met Niks Erop.

Toen Rasmussen zo dun was dat hij niets meer kon verliezen zonder ledematen te amputeren (een berg kun je ook opfietsen met één arm of een paar vingers minder, nietwaar?) begon hij aan zijn materiaal. Hij vijlde de stickers van zijn fiets en kocht zijn wielerschoentjes expres een paar maten te klein - want hoe minder schoen, hoe lichter. Briljant idee.

Natuurlijk zijn er óók renners die de kortste weg nemen naar een gratenpakhuis als lichaam. Ze experimenteren met schildkliermedicijnen (die staan niet op de dopinglijst) of met Aicar en groeihormonen (wel op de dopinglijst) om nog nét een half kilootje meer kwijt te raken. Voor de duidelijkheid: daarmee wil ik absoluut niet zeggen dat iedere extreem gesonjabakkerde renner aan de dope zit.

Wielrenners zijn grammenschavers, zeker de klimmers en de klassementsrenners. Elke kilo die je te veel tegen Alpe d'Huez op sleept kost naar schatting meer dan een halve minuut. Als elke seconde telt, dan dus ook elke ons.

Maar je kunt het ook overdrijven.

Ik heb renners kapot zien gaan aan hun eigen dieet. Ze hongerden zichzelf uit, net zolang tot ze zo dun waren dat ze hun pedalen amper meer naar beneden kregen. Zo dun zijn als Chris Froome heeft alleen zin als je geen vermogen inlevert. En dat lukt lang niet iedereen.

Het briljante idee van Michael Rasmussen om met te kleine schoenen te rijden was achteraf ook niet zo briljant.

Hij gaf op met gekneusde tenen.