Volledig scherm
Stijn Oosterling voor zijn voettocht naar Jeruzalem in 2003. © pve / ralph van de lisdonk

Stijn Oosterling, pelgrim te voet, trekt er weer opuit: nu met Rome in het vizier

TILBURG - Hij liep al eens van Tilburg naar Jeruzalem, dus draait Stijn Oosterling voor Rome als bestemming hand noch voet om. De 57-jarige pelgrim vertrekt binnenkort. 

Maar eerst komt hij naar Oisterwijk om over zijn ervaringen onderweg te vertellen aan de hand van foto's. 

Maandag 27 januari is Oosterling vanaf 14.30 uur te gast bij De Inloop aan de Kerkstraat 48. Entree 2 euro.

Over zijn pelgrimstochten en zijn werk als justitiepastor vertelde Oosterling zeven jaar geleden in het Brabants Dagblad: ‘Er is een permanente onrust in mij.’ 

‘Als passant ben ik in de cel te vertrouwen’

Als pelgrim weet Stijn Oosterling hoe eenzaamheid voelt. Als justitiepastor in Tilburg kan hij voor gevangenen een stip van hoop aan de horizon zijn.

Tom Tacken

Brabants Dagblad, 18 mei 2013

Stijn Oosterling (50) liep te voet van Tilburg naar Jeruzalem: een jaar en twee maanden lang. Hoe anders is het bestaan van de Belgische gevangenen die hij bijstaat als justitiepastor in de penitentiaire inrichting Tilburg, beter bekend als de Willem II-bajes.

Toen hij tien jaar geleden terugkwam van zijn pelgrimage nam hij zich voor het ritme van de natuur aan te houden. Thuis kreeg het kunstlicht snel weer de overhand, al probeert hij - man alleen in de binnenstad - nog altijd zo veel mogelijk onrust uit te sluiten. Geen tv in huis dus.

Het nieuws in Nederland ging de afgelopen weken over een Russische asielzoeker die zich verhing, vreemdelingen die zich in hun cel dreigen dood te dorsten en hongeren en illegalen die strafbaar worden gesteld.

“Dat is mij niet ontgaan. Een samenleving die de zwaksten laat vallen, is zelf in verval. En illegalen zijn de zwaksten, want ze hebben geen rechten. Vaak worden ze ook nog eens financieel uitgebuit. Denk aan de slachtoffers van mensenhandel, zoals jonge vrouwen die gedwongen in de prostitutie werken. Ik keur het strafbaar stellen van illegaliteit af. ‘Ik was een vreemdeling en je hebt me onderdak gegeven’, zegt Jezus.”

Toch heb je als justitiepastor te midden van vastgezette vreemdelingen moeten werken.

“In Rotterdam, waar ik op de bajesboten voor vreemdelingen heb gewerkt, worstelde ik inderdaad met mijn christelijke idealen. Ik herinner me de smalle gangpaden tussen de cellen en luchtkooien op de kade. Mensen die er apathisch bij zaten. Sommigen deden aan zelfverminking of werden suïcidaal. Gelukkig zijn die boten verleden tijd, maar nog altijd komen vreemdelingen in detentie terecht.”

Een man die te voet de wijde wereld in trekt, moet een hekel aan gevangenschap hebben.

“Ik heb er eerder een dubbel gevoel bij. Voor veel gedetineerden is het goed dat ze een tijd weg zijn uit hun vertrouwde omgeving. Ik vind het jammer als gevangenen de tijd niet gebruiken voor zelfreflectie of berouw. Langdurige vrijheidsstraffen zijn niet effectief. Op enig moment komen gevangen weer terug in de maatschappij, waar ze van vervreemd zijn. Ik zie meer in kortere straffen met intensieve scholing, begeleiding en therapie. De scheidslijn tussen goed en kwaad loopt door ieder mens heen. Misdaden komen vaak voort uit onvermogen. In Nederland hebben we de traditie dat gevangenen niet alleen hun staf uitzitten, maar ook begeleid worden naar een nieuwe start. Dat is in het buitenland niet vanzelfsprekend. De Belgische gedetineerden worden in Tilburg met respect en veel persoonlijke aandacht bejegend.”

Toch dreigt sluiting in Tilburg.

“Het hangt ervan af of de Belgen verder met ons willen. Ik hoop het. Zo hebben we in Tilburg positieve ervaringen opgedaan met een-, twee- en achtpersoonscellen. Niet iedereen is geschikt om in een groepscel te leven. Maar veel mensen komen juist in een groepscel beter tot hun recht. Ze zijn samen verantwoordelijk voor de gang van zaken en de sfeer in de cel. Ze corrigeren elkaar en leren van elkaar.”

De gevangenissen die je in Zuidoost-Azië als vrijwilliger namens de stichting Epafras hebt bezocht, zijn van een andere orde.

“Overbevolkt, slecht eten, beroerde hygiënische omstandigheden. Medische zorg is er ook zeldzaam, met luizen, schurft en ook open tbc als gevolg. Je kon iemand de eerste keer in blakende gezondheid aantreffen en een halfjaar later lagen zijn tanden er door vitaminegebrek uit. De meeste Nederlanders daar zaten er voor drugszaken. Sommigen waren strijdvaardig en opstandig, anderen leken eerder te berusten.Wie geld heeft, kan er alles kopen, dat wel.”

Wat heeft een justitiepastor een gevangene te bieden?

“Heel veel. Vaak ben je de stip aan de horizon die hoop brengt. Gevangenen komen vrijwillig bij de geestelijke verzorging. Wat ze tegen mij vertellen, blijft onder ons. Dat is heilig. Meestal gaan onze gesprekken over relaties. Iedereen wil daarmee in het reine komen. Hetzelfde verhaal kan vaak terugkeren, maar steeds verandert er dan iets. Alleen wat belangrijk is, blijft over. God speelt soms een rol, soms niet. Het kan over koetjes en kalfjes gaan, maar wroeging speelt meestal tussen de regels door. Ik denk dat het later pas echt aan de oppervlakte komt, als mensen ouder worden. Ik zie vaak schuldgevoel ten opzichte van hun eigen familie. Ze beseffen dat die ook slachtoffer zijn. Er wordt veel verzwegen. Naar buiten toe is papa lang op reis.”

Hoe zag je eigen jeugd in Tilburg eruit?

“Ik kom uit een warm nest, waarin de kerk ook een belangrijke rol speelde. De dag van de eerste communie: glunderend op mijn nieuwe fiets door de straat. Mijn lagere school en mijn kerk in de wijk ‘t Zand zijn allebei afgebroken. Dat is iets om weemoedig van te worden. Ik ging werken in een winkel, tot ik op mijn 27ste voelde dat mijn levensvervulling ergens anders lag. Veertien jaar heb ik over mijn studie theologie gedaan. In die periode heb ik ook als vuilnisman gewerkt. Ik krijg nog een gelukzalig gevoel als ik de geur van een vuilniswagen opsnuif. Wie de boel opruimt, houdt daar een opgeruimd gevoel aan over.”

En toen werd de theoloog een pelgrim. Niet vanzelfsprekend, toch?

“Ik heb overwogen om het klooster in te gaan. Franciscus sprak me vooral aan. Iemand die zichzelf helemaal weg wist te cijferen. Maar een kloosterleven lag me toch niet. Ik moet in beweging blijven. Vandaar ook die pelgrimages. Je gaat er trager door leven. Lopend, dag in dag uit, heb je de kans om helemaal door jezelf heen te gaan, om keer op keer al je gedachten te overdenken, tot je helemaal leeg bent. Dan zie je pas echt wie je bent. Dat geeft rust en vertrouwen.”

En brengt geloof?

“Een godservaring is een momentopname. Midden in Turkije heb ik er een gehad. In de bergen had ik mijn tentje opgezet. Ik zag beneden een boer en een herder. De zon ging onder. De boer ging weg, de herder ging weg. En ineens was het volmaakt stil. Nog nooit meegemaakt. Tot mijn ergernis hoorde ik in de verte toch iets dreunen, een trommel of zo. Het duurde even voor ik doorhad waar dat geluid vandaan kwam. Het was mijn eigen hartslag. ‘Ik ben het leven dat in jou klopt’, zei God tegen me. Maar altijd komen de twijfels weer. En dat is goed. Het gaat om het zoeken, niet om het vinden.”

Je zult een opvallende verschijning zijn geweest.

“Hoe oostelijker, hoe gastvrijer de mensen, is mijn ervaring. ‘Mijn neef heeft me al over jou gebeld’, kwamen ze me in het volgende dorp in Turkije of Syrië al tegemoet. In Duitsland en Oostenrijk sliep ik vaak op een kerkhof: prachtige plek om te slapen. Het beeld van die graflichtjes in het donker. Maar hét grote voordeel van een kerkhof is dat je er altijd vers drinkwater hebt.”

Nooit eenzaam gevoeld?

“Zo eenzaam dat ik er bijna gek van werd. Maar als ik dan weer in de bewoonde wereld kwam, kon ik er weer even tegen. Dat heeft me ook sterk gevormd. Ik verveel me niet snel. Het heeft na mijn tocht naar Jeruzalem wel lang geduurd voor ik me weer echt thuis voelde. Met het vliegtuig keerde ik terug. Drie uur vliegen tegen meer dan een jaar lopen. Mijn ziel kwam me te voet achterna. Ik blijf ervan dromen weer op weg te gaan. Ooit wil ik nog via Noord- Afrika naar Jeruzalem lopen. Er is een permanente onrust in mij.”

Een pelgrim is een schim die komt en gaat.

 “Ja, en dat is denk ik ook een reden waarom mensen voor je openstaan. Vlak bij Regensburg ontmoette ik een oude Duitser die me zijn levensverhaal vertelde, vooral wat hij in de oorlog had meegemaakt. ‘Ik ben nu al veertig jaar getrouwd, maar dit heb ik mijn vrouw nog nooit verteld’, zei hij. ‘Aan jou kan ik het kwijt, want jij bent zo meteen toch weer weg.’ En zo werkt het denk ik ook met de gedetineerden. Als hun tijd erop zit, zie ik ze niet meer. Ik ben een passant voor ze. Zo iemand is te vertrouwen.”

In samenwerking met indebuurt Tilburg