-
Volledig scherm
- © Hardware Info

Op zoek naar een Oled-TV? Dit zijn de beste keuzes

Oled is op dit moment dé technologie voor high-end televisies. LG, Panasonic, Philips en Sony voorzien hun topmodellen allemaal van dit type beeldscherm. Sterker nog, ze gebruiken allemaal dezelfde panelen, afkomstig van LG Display. Maar zijn alle Oled-tv’s daarmee ook gelijk? Wij testten negen modellen van 2019 om dit uit te zoeken.

Dit is een ingekorte versie van een uitgebreide vergelijking. Lees de volledige testresultaten op Hardware Info.

Waarom 2019-modellen, zou je denken? De nieuwe 2020-televisies die rond dit moment op de markt verschijnen zijn nog aanzienlijk duurder en hebben door de bank genomen weinig nieuwe killer-functies. Om plaats te maken voor die nieuwe modellen zullen winkels de komende tijd voor de lichting van 2019 juist meer met prijzen gaan stunten. LG’s nieuwe 55CX OLED koop je nu bijvoorbeeld vanaf 2099 euro, terwijl de 55 inch C9 van vorig jaar op het moment van schrijven vanaf 1295 euro te koop is. Qua mogelijkheden doet het oude model niet substantieel onder voor zijn opvolger. 

In deze vergelijkingstest bekijken we acht verschillende Oled-televisies van LG, Panasonic, Philips TV en Sony. Van LG testten we de populaire C9 en de duurdere E9. Van de C9 hebben we bovendien zowel de 55 inch-versie als de 65 inch-versie getest, om te zien of er verschillen in beeldweergave zijn.

Van Panasonic testen we de GZW954 en de (veel) duurdere GZW2004 met het ‘professional panel’. Van Philips TV ontvingen we de OLED 934 en OLED 984, de high-end modellen die Philips vorig jaar in september op de IFA lanceerde. Deze tv’s zijn qua beeldkwaliteit identiek aan de goedkopere 804 die begin 2019 gelanceerd werd, maar bieden dankzij hun B&W luidsprekers betere geluidskwaliteit.

Van Sony tenslotte testten we de AG8 en de AG9, televisies die op het eerste gezicht erg op elkaar lijken, maar over andere beeldverwerking en licht verschillende geluidstechnologie beschikken. 

LG C9
Volledig scherm
LG C9 © Hardware Info

Conclusie

Zijn alle Oled-tv’s hetzelfde? Zeker niet. Qua design, mogelijkheden en geluidsweergave zijn er aanwijsbare verschillen. Bij gebruik van de dynamische of standaard beeldmodus is er ook een duidelijk verschil in beeldweergave zichtbaar, waarbij de ene fabrikant meer optimalisaties voor onder andere contrast- en kleurweergave toepast dan de andere. In alle gevallen betekenen deze ‘verbeteringen’ echter aanpassing van het originele signaal, waarbij het van persoonlijke smaak afhankelijk is of je hier blij van wordt of niet. In alle gevallen kan je bovendien aanpassingen doen aan deze instellingen, waardoor het lastig is hier een eenduidig oordeel over te vellen. Schakelen we alle beeldverwerking uit, dan zien en meten we eigenlijk nauwelijks noemenswaardige verschillen in beeldkwaliteit.

Hoewel Panasonic met het speciale ‘professional panel’ van de GZW2004 inderdaad een hogere piekhelderheid weet te realiseren in vergelijking met de concurrentie, is het verschil bij directe vergelijking in de praktijk beperkt. Is geluid een doorslaggevende factor, dan zijn de Philips OLED934 en OLED984 de beste modellen uit de test. Zeker de 984 klinkt als een klok, maar dit model is alleen in 65 inch verkrijgbaar en kost ruim 3900 euro, waarmee deze tv zeker niet voor iedereen is weggelegd.

Wegen we beeldkwaliteit, geluid, prijs en mogelijkheden allemaal mee, dan komt LG’s C9 in 55-inch en 65-inch formaat als favoriet uit de test. Deze Oled-tv’s zijn relatief betaalbaar, zeker in vergelijking met de nieuwe 2020-modellen die nu leverbaar worden. Ze zijn bovendien als enige in de test voorzien van volwaardige hdmi 2.1-ingangen en bieden uitstekende beeldkwaliteit, waarbij we vooral de dynamische helderheidsaanpassing bij hdr-weergave ten opzichte van de concurrentie als pluspunt bestempelen.

Een ander voordeel van de C9 is de lage input lag, belangrijk voor veeleisende gamers. Potentieel minpuntje is het ontbreken van HDR10+, maar in de praktijk wordt dit format (nog) niet veel toegepast. De Ultimate Product Award die wij vorig jaar al aan de C9 gaven, blijft daarom ook begin 2020 nog onverkort van toepassing op zowel de geteste 55 als 65 inch variant, die elkaar in de praktijk niet ontlopen qua prestaties.

  1. Van ‘f*ck off’ tot ‘bescheiden glimlachje’: waarom iedereen de simpelste smiley zo anders interpreteert

    Van ‘f*ck off’ tot ‘bescheiden glimlachje’: waarom iedereen de simpelste smiley zo anders interpre­teert

    ‘De allervreselijkste emoji’ noemt cartooniste ‘Niet nu Laura’ het. Ze heeft het over de simpele smiley met de neutrale glimlach, de slightly smiling face genaamd. Het internet barst van de memes over hoe we die emoji ervaren. Is hij gewoon blij? Ironisch? Passief-agressief? Zo’n simpele emoji blijkt voor velerlei uitleg vatbaar. Mediapsycholoog Koen Ponnet onthult waarom.