Verbruggen verzuipt in zijn moeras van leugens

Volledig scherm
Thijs Zonneveld, columnist AD Sportwereld © AD Sportwereld
 
Het wielrennen was van begin jaren negentig tot zo'n acht jaar geleden een schimmenspel waarin bedrog en corruptie welig tierden, waarin door hoofdrolspelers duistere dealtjes werden gesloten, waarin de machtigsten machtiger werden en de rijken rijker en waarin de sport tot op het bot verrot raakte. In dat schimmenspel trok Hein Verbruggen aan de touwtjes. Elke sport krijgt de leider die zij verdient.
Thijs Zonneveld

Een moeras van leugens legde Hein Verbruggen aan, in de hoop dat zijn vijanden er in zouden verdwalen. Maar nu verzuipt hij er zelf in. Stukje bij beetje wordt duidelijk wat zijn rol was in de jaren (1991-2005) dat hij voorzitter was van de UCI.

Tussen Hein Verbruggen en Lance Armstrong liepen er zoveel lijntjes dat Verbruggen nu onvermijdelijk wordt meegesleurd in de val van de Amerikaan. De Nederlander zag Armstrong als het 'kankerwonder' dat de sport moest redden en de poort naar het grote geld moest openen. Juist die man wordt nu zijn ondergang, de trechter waarin alle leugens en onwaarheden samenkomen.

Twee jaar geleden zei Verbruggen: 'Ik herhaal het nog maar eens: Lance Armstrong heeft nooit doping gebruikt. Nooit, nooit, nooit. En dat zeg ik niet omdat ik een vriend van hem zou zijn, want dat is helemaal niet zo. Ik zeg het, omdat ik er zeker van ben.'

Daarna moest hij bekennen dat de UCI betalingen van Armstrong accepteerde. Hij moest toezien hoe Tyler Hamilton en Floyd Landis hem ervan beschuldigden dat hij een positieve test van Armstrong tijdens de Ronde van Zwitserland in 2001 had weggemoffeld.

Hij bekende dat de UCI renners, onder wie Armstrong, met dubieuze bloedwaarden waarschuwde voordat ze nat gingen. En o ja, hij bevestigde dat een deel van zijn vermogen in beheer was bij Thomas Weisel - vriend, sponsor en investeringspartner van Lance Armstrong.

Eergisteren duwde Armstrong Verbruggen kopje onder door te vertellen dat hij hem ertoe zou hebben aangezet om een cortisonenattest te vervalsen bij een positieve test tijdens de Tour van 1999.

Of het nu waar is of niet: het past naadloos in het patroon van een dictator die de sport zag als een toneelstuk dat mondiaal zoveel mogelijk geld moest genereren.

Dat Verbruggen niet al veel eerder verzoop in zijn eigen moeras, is al een wonder op zichzelf. Zijn palmares als UCI-voorzitter is een opsomming van tenenkrommende affaires.

Een kleine greep: hij gedoogde epo-gebruik door een hematocrietgrens van 50 in te stellen (en wilde het verhogen naar 53, toen Marco Pantani in de Giro op 52 bleek te zitten), hij vergeleek het eten van spaghetti met doping, hij werd in een BBC-onderzoek beschuldigd van het aannemen van smeergeld, hij intimideerde klokkenluiders als Landis en Hamilton en hij spande rechtszaken aan tegen journalisten die de integriteit van hemzelf en de UCI in twijfel trokken.

Het wielrennen was van begin jaren negentig tot zo'n acht jaar geleden een schimmenspel waarin bedrog en corruptie welig tierden, waarin door hoofdrolspelers duistere dealtjes werden gesloten, waarin de machtigsten machtiger werden en de rijken rijker en waarin de sport tot op het bot verrot raakte.

In dat schimmenspel trok Hein Verbruggen aan de touwtjes. Elke sport krijgt de leider die zij verdient.