Volledig scherm
Bondscoach Rene Wolff (rechts) met Yvonne Hijgenaar. © anp

Moeilijke tijden voor Nederlands baanwielrennen

Op de olympische piste van Londen wacht een aantal Nederlandse baanrenners vanaf donderdag bij de laatste wereldbekerwedstrijd een loodzware opdracht. Met name het aantal mannen dat komende zomer mag terugkeren voor de Spelen dreigt klein te worden. Toch geloven de baancoaches René Wolff (sprint) en Robert Slippens (duur) in hun missie.

Volledig scherm
Teun Mulder. © anp
Volledig scherm
Robert Slippens (links) en Rene Wolff tijdens het NK Baanwielrennen in december in Apeldoorn. © anp
Volledig scherm
Vera Koedooder (links) voor Ellen van Dijk en Kirsten Wild (rechts) op de ploegenachtervolging. © anp
Volledig scherm
Thorwald Veneberg, technisch directeur van wielrebond KNWU aan het woord. © PRO SHOTS

De knelpunten liggen op de teamsprint en het omnium. 'Ik ben ervan overtuigd dat het nog kan', zegt Wolff over het eerstgenoemde onderdeel waarop Teun Mulder, Roy van den Berg en Hugo Haak uitkomen. 'Het wordt moeilijk, maar Wim heeft een goede voorbereiding gehad', weet Slippens. Wim is Wim Stroetinga, die de ver teruggevallen Tim Veldt vervangt. Veldt, in 2009 nog de nummer 3 van de wereld, richt zich nu op de ploegachtervolging.

Nederland is aansluiting met top kwijt
Na het afscheid van Peter Pieters in 2009 sprak wielerbond KNWU de wens uit tot een meer op topsport gericht beleid te komen. De behaalde successen werden binnen de bond toch vooral gezien als een serie toevalstreffers. Om structureel mee te blijven doen werd op Papendal een opleidingsinstituut ontwikkeld waar talenten in verschillende disciplines worden geschoold.

Vooralsnog is Nederland in het baanwielrennen de aansluiting met de top al even kwijt. De grootste kanshebbber op een olympische medaille lijkt Teun Mulder. Maar op keirin, zijn favoriete onderdeel, regeert vaak het geluk.

210 punten achter op concurrent Polen
Alleen daarom al hoopt Wolff dat de teamsprinters zich alsnog plaatsen. Daarvoor moeten zij in Londen en bij het WK in Melbourne 210 punten inlopen op Polen. Vijf Europese landen plaatsen zich, Nederland staat zesde. 'Er van uitgaande dat we niet op het podium eindigen moeten we in die twee wedstrijden zeven plekken goedmaken op de Polen', rekent Wolff uit. 'Teamsprint is meer dan keirin een trainbare discipline. Nadeel is dat wij minder renners hebben dan andere landen en er steeds voor hebben moeten zorgen dat we op elk toernooi een redelijke score behaalden. Ik zou met deze jongens wel eens 4 maanden naar één evenement willen toewerken.'

Het wachen is op nieuwe aanwas
Slippens' grootste zorg ligt op het omnium, al valt de ontwikkeling van de ploegachtervolging bij de mannen nog altijd niet mee. Het Nederlands record (4.04,035), in november gereden in Astana, ligt nog altijd 4 seconden boven de al in maart 2010 uitgesproken doelstelling van 4 minuten rond. 'Ik baal ervan dat we mede door tegenslag dit seizoen nog geen '4.02' hebben gereden.' Het wachten is op aanwas. Slippens: 'De structuur ontbrak, we zijn er nu een paar jaar mee bezig. Het zou fair zijn om pas in 2016 de balans op te maken.'

KNWU vindt terugval baanwielrennen simpel te verklaren
Thorwald Veneberg denkt dat de terugval van Nederland in het baanwielrennen simpel te verklaren is. 'De sport is internationaal gegroeid en geprofessionaliseerd, terwijl wij bovendien nog steeds niet te maken hebben met meer jongeren die de piste opgaan', legt de technisch directeur van wielerbond KNWU desgevraagd uit.

Veneberg noemt het hooguit jammer wanneer Nederland komende zomer bij de Spelen niet op alle onderdelen vertegenwoordigd is. 'In vergelijking met de vorige Spelen zou dat tegenvallen. Maar we moeten niet de insteek hebben: meedoen is belangrijker dan winnen. Ik denk dat we ook nu medaillekansen hebben.'

Bij de mannen is deelname aan sprint, keirin en de ploegachtervolging vrijwel zeker, de vrouwen zijn normaal gesproken op alle vijf onderdelen actief op de Spelen.

Opleiden kost tijd
Dat de afvaardiging grotendeels bestaat uit renners die al jaren Nederland vertegenwoordigen vindt Veneberg niet zorgwekkend. 'Het zijn de beste renners en rensters van dit moment. We pakken de opleiding sinds 2008 op Papendal serieus aan. Andere landen hebben dat wellicht eerder gedaan of werken in een andere cultuur. De baan is hier nog steeds een overwinteringssport. En in 4 jaar kun je geen toprenners maken. Opleiden kost tijd.'