Volledig scherm
Het pronkstilleven van Davidsz. Heem dat vanuit het centraal Museum in Utrecht terug moet naar de erven Jacob Lierens. © OCW

Centraal Museum moet schilderij teruggeven aan erven Jacob Lierens

Het Centraal Museum in Utrecht moet het schilderij Pronkstilleven van Jan Davidsz. de Heem  (1665-1670) teruggeven aan de erven van Jacob Lierens. Dat heeft de zogeheten Restitutiecommissie geadviseerd aan de minister van OCW. Die heeft dat advies overgenomen.

Het werk is in beheer bij  de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en hangt in bruikleen in het centraal Museum. Schilder De Heem werd in 1606 in Utrecht geboren en keerde rond 1665 voor een aantal jaren terug naar zijn geboortestad. Het Pronkstilleven dateert uit die periode kan kan dus heel goed in Utrecht gemaakt zijn.

Ook het schilderij Elegant gezelschap in een Hollandse renaissancezaal van Dirck Franchoisz Hals en Dirck van Delen moet vanuit het Frans Halsmuseum terug naar de oorspronkelijke eigenaars. Dat zijn de erven van de joodse Jacob Lierens die zijn werken in 1941 in opdracht van de Duitsers moest laten veilen.

De twee werken maken deel uit van de Nederlands Kunstbezit-collectie (NK-collectie) die  kunstwerken omvat die na de Tweede Wereldoorlog door de Nederlandse Staat in beheer zijn genomen met de uitdrukkelijke opdracht deze – zo mogelijk – terug te geven aan de rechthebbenden of hun erfgenamen.

Gedwongen verkoop

Op basis van in deze zaak verrichte onderzoek is de Restitutiecommissie tot de conclusie gekomen dat beide schilderijen eigendom waren van Jacob Lierens en door hem ter veiling zijn aangeboden in oktober 1941. De verkoop van kunstwerken door een joodse particulier ten tijde van de Duitse bezetting wordt beschouwd als een gedwongen verkoop, tenzij nadrukkelijk anders blijkt. Dat is volgens de commissie niet het geval.

De commissie heeft de minister op grond van de aangetoonde eigendomsrechten en de onvrijwillige verkoop geadviseerd beide schilderijen te restitueren aan de nazaten van Lierens. Directeur Bart Rutten van het Centraal Museum benadrukt in een reactie zeer achter de uitspraak van de commissie en het besluit van de minister te staan. ,,Ik ben het ontzettend eens met de teruggave. Het werk is ook nooit ons eigendom geweest. We hebben er zestig jaar van kunnen genieten en de komende weken kan dat ook nog. Het wordt zeker niet maandag meteen ingepakt.”

Volgens Rutten zijn de contacten met de kleinkinderen Lierens goed en staat begin juli overleg met hun advocaat gepland. We gaan goed luisteren wat de mogelijkheden zijn. Daarbij staan alle opties open: van opname in het privéfamiliebezit, voortzetten van bruikleen of zelfs aankoop door de staat of het centraal Museum zelf.  Rutten wil geen concrete prijs aan het schilderij hangen, maar die telt in elk geval zes nullen, zoals hij het formuleert. ,,Als we zouden  willen aankopen, dan moeten we nadenken hoe daarvoor de benodigde fondsen te werven.”

Het Pronkstilleven hangt sinds 1948 in Utrecht. ,,Het zou een enorm gemis zijn als het weg gaat,” aldus Rutten. 

In samenwerking met indebuurt Utrecht

Utrecht