Gelukkig begonnen we allebei links, zodat we niet miskusten

ColumnVorige week heb ik kennis mogen maken met een aanstaande collega. Ik kende hem nog niet, en had hem uitgenodigd om bij me te komen eten. Over het algemeen vraag ik niet elke nieuwe collega om te komen drinken, eten en drinken. Maar met deze man mag ik vanaf november elke vrijdagavond een radioprogramma gaan maken, wat intiemer is dan in een loveseat een pizza salami delen. Vandaar het bliksemtraject 'elkaar leren kennen, accepteren en waarderen'.

Volledig scherm
© Q-Music

Bij binnenkomst gaf ik hem drie zoenen. Dat ging ietwat ongemakkelijk. Niet vreemd voor vreemden. Een voordeel: gelukkig begonnen we allebei links, zodat we niet miskusten. Miskussen? Ja, miskussen. Een woord dat ik heb bedacht voor het fenomeen 'verkeerd geplaceerde dan wel onverwachte en dus ongemakkelijke kus'. Dat je iemand lekker amicaal een enkele zoen op de wang wil geven, en de ander voor formele variant gaat. Waarop je terugdeinst, elkaar verschrikt aankijkt en vervolgens roept 'wat doen we nou, volgende keer gewoon eentje hoor'.

Of nog erger: dat er niets over wordt gezegd en de begroeting verwordt tot een ongemakkelijke omhelzing. Vooral met mensen uit andere landen miskus ik nogal eens. In Noord-Frankrijk zijn het er vier, bij Spanjaarden twee. Amerikanen zoenen helemaal niet, die gaan gewoon meteen voor de ongerieflijke omhelzing.

Dan de miskus waarbij een van de partijen het hoofd draait. Dit gebeurt doorgaans wanneer er sprake is van begroeting waarbij de een op een stoel zit, en de ander staat. Dat er opeens vol op de mond gekust wordt, of half op de mondhoek. Of dat je botst. Niet erg bij een lang ongeziene kennis, wel genant bij het tegenkomen van een ex-scharrel. Of oud-docent.

Enfin, het gedagzoenen ging aardig. Het drinken, eten en drinken was erg leuk. Dat ging zo goed, dat het veel te laat werd en ik de volgende dag een kater had. Mijns inziens een gunstig voorteken voor een succesvolle samenwerking. Gisteren was Niek, want zo heet-ie, op bezoek bij Q. Bij aankomst hebben we elkaar niet gedaggezoend, slechts wat enthousiaste kreten geslaakt. Bij het afscheid gaf ik hem uit een soort automatisme wel drie kussen. Terwijl ik dat deed vroeg ik me af of ik dat nu bij hem, als enige collega, elke keer moet gaan doen.

Opeens ophouden met zoenen voelt ook als een stap terug qua vriendschapsniveau. Aan de andere kant zijn we geen vrienden, maar collega's. Ik nodig hem volgende week nog maar eens uit voor een wijntje en kunnen we erover praten. Want dat radioprogramma, dat geloof ik wel. Dat komt wel goed.

Groet, Eva