Volledig scherm
PREMIUM
Liesbeth Maas, districtchef van de politie Utrecht, en Rob van Bree, hoofd operaties binnen de eenheidsleiding van de politie. © Angeliek de Jonge

'Agenten zagen bij een slachtoffer dat de telefoon maar bleef afgaan. Dat is heel moeilijk’

Aanslag UtrechtAl direct heeft hij het gevoel dat er iets niet pluis is. Dit is geen gewone liquidatie, denkt Rob van Bree (41) als hij in de ochtend van 18 maart hoort dat er is geschoten in een tram op het 24 Oktoberplein in Utrecht. Het hoofd operaties van de politie Midden-Nederland pakt meteen de telefoon en belt met de recherchechef en algemeen commandant van het crisisteam. Direct daarna wordt hij zelf gebeld. ,,De meldkamer. Ze werden daar overspoeld met telefoontjes.’’ Dan is duidelijk dat zijn gevoel klopt. ,,Het is echt groot.” Het begin van een dag die z’n weerga niet kent.

Eerder die ochtend begon Van Bree nog relatief routineus. ,,Met het team namen we de voorgaande week door. Het was druk geweest, met de ongeregeldheden na een jongerenruzie op Urk. Direct daarna nam ik de pikettelefoon over. Mijn collega zei: ‘Ik hoop dat het een rustigere week wordt’. Het is eigenlijk een soort ongeschreven regel dat je dat niet zegt, want dan roep je het over jezelf af.’’

In samenwerking met indebuurt Utrecht

Utrecht