Andre Agassi na de Australian Open finale in 2003
Volledig scherm
Andre Agassi na de Australian Open finale in 2003 © REUTERS

Bad boy en knuffelbeer Andre Agassi viert jubileum

Andre Kirk Agassi ziet vandaag Abraham, hij viert in Las Vegas zijn 50ste verjaardag. De markante tennisser met de lange manen en de gekke fratsen, de man van de showbizz-relaties en van één van de mooiste sportbiografieën ooit verschenen.

Door Rik Spekenbrink

,,Zijn bal belandt in het net en dan, na tweeëntwintig jaar en tweeëntwintig miljoen keer zwaaien met een racket, ben ik zomaar Wimbledonkampioen 1992.”

Van alle verhalen over de vandaag 50 jaar geworden Andre Agassi is dit toch de mooiste. Omdat zijn eerste grote titel symbool staat voor zijn leven: bizar en bol van tegenstrijdigheden. Want als Agassi één ding zeker wist in zijn vroege tenniscarrière: Wimbledon zou hij nooit gaan winnen. Hij verfoeide het toernooi, met zijn hang naar traditie, de strakke regeltjes en onbespeelbare grasbanen. Hij probeerde het een keer, maar kreeg met alles en iedereen ruzie en besloot: daar zien ze mij niet meer terug. Drie jaar lang boycotte hij het toernooi. Maar in 1991 keerde hij terug in Londen. Want ja. Het was toch Wimbledon… Een jaar later, zonder één training op gras, won hij het toernooi door klinkende zeges op onder anderen Boris Becker, John McEnroe en in de finale Goran Ivanisevic. Tijdens de plechtige ceremonie met de Hertogin van Kent wapperden zijn blonde manen onder zijn pet. Dat het een pruik was, bleek pas 17 jaar later in de voortreffelijke biografie ‘Open’.

Quote

Winnen verandert niets. Nu ik een slam op zak heb, weet ik iets: een overwin­ning voelt lang niet zo goed als een nederlaag slecht voelt.

Andre Agassi

Het boek leest 469 pagina’s lang als een emotionele worsteling met zichzelf en de hele wereld. Agassi stond synoniem voor haat-liefdeverhoudingen, maar hij had nog de meeste hekel aan zichzelf en de tennissport. Dat laatste lag verscholen in zijn jeugd. In Las Vegas werd de kleine Andre gedrild door twee ‘monsters’: vader Mike en het onverslaanbare ballenkanon. Agassi werd klaargestoomd voor een carrière in het tennis, ook al was dat lange tijd het allerlaatste wat hij ambieerde. Die haast militaire scholing als tennisser zorgde voor uitspattingen buiten de baan. Hij was een rebel. Hoe vaak Agassi ook wakker lag met de gedachte uit te breken en voor eeuwig te stoppen met de sport, bleef die hem ook aantrekken. Met succescoach Nick Bollettieri steeg hij uiteindelijk tot grote hoogtes. Al was, uiteraard, ook die relatie er een van uitersten.

Tekst gaat verder onder de foto

Andre Agassi op Wimbledon in 1991
Volledig scherm
Andre Agassi op Wimbledon in 1991 © Reuters

Op Wimbledon sloot het tennispubliek Agassi in 1992 voor het eerst massaal in de armen. Juist in het meest klassieke tennisstadion, waar ze eigenlijk niets moesten hebben van die ordinaire ragebol uit het Amerikaanse gokparadijs, met zijn oorbel, ketting en gevloek. Maar diezelfde man had met zijn ontwapenende lach en kwetsbaarheid ook een hoge aaibaarheidsfactor.

Voor Agassi veranderde er in eerste instantie niets na die titel. Uit ‘Open’: ,,Winnen verandert niets. Nu ik een slam op zak heb, weet ik iets wat maar heel weinig mensen op de wereld mogen weten: dat een overwinning lang niet zo goed voelt als een nederlaag slecht voelt.”

Agassi tenniste aanvankelijk vanuit de angst om niet te verliezen in plaats van de wil om te winnen. Je zag hem lijden op de baan. En dat zelfdestructieve bleef er ondanks alle prijzen altijd in zitten. Elke nederlaag van betekenis zette een krasje in zijn ziel. In zijn boek beschrijft hij: ,,Ik ben toegejuicht door duizenden, uitgejouwd door duizenden, maar niets voelt zo slecht als het boegeroep in je hoofd in de tien minuten voordat je in slaap valt.”

Andre Agassi als coach van Novak Djokovic
Volledig scherm
Andre Agassi als coach van Novak Djokovic © REUTERS
Andre Agassi en actrice Brooke Shields
Volledig scherm
Andre Agassi en actrice Brooke Shields © REUTERS

Toch kantelt de publieke opinie over Agassi. Een drankprobleem, een positieve test (met daarna vrijspraak) op de harddrug crystal meth, het zou niets veranderen aan het beeld van de zachte, vriendelijke Agassi. Misschien ook door zijn sprookjeshuwelijk met Steffi (door hemzelf altijd Stefanie genoemd) Graf, na eerdere relaties met actrice Brooke Shields en zangeres Barbara Streisand. En door zijn vele charitatieve werk, waarmee hij al op jonge leeftijd begon.

Agassi is één van de vijf mannelijke tennissers met een ‘career slam’ op zijn naam, hij won alle majors, Roland Garros in 1999 als laatst. Met ook olympisch goud (1996) erbij is het zelfs een ‘career golden slam’. Maar veel meer nog dan al die titels beklijft zijn betekenis voor de sport. Door zijn opvallende verschijning wijkt Agassi af van de gemiddelde tennisser. Hij boort in de jaren ’90 een heel nieuw publiek aan. Bij zijn afscheid, op de US Open van 2006, krijgt hij een staande ovatie van vier minuten.

Van Agassi hoor je nauwelijks nog. In 2017 stond hij als adviseur korte tijd Novak Djokovic bij. Toen de samenwerking spaak liep, richtte hij zich weer op zijn gezin en goede doel. Ook dat past perfect in het plaatje vol contradicties. Zo roerig als zijn carrière was, zo kalm lijkt zijn leven nu.