Volledig scherm
Polder Rijnenburg ten zuidwesten van Utrecht. © Marnix Schmidt

Elf windmolens en 227 hectare zonnepanelen in Rijnenburg en Reijerscop

Maximaal elf windmolens en ruim 227 hectare zonnepanelen. Daarvoor willen burgemeester en wethouders van Utrecht ruimte bieden in het zogeheten energielandschap in de polders Rijnenburg en Reijerscop. GroenLinks-wethouder Lot van Hooijdonk (Energie) heeft dat vanochtend bekendgemaakt.

Het college probeert met het voorstel de beste elementen uit zes gepubliceerde scenario’s te combineren. Het gaat uit van een ‘zevende scenario’ met de meeste energie-opbrengst, echter gecomprimeerd in een kleiner gebied. Daardoor komen de molens, met een tophoogte van 225 meter, iets verder van woonwijken te staan: op ten minste 800 meter afstand van de woonwijken van De Meern, Nieuwegein en IJsselstein. Dat is verder dan wat wettelijk minimaal wordt voorgeschreven. 

Vanuit de omliggende wijken is de afgelopen jaren fel geprotesteerd tegen vooral de windmolens. Bewoners vrezen overlast door geluid, slagschaduw en horizonvervuiling. Met het oog op die zorgen, stelt het college extra voorwaarden om geluid en slagschaduw te beperken. Ook wil het dat een deel van de opbrengst ten goede komt aan bewoners van het gebied en omwonenden. Bewonersorganisatie Buren van Rijnenburg en Reijerscop, die zich verzet tegen windmolens, wil het voorstel eerst goed bestuderen alvorens te reageren.  

De windmolens en zonnepanelen moeten ten minste vijftien jaar blijven staan en leveren volgens Van Hooijdonk bij elkaar genoeg energie op voor 96.000 huishoudens. ,,Dat is bijna 10 procent van de huidige vraag naar warmte en elektriciteit in Utrecht en tien keer zo veel duurzame energie als nu geproduceerd wordt in de gemeente.” Volgens Van Hooijdonk start de uitvoering op z’n vroegst in 2021 en zou in 2022 de eerste opgewekte energie uit de polder gebruikt kunnen worden. 

Beperken

Omdat, als het aan het college ligt, de molens en panelen in het noorden en in het hart van de polder komen, blijft er in het zuiden ruimte om eventueel vanaf 2030 gefaseerd te beginnen met de bouw van woningen. De keuze om de polder al dan niet als woningbouwlocatie aan te wijzen, wordt echter pas op een later moment gemaakt door het college. Van Hooijdonk zegt hierover dat ‘het álles of niets is’. ,,Kortom, áls we hier gaan bouwen doen we het grootschalig óf we doen het niet.”

Van Hooijdonk spreekt van een conceptvoorstel waarover de omliggende gemeenten, omwonenden en belanghebbenden nog worden geraadpleegd. Nog voor de zomer wil Van Hooijdonk een definitief voorstel voorleggen aan de gemeenteraad. Daarna krijgen projectontwikkelaars en initiatiefnemers de gelegenheid de geboden ruimte in te vullen. Pas daarna zal blijken hoe het energielandschap er in de praktijk uit gaat zien. In het voorstel van het college wordt ook rekening gehouden met een roeibaan. 

In samenwerking met indebuurt Utrecht

Utrecht