Volledig scherm
Jos Creusen, auteur en concertorganisator. © Jeroen de Jong / Beeld Werkt

Jos Creusen rekent af maar haalt ook hilarisch uit in literair debuut met Moergestel als decor

MOERGESTEL - Een literaire traditie kent Moergestel amper, maar nu maakt Jos Creusen er werk van. Half werk is het niet. Het debuut van de 63-jarige telt 530 bladzijden, met zijn geboortedorp als voornaamste decor.

‘Dikke. Pret. Bonanza’ is - zo belooft de omslag - een semi-autobiografische sleutelroman. In de ik-persoon voert Creusen zichzelf ten tonele als een ‘uitverkoren plebejerjongetje’, dat zich door zijn talenknobbel wist te ontworstelen aan zijn ‘arbeideristische komaf’.

Folk en kleinkunst

Bij die Werdegang levert Creusen, die al op een nieuw boek broedt, een uitgebreide soundtrack. ‘Dikke. Pret. Bonanza’ is doorspekt met songfragmenten uit de sfeer van folk en kleinkunst.

Volledig scherm
'Dikke. Pret. Bonanza', de debuutroman van Jos Creusen. © Aspekt

Zonder plot kronkelt het verhaal door het leven van Creusen, die in zijn woonplaats Oisterwijk bekend is als concertorganisator. Na zijn Moergestelse jeugd, met Bonanza op tv, was het niet altijd dikke pret. 

Het boek blijft dan ook ver verwijderd van de idyllische streekroman. Wrange uithalen, ook naar zijn naaste omgeving, worden afgewisseld met hilarische dorpstaferelen.

Gedesoriënteerd in Biest-Houtakker

Zo is er de anekdote van een oom die onder het bezorgen van bloemzaden zijn fiets altijd in de richting naar huis tegen een boerderij aan parkeerde. 

‘Toen hij dat eens vergat en ook vergat dat hij dat was vergeten, was hij na uren tegen etenstijd nog niet thuis. Bij het invallen van de schemering troffen gealarmeerde hulptroepen hem gedesoriënteerd en wel over het kanaal. In Biest-Houtakker, een boerengehucht enkele kilometers verderop. Dikke. Pret. Bonanza.’

Mie d'n Bels

Als nazaat van Mie d’n Bels, die in 1914 de Grote Oorlog ontvluchtte, voelt Creusen zich verwant met verschoppelingen. Als taalwetenschapper werkte hij in België te midden van migrantengezinnen. Met de ‘machtsgeile loonslaafdrijvers en collaborerende slippendragers’ die hij op zijn loopbaan aantrof, rekent hij nu af.

Relativering is Jos Creusen echter niet vreemd, al is er het besef dat hij zijn initialen met niet de minsten deelt: Jim Croce, Johnny Cash, Jan Cremer, Julius Caesar en ja, Jezus Christus.

Boekpresentatie

‘Dikke. Pret. Bonanza’ (Aspekt, 27,95 euro) wordt zondag 26 januari ten doop gehouden om 15.00 uur in Boschoord, Gemullehoekenweg 143 Oisterwijk. 

De boekpresentatie (entree 10 euro) staat op het programma van concertserie Groeten Uit Oisterwijk, waarvan Jos Creusen organisator is.

Zondag 19 januari treden Martin Carthy en John Kirkpatrick om 15 uur voor Groeten Uit Oisterwijk op.

'Tegenwerpingen motiveren dubbel’

In 2004 nam Jos Creusen plaats ‘Op de praatstoel’, een reeks interviews in het Brabants Dagblad.

door Joke Knoop

21 februari 2004

Jos Creusen (47) is in zijn vrije tijd samen met zijn partner Anneke een bevlogen theaterorganisator voor Groeten Uit Oisterwijk (GUO). Hij probeert met GUO voet aan de grond te krijgen in het nieuwe culturele centrum Tiliander. Dat gaat echter niet zonder schermutselingen. 

U ligt al jaren in de clinch met het college van Oisterwijk. Inzet is ruimte voor de podiumkunsten van uw organisatie GUO in het nieuwe kunstcentrum Tiliander, dat in maart wordt geopend. Hoe staat het er nu voor?

‘Ik hoop er binnenkort uit te komen. Vorige maand heb ik met het stichtingsbestuur van Tiliander gesproken en in dat ene uur ben ik meer opgeschoten dan in al die jaren vechten met de gemeente. Het stichtingsbestuur heeft de wil uitgesproken ons erbij te betrekken, er komt een praatpapier over wie wat gaat doen en de gemeenteraad wil een onderzoek naar de mogelijkheden van onze organisatie.’ 

Hoe is het zo gekomen?

‘Nadat Anneke en ik in 1998 van België naar Oisterwijk verhuisden, hebben we Groeten Uit Oisterwijk (GUO) opgezet om professionele podiumkunst naar Oisterwijk te halen. We konden terecht in de aula van scholengemeenschap Durendael, totdat het college daar een stokje voor stak omdat er geen culturele bestemming op lag. Waarom de carnavalsclub er dan wel in kan, is mij trouwens een raadsel. De Kunstkring was te duur totdat we eindelijk subsidie kregen. De Kunstkring wordt gesloopt en de activiteiten gaan naar Tiliander, dat in maart opent. Ik wil GUO daar onderbrengen, maar bij toeval hoor ik dat het niet de bedoeling is dat ik er iets doe. Zonder overleg zegt het college mij de huur op in de Kunstkring. Dankzij de raad mag ik het seizoen (tot eind mei) afmaken. In Tiliander wordt een interim-manager benoemd met opdracht voor podiumprogrammering. Dat is de rollen omdraaien: wij waren er eerder. Ik was de enige die cultuur programmeert in de Kunstkring. Door al dat dwarsliggen zijn de verhoudingen met B. en W. verziekt. Ik heb geen vertrouwen meer in het college.’ 

Waarom zou het college u de voet dwars zetten? 

‘Dat weet ik niet, maar ik vermoed dat het om inhoudelijke competentie gaat. Men wil geen tweede gezicht. In Oisterwijk is het economisch kapitaal goed vertegenwoordigd, het culturele kapitaal telt niet mee. Het college heeft een boekhoudersmentaliteit en daar kun je met cultuur niets mee. Het college is me beu en andersom ben ik die mensen beu. 

Een grote mond?

Op den duur wel. Het is me enorm gaan irriteren dat het college elke stap die ik zette, terugdraaide.’ 

Omdat Jos Creusen zijn eigen baan wil creëren? 

‘Ik heb altijd gezegd dat ik graag een part-time baan wil. Ik wil twee dagen in de week programmeren en daarnaast mijn gewone werk. Waarom zou dat bij mij een bezwaar zijn en bij de huidige interim-manager niet& Ik begrijp de gemeente niet: ze hebben de deskundigheid al in huis. Ze moeten eens nadenken: misschien is het gunstig wat ik doe.’ 

Geeft u ooit op?

‘Anderen zouden dat al lang hebben gedaan. Ik niet. Tegenwerpingen motiveren mij dubbel. Ik zet mijn wilskracht en strijdvaardigheid in tegen het economisch kapitaal dat in Oisterwijk al te veel te dienst uitmaakt. Als het niet lukt, geven zij eigenlijk op.’

Volledig scherm
In 2009 week Jos Creusen met Groeten Uit Oisterwijk naar Den Boogaard in Moergestel uit. © john schouten / pve

Vanwaar die liefde voor de podiumkunsten? 

‘Het hele podiumverhaal is begonnen bij het open jongerenwerk in Moergestel. Nadat ik klaar was met de pedagogische academie heb ik van alles ondernomen: baantjes, onder andere bij jullie redactie, en vooral vrijwilligerswerk bij ‘t Tref. We organiseerden optredens van bands, regelden de contracten, deden de onderhandelingen met de gemeente, de public relations. Een prachtige tijd. De combinatie van het zakelijke en het creatieve vind ik erg boeiend.’ 

Cultuur met de paplepel binnengekregen? 

‘Nee, ik kom uit een gewoon Moergestels gezin. Ma thuis, pa in de schoenindustrie en opa ook. Pa was raadslid voor de Werknemerspartij en actief vakbondslid. Ik werkte achter de schermen van de Sociale Partij Moergestel (SPM). Mijn opa is heel belangrijk geweest. Hij vluchtte als 14-jarige tijdens de Eerste Wereldoorlog met twee broers uit België naar Nederland. Misschien ben ik daarom de vluchtelingenkant opgegaan. Ik heb taal en minderheden gestudeerd aan de KUB en taalprojecten voor allochtonen opgezet in Brussel en Leuven. Na negen jaar was ik België beu en vond ik werk bij het allochtonenlespunt in Gilze en Rijen, later in Oisterwijk. Sinds twee jaar werk ik bij bureau ICE (Inter Culturele Evaluatie) in Lienden in de Betuwe. Een full-time baan die ik niet meer kan combineren met al het werk voor GUO. Daarom wil ik in het reguliere werk gas terugnemen.’ 

Bitter gestemd? 

‘Dat kan er om heen hangen, maar alles wordt na enige tijd relatief. Ik zoek altijd weer nieuwe wegen en uitdagingen. Als GUO morgen voorbij is, blijf ik echt niet met een buil chips achter de tv zitten.’ 

Uw ondeugden?

‘Ik leef een vrij braaf leven. Men zegt dat ik alternatief ben.’ 

Dat is toch geen ondeugd?

‘Nee, maar ik ben het niet eens met dat stempel. Alternatief is alsof je wereldvreemd bent en niet participeert. Ik participeer juist te veel.’ 

In samenwerking met indebuurt Tilburg