Volledig scherm
PREMIUM
© AD Sportwereld

Niet laten zien aan onze vrouwen!

ColumnBeste mannen,

Even onder elkaar nu. Geen vrouwen, alleen wij. Ik weet wat we zeggen over sportvrouwen. Hoe we met elkaar praten over voetbalsters, volleybalsters, handbalsters en hockeysters als we te veel bier op hebben. Ik weet wat voor appjes we sturen als vrouwen sporten op tv. Welke vooroordelen we met elkaar delen. Een ploeg met vrouwen, dat is altijd gezeik. Haat en nijd, pesterijtjes, een amateuristische bende.

Quote

Zelden zag ik een groep zó fel, zó gedis­ciplineerd als de volley­balsters

Precies daarom heb ik dit jaar eens meegetraind met de volleybalvrouwen. Ik wilde mijn ogen uitkijken (dat lukte) en ik wilde vervelende vragen stellen, om te zien of er niet ergens een smeuïg verhaal verborgen zat. Dat lukte voor geen meter. Ik vroeg. Ik groef. Ik etterde, ik irriteerde. Ik peurde en wroette en zeurde en zanikte, maar ik kwam helemaal nergens. Geen ruzie te ontdekken. Geen akkefietjes. Er hoefde niemand op z'n donder te krijgen om beter haar best te doen. Er was niemand te laat, niemand miste een training. En de boetepot zat niet vol. Sterker: er was geen boetepot. Nóg sterker: er waren niet eens regels. Bondscoach Guidetti vond dat zijn vrouwen zelf verantwoordelijk waren om de opdrachten uit te voeren, op tijd te komen en voor hun sport te leven.
 
Echt mannen, ik heb veel sporten en sporters meegemaakt. Zelden zag ik een groep zó fel en zó gedisciplineerd trainen als de volleybalsters. Het was één ploeg met één doel. Op deze Spelen zien we het terug. Ze meppen tegenstander na tegenstander lachend van de baan. Als het even niet loopt geen chagrijnige gezichten, geen afhangende schouders. Niemand zeikt of mekkert. De wisselspeelsters juichen met elk punt mee.

En het rare is dat het bij andere sporten niet anders is. De hockeysters zijn óók een goed getrainde machine waar nooit een onvertogen woord klinkt. De handbalsters en roeisters: idem dito. De wielrensters: hetzelfde. Toen Annemiek van Vleuten na haar val in het ziekenhuis belandde, ging Marian­ne Vos een nacht bij haar slapen om haar te steunen. Als dat geen teamgeest is, wat dan wel?