Volledig scherm
De ravage na de aanrijding in Nieuwegein waarbij de 8-jarige Milan om het leven kwam. © Koen Laureij

Dronken, veel te hard en slingerend door rood is voor rechter niet altijd roekeloos

Straffen in het verkeer pakken vaak veel lager uit dan in het ‘gewone’ strafrecht. Maar waarom is dat eigenlijk zo?

De Utrechtse rechtbank die woensdag de 56-jarige Nieuwegeiner Cor B. veroordeelde tot 4 jaar cel voor het roekeloos doodrijden van de 8-jarige Milan, sloot in elk geval aan bij de trend naar zwaardere straffen in het verkeer en de wetswijziging hierover die juist twee weken geleden in de Tweede Kamer is aangenomen.

B. reed op 10 maart dronken en onder invloed van medicijnen met ruim 130 kilometer per uur door een al lang op rood staand verkeerslicht. Daardoor botste hij op de auto van een Houtense familie. De jongste zoon Milan bezweek een halve dag later aan zijn verwondingen, zijn broertje en zijn moeder raakten zwaargewond.

Vooral bij nabestaanden en slachtoffers van ernstige verkeersongelukken bestaat veel onbegrip over de hoogte van straffen in het verkeer. In het ‘gewone’ strafrecht staat op doodslag 15 jaar en op een poging daartoe nog altijd maximaal 10 jaar. Verklaring van het verschil zit er vooral in dat in het verkeer opzet doorgaans niet aan de orde en ook moeilijk te bewijzen is. Slechts wanneer iemand met een auto heel duidelijk op een ander inrijdt, kan van (poging) tot doodslag sprake zijn.

Hoogste categorie

Net als in de zaak tegen B. spitst de discussie in aangrijpende verkeerszaken zich vaak toe op het begrip roekeloosheid, de hoogste categorie van verwijtbaarheid in het verkeersrecht, met de hoogste straffen: maximaal 6 jaar. Waar in de volksmond het gedrag van B. met weinig twijfel als roekeloos kan worden aangeduid, stelt de rechter daaraan veel hogere eisen. Zo zou bijvoorbeeld bij een straatrace met wedstrijdelement  voor de wet duidelijk sprake zijn van roekeloos rijden. Te hard rijden of onder invloed van alcohol of drugs zijn dat niet, ook al leveren ze wel extra straf op.

Zo werd Mohamed Ben J. die op 25 juli 2011 op de Cartesiusweg in Utrecht een man doodreed en een ander zwaar verwondde ook in hoger beroep wél veroordeeld wegens roekeloos rijden. Doodslag of poging daartoe werd door rechtbank en hof verworpen, omdat niet hardgemaakt kon worden dat het de bedoeling van de coureur was geweest slachtoffers te maken. Hij kreeg 4 jaar cel, waarvan 1 jaar voorwaardelijk opgelegd met een opvallend lange rijontzegging van acht jaar.

Volledig scherm
De ravage na de aanrijding op de A2 nadat een zwaar gedrogeerde automobilist met hoge snelheid tegen de auto van Ricardo van Jaarsveld was gereden. © Koen Laureij

Neil van der L. die op 30 december 2015 gedrogeerd met snelheden over de 200 kilometer per uur zigzaggend over de A2 reed en bij Maarssen met fatale gevolgen op de auto van Ricardo van Jaarsveld botste, werd volgens dezelfde redenering vrijgesproken van doodslag. Maar ook roekeloosheid achtte de rechtbank niet bewezen en Van der L. kreeg tot ontzetting van slachtoffers en nabestaanden een celstraf van 3 jaar opgelegd. Het gerechtshof deed daar in hoger beroep wel weer een jaar bovenop. Dat achtte roekeloosheid ook niet van toepassing. ‘De grenzen zijn niet altijd makkelijk te trekken, toch moet dit gebeuren. Het hof oordeelt dat verdachte erg onvoorzichtig heeft gehandeld, maar niet met opzet en niet roekeloos’, aldus het hof in Arnhem.

Volledig scherm
Twee traumahelikopters op de A44 bij Nieuw Vennep kort na het ongeluk waarbij een Houtens echtpaar om het leven kwam. © Josh Walet

Ook de rijstijl van Leon Z., die op 6 oktober vorig jaar bij Nieuw Vennep op de A44 een Houtens echtpaar doodreed, werd door de rechtbank in Haarlem niet beoordeeld als roekeloos. Hij reed veel te hard en onder invloed van diverse drugs en was voor soortgelijke zaken eerder veroordeeld. De rechtbank veroordeelde hem tot 4 jaar cel en vijf jaar niet autorijden.

Aanknopingspunten

Christian van Dijk, raadsman van Nieuwegeiner Cor B., liet gisteren in een reactie op het vonnis weten aanknopingspunten te zien voor hoger beroep. ,,Hij is nu veroordeeld voor roekeloos rijden, maar daar is meer voor nodig dan hij gedaan heeft. Dan moet je wel dragracen tegen het verkeer in. Nu is mijn cliënt gestraft voor iets wat hij niet heeft gedaan.’’ B. beraadt zich nog op een hoger beroep. De nabestaanden van Milan riepen hem op de zaak in hun belang te laten rusten.

De discussie over al dan niet roekeloos rijden verandert mogelijk met ingang van 2020, als ook de Eerste Kamer de aanpassing in de Wegenverkeerswet goedkeurt waarmee de Tweede Kamer op 18 juni instemde. Daarbij wordt een aantal overtredingen expliciet benoemd als roekeloos, zoals rijden over de vluchtstrook, door rood licht, maar ook bellen achter het stuur.

Het Fonds Slachtofferhulp is tevreden over de wetswijziging en hoopt dat die ongeschonden door beide kamers komt. ,,Zodat in de toekomst geen onduidelijkheid meer bestaat over de betekenis van het begrip roekeloosheid en iemand die roekeloos rijgedrag laat zien door onaanvaardbare risico’s te nemen ook een passende straf krijgt.’’

In samenwerking met indebuurt Utrecht

Utrecht