Volledig scherm
De polder Rijnenburg ten zuidwesten van Utrecht, waar over enkele jaren mogelijk windturbines en zonnepanelen staan. © Marnix Schmidt

Alles wat je moet weten over 'energiepolder' Rijnenburg

Nieuwegeiners en ook inwoners van De Meern vrezen in navolging van Houtenaren de komst van windturbines naar de polder Rijnenburg, in de linker oksel van knooppunt Oudenrijn. Ze zijn bang voor horizonvervuiling, maar veel meer nog voor bewegende schaduwen van de wieken en geluidsoverlast. 

Utrecht wil de polder de komende vijftien jaar benutten om energie op te wekken met zon én wind. Na 2030 is het de bedoeling er huizen te bouwen. Op 6 juli beslist de gemeenteraad van Utrecht over de voorwaarden voor uitwerking van de plannen. Daarvoor hebben zich tot nu toe twee kandidaten gemeld: Eneco en energiecoöperatie Rijne Energie. Dit moet je weten over het project.

Waarom een 'energielandschap'?

De naam drukt uit dat de stad energie en het landschap zo goed mogelijk wil combineren. Utrecht wil in 2030 energieneutraal zijn: onafhankelijk van fossiele brandstoffen zoals aardgas, olie en steenkool. Stroom die hiermee opgewekt is, is dan ook taboe. In de stad verschijnen al steeds meer zonnepanelen, maar bij elkaar is nog maar een schamele 3 procent van de verbruikte energie in de stad duurzaam opgewekt. Met een energielandschap kan een flinke stap gezet worden. De gemeente wil zich niet vastleggen op een doelstelling. Rijne Energie spreekt wel een ambitie uit: stroom voor 60.000 huishoudens, ofwel een kwart van het huishoudelijk gebruik in de stad Utrecht.

Hoe groot is die polder eigenlijk, en hoeveel molens en zonnepanelen kun je daar kwijt?

De polders Rijnenburg en Reijerscop zijn zo'n duizend hectare groot. Daarbij horen ook de oostelijke en westelijke Nedereindse Plas. Rekenkundig passen in het gebied wel 30 windturbines, binnen de wettelijke normen 18. Dergelijke aantallen komen echter nergens in de plannen voor. In de meeste schetsen gaat het om vijf tot tien exemplaren. Rijne Energie spreekt over bijvoorbeeld 100 hectare, ofwel 10 procent van het gebied voor zonnepanelen. Daarmee kan voor 30.000 huishoudens stroom worden opgewekt. De coöperatie wil nog eens dezelfde hoeveelheid uit wind halen. Daarvoor zijn zeven tot tien windmolens nodig.

Wat zijn de meest logische plekken?

Bewoners van de aangrenzende wijken van Nieuwegein en De Meern zien de bijna 150 meter hoge turbines liefst zo ver mogelijk bij hen vandaan: naar het westen, richting Montfoort. De provincie Utrecht kiest ervoor de molens vaak te situeren langs snelwegen. Dat verstoort het landschap minder, er wonen doorgaans weinig mensen en het turbinegeluid gaat op in het snelweglawaai, is de gedachte.

Van wie is de grond?

De plaatsing van turbines en zonnepanelen is niet alleen afhankelijk van inspraak en het politiek proces, maar ook van de medewerking van de grondeigenaren. Dat zijn er in Rijnenburg en Reijerscop circa 70, deels boeren, maar ook beleggers en projectontwikkelaars die vijftien jaar geleden al grond kochten in de hoop ooit bij woningbouw daarop flinke winst te maken. De vraag is of zij windmolens en zonnepanelen ook zien zitten.  Volgens de gemeente Utrecht telt het gebied 23 van deze zogeheten 'ontwikkelende eigenaren' die 70 procent van de grond in handen hebben.

Waarom maar voor vijftien jaar? En dan? Afbreken? Is dat geen kapitaalvernietiging?

De plannen worden gemaakt voor vijftien jaar omdat de subsidieregeling zo lang geldt. Het is niet gezegd dat de turbines daarna weer verdwijnen. Eneco schat de levensduur in op vijfentwintig jaar, Rijne Energie houdt het op twintig jaar. Daarna lopen de onderhoudskosten te veel op. Misschien dat dan deze turbines verdwijnen, mogelijk worden ze opgevolgd door nieuwe. Zeker is slechts dat de behoefte aan duurzame energie ook over twintig jaar nog onverminderd groot is. Terug naar kolen en gas is geen optie.

Politieke partijen, van links tot rechts, dringen aan om de woningbouw niet uit het oog te verliezen en willen rond 2030 bouwen in Rijnenburg. Gaat dat samen met het energielandschap?

Volgens Rijne Energie wel, maar het is een kwestie van puzzelen, want ook in de nieuwbouw gelden de wettelijke normen. Een woordvoerder van de gemeente Utrecht voegt eraan toe dat het gemakkelijker is een woonwijk in buurt van windmolens te ontwikkelen dan andersom: de toekomstige bewoners weten van meet af aan hoe hun omgeving eruitziet.

Opmerkelijk: zonnepanelen op de Nedereindse Plas. Waarom?

Zonnepanelen op de Nedereindse Plas bieden grote voordelen: het water reflecteert extra zonlicht en omdat de panelen drijven kunnen ze gedurende de dag zo gedraaid worden dat ze het hele etmaal optimaal naar de zon gericht zijn. Daardoor hebben ze een hoger rendement. Het is bovendien een nuttige bestemming voor een waterplas die als voormalige stortplaats lastig een recreatieve bestemming kan krijgen.

In samenwerking met indebuurt Utrecht

Utrecht