Volledig scherm
Joop Kromwijk met zijn vriendin Petra Vaessen voor de nieuwe boerderij. De oude brandde 50 jaar geleden af. © William Hoogteyling

'Als het onweert, zie ik die enorme brand weer als een film voorbijtrekken'

Vijftig jaar geleden werd de kapitale boerderij van Albert en Janna Kromwijk na een blikseminslag volledig in de as gelegd. ,,19 juli 1967 is een dag om nooit te vergeten'', zegt zoon Joop, die toen acht was.

,,Zeker wanneer er zware onweersbuien worden voorspeld, zie ik als in een film de enorme brand en de grote puinzooi van toen voorbijtrekken'', zegt de 58-jarige Joop Kromwijk. Samen met zijn vriendin Petra Vaessen woont hij in de boerderij die na de brand destijds in ijltempo voor het dakloze gezin werd gebouwd. ,,Natuurlijk is het jammer dat die monumentale boerderij toen is afgebrand. Zo'n grote boerderij met een dubbele kluiskelder vind je nergens in deze streek. Maar hier op de Dwarsdijk woon ik toch mooier.''

Het donderde en bliksemde urenlang in die bewuste nacht. Van grote afstand waren de brandweercommandanten van Wijk bij Duurstede en Schalkwijk ooggetuigen van het naderende onheil. Zij waren uitgerukt voor een brand op de Lekdijk. Om tien voor drie in de nacht zagen ze een indrukwekkende vuurbal door de lucht vliegen. Gevolgd door een inslag. 

Quote

Gelukkig was iedereen uit bed tijdens het onweer. Anders was de ramp niet te overzien geweest.’’

Joop Kromwijk, over de verwoestende blikseminslag van 50 jaar geleden.

Ondergang

De brandweermannen van Cothen en Langbroek stonden voor de onmogelijke klus de boerderij van Kromwijk van de ondergang te redden. Er was geen bluswater in de buurt. De sloten stonden droog. De afstand tot het Amsterdam-Rijnkanaal was eenvoudigweg te groot om hieruit water naar de vuurzee te pompen. Dus moesten er hydranten geplaatst worden op de waterleiding. Voordat er flink geblust kón worden, was de boerderij al verloren. Van de afgebrande boerderij is bovengronds niets meer te zien. De machtige kelders die vol gestort zijn met puin, liggen bedolven onder een laag klei.

Volledig scherm
Op 19 juli 1967 werd de boerderij van Albert en Janna Kromwijk na een blikseminslag volledig in de as gelegd. © Van Amerongen Wim

Joop: ,,Als het ’s nachts onweerde, was het bij ons de gewoonte dat we naar beneden gingen totdat het onweer over was. Gelukkig had mijn moeder ook de twee neefjes die bij ons logeerden, uit bed gehaald. Anders was de ramp niet te overzien geweest.’’

In de loop van die ochtend boden de buren - de familie Van Amerongen - onderdak aan het dakloze gezin. Dochter Corry moest haar kamer afstaan totdat er een bouwkeet beschikbaar kwam voor Albert, Janna en Joop. Buurman Willem van Amerongen, die tevens  aannemer was, begon binnen een week een nieuwe boerderij te bouwen. 

Vergunning

Joop heeft het kasboek met daarin uitgaven voor bier en jenever bewaard. Joop: ,,Iedere vrijdag om 12 uur ging mijn vader met een krat bier en een fles jenever naar de bouw. Door bouwvakkers te trakteren werken ze harder, wist hij. Dat klopte. De stallen waren in november al klaar, het woonhuis op 20 december. Dat was de dag dat bij de aannemer de bouwvergunning in de brievenbus lag.'' 

Niemand in Cothen maalde erom dat loco-burgemeester Cob Balk de boerderij zonder vergunning had laten bouwen. Iedereen in het dorp onderkende de noodzaak ervan.

In samenwerking met indebuurt Utrecht

Utrecht