De handbaldames vieren feest na hun zege op Frankrijk
Volledig scherm
De handbaldames vieren feest na hun zege op Frankrijk © AFP

We drijven vooral op het succes van onze vrouwen

Volledig scherm
© AD
Quote

Een beetje denigre­rend doen over sportende vrouwen: we doen het allemaal. Want dat is zo lekker macho. Zeker in kleedka­mers, aan de bar en bij het koffieauto­maat. Ik ook, dat geef ik meteen toe

En toen, na wéér een onmogelijke redding van Tess Wester, na wéér schot van Estavana Polman dat zo hard was dat het net jankte, en na wéér een filmpje met juichende paardenstaarten - handbalsters dit keer - in een oranje shirt, kwam het besef.

Vrouwen. Alwéér die vrouwen.

We zijn als klein land internationaal behoorlijk succesvol op sportgebied. We kunnen geregeld juichen om mannen als Sjinkie Knegt, Epke Zonderland, Max Verstappen, Tom Dumoulin en Sven Kramer. Maar laten we eerlijk zijn: we drijven de laatste jaren vóóral op het succes van de Nederlandse vrouwen.

Dafne Schippers, Ranomi Kromowidjojo, de waterpolovrouwen, Anna van de Breggen, Sifan Hassan, Sharon van Rouwendaal, Femke Heemskerk, de hockeysters, het vrouwenvolleybalteam, Ireen Wüst, Jorien ter Mors, Sanne Wevers, Marianne Vos, Marit Bouwmeester, de handbalvrouwen - ik weet niet wat we al die vrouwen te eten geven, maar ze zijn niet te stoppen. In vrijwel álle teamsporten zijn de Nederlandse vrouwen internationaal beter dan de mannen.

Volgens mij is het een trend die een jaar of vijftien geleden is ingezet. In Sydney wonnen de vrouwen al meer medailles dan de mannen. Dat lag destijds voor een groot deel aan Leontien van Moorsel en Inge de Bruijn, maar het is ondertussen structureel. De vraag is natuurlijk: hoe komt dat? Omdat Nederlandse vrouwen over het algemeen groot en sterk zijn? Dat zal best, maar dat zijn Nederlandse mannen ook. (Op Wesley Sneijder na dan.)

Is het omdat er in vrouwensport minder concurrentie is? Omdat NOC*NSF gericht geld pompt in de sporten waar op korte termijn de meeste medailles te halen zijn? Omdat vrouwen uit rijke, westerse landen, meer sporten dan vrouwen in arme werelddelen? Kan zomaar.

Maar het zou nogal kortzichtig zijn om het succes van de Nederlandse sportvrouwen af te schuiven op het gebrek aan tegenstand uit het buitenland. Wij mannen hebben soms (lees: vaak) de neiging om vrouwensport te zien als leuk voor erbij. Een beetje denigrerend doen over sportende vrouwen: we doen het allemaal. Want dat is zo lekker macho. Zeker in kleedkamers, aan de bar en bij het koffieautomaat. Ik ook, dat geef ik meteen toe.

Maar zo onderhand begin ik me hoe langer hoe meer op mijn achterhoofd te krabben. We kunnen al dat succes van Nederlandse vrouwen met geen mogelijkheid meer weglachen of bagatelliseren. Er is veel meer aan de hand dan wat geld dat de goede kant op stroomt, of een gebrek aan buitenlandse topvrouwen. Wat precies, dat weet ik niet. Maar of ik nu kijk naar de handbalvrouwen, de volleybalsters, de hockeyvrouwen of Dafne Schippers: elke keer vallen me de verbetenheid, de wil om te winnen en het plezier dat ervan af spat weer op.

Misschien moeten wij, mannen, onze meninkjes eens een keer inslikken. En gewoon eens een tijdje met onze mond dicht kijken naar al die topvrouwen. Wie weet leren we nog wat.