Volledig scherm
Het gebouw van de New York Times © EPA

China hackte computers van New York Times

Chinese hackers hebben de afgelopen vier maanden herhaaldelijk ingebroken op de computernetwerken van de New York Times. Dat heeft de krant donderdag gezegd. De hackers maakten de inloggegevens van verslaggevers buit en waren in de computers op zoek naar bestanden over een onderzoek naar de rijkdom die is vergaard door de Chinese premier Wen Jiabao.

In een verklaring zei de New York Times dat veiligheidsexperts de aanvallen op de computers hebben weten terug te leiden tot China. De hackers maakten gebruik van een methode die ook bij eerdere cyberaanvallen uit China werd ingezet. Eerst werden computers van Amerikaanse universiteiten overgenomen en besmet met kwaadaardige software. Vervolgens werd via deze computers de aanval op de computers van de Times ingezet. Eerder werden op deze manier ook Amerikaanse beveiligingsbedrijven aangevallen.

Onderzoek
De aanval op de computers van de Times, die ongeveer half september begon, viel samen met een onderzoek dat de krant deed naar de ongeveer anderhalf miljard euro die het gezin en de verwanten van de Chinese premier Wen Jiabao hebben vergaard. Het onderzoek, dat 25 oktober werd gepubliceerd, zette de leiding van de Chinese Communistische Partij in het hemd.

Uiteindelijk wisten de hackers de inloggegevens van alle medewerkers van de krant buit te maken. Deze gegevens werden gebruikt om op 53 computers in te loggen. Gegevens over het onderzoek van de Times bleven desalniettemin uit handen van de hackers en ook de gegevens van abonnees werden niet gestolen. 'Experts hebben geen bewijzen aangetroffen dat gevoelige e-mails of bestanden aangaande onze verslaggeving over de familie Wen werden geopend, gedownload of gekopieerd', aldus hoofdredacteur Jill Abramson.

Hacken
Het Chinese ministerie van defensie wilde tegenover persbureau AP niet reageren. Tegenover de Times zei het ministerie dat de Chinese wet hacken en andere daden die schade toebrengen aan de internetveiligheid verbiedt. Het ministerie noemde de aantijgingen van 'cyberaanvallen zonder hard bewijs onprofessioneel en ongegrond'.