Volledig scherm
Lisanne van Sadelhoff. © Marco de Swart

De magische uitwerking van een atletiekbaan op Lisanne

ColumnOp een atletiekbaan staan, doet iets met een mens. Je hoeft maar je schoenen op die oranjebruine, belijnde ondergrond te zíen of je voelt je de fitste, sportiefste en snelste persoon op aarde.

Dat ervoer ik toen ik woensdag met wat sportmaatjes van mijn hardloopclub voor het eerst meedeed met de Zomeravondcup op de atletiekbaan in Overvecht. Ons doel was vijf kilometer lopen in dertig minuten. We hadden een fijne haas - iemand die continu één tempo loopt - dus het zou goed komen.

Met het inlopen had ik, huppelend over die witte lijnen, nog geroepen dat ik zó snel zou gaan, dat ik naar de sterren zou vliegen. Zodra we de baan verlieten en Overvecht in liepen, besefte ik dat de enige sterren die ik zou zien, voor mijn ogen zouden dansen.

Tijdens de eerste kilometer voelde het alsof de kip uit mijn salade weer tot leven was gewekt en vastberaden via mijn slokdarm zijn vrijheid tegemoet kroop. De tweede kilometer hijgde ik als een oud paard - ik wist niet dat ik het in me had - en had ik het ernstige vermoeden dat één van mijn longen het had begeven. Tijdens kilometer drie mompelde ik in mijn hoofd bij elke voetstap een lettergreep van mijn twee favoriete scheldwoorden: kut-zooi, klo-te. Na vier kilometer wilde ik de vrijwilliger langs de kant die zei 'kom op, tandje erbij' met m'n blote handen wurgen. Ware het niet dat ik daar geen greintje puf meer voor had, omdat ik al bezig was met mijn eigen doodsstrijd.

Quote

Tijdens kilometer drie mompelde ik in mijn hoofd bij elke voetstap een letter­greep van mijn twee favoriete scheldwoor­den: kut-zooi, klo-te

Om te voorkomen dat ik ter plekke zou sterven in de berm in Overvecht, klampte ik een wielrenner aan die langs de kant stond. Hij pakte me vast en zei: ,,Meis, drink wat uit mijn bidon." Citroenwater en naastenliefde, mijn levenselixer. Ik sjokte naar mijn groepje en mijn haas - de steken in mijn zij liet ik bij hem achter.

Maar ook die allerlaatste kilometer verdiende ab-so-lúút geen schoonheidsprijs - ik zag zelfs een professionele fotograaf subtiel zijn lens afwenden toen ik eraan kwam denderen. Maar toch: ik finishte. Binnen 28 minuten. Met mijn voeten op de oranjebruine, belijnde ondergrond. Per direct was mijn defecte long spontaan hersteld, de kip teruggekropen richting mijn maag en mijn paardengehijg en scheldkanonnades hadden plaatsgemaakt voor trots. 

Zoals ik al zei: op een atletiekbaan staan, doet iets met een mens.

In samenwerking met indebuurt Utrecht

Utrecht