Volledig scherm
Directeur Buijs: 'Je kunt het nooit goed doen.' © AD/Marnix Schmidt

Geldmuseum dicht, personeel blijft achter met stevige kater

UtrechtHet Geldmuseum heeft nooit een eerlijke kans gehad, zegt directeur Heleen Buijs. Ze vindt het doodzonde dat het museum, dat in 2007 nog voor 11 miljoen werd verbouwd, nu dicht moet.

Het contrast is deze week levensgroot bij het Geldmuseum aan de Leidseweg. Terwijl een halfuur voor de opening ongeduldige bezoekers voor de deur staan te wachten om nog eenmaal de collectie te bezichtigen, tillen medewerkers van het museum binnen grote verhuisdozen naar de lift.

De 400.000 stukken uit de collectie worden ingepakt en gereed gemaakt voor verhuizing naar De Nederlandsche Bank in Amsterdam en het Penningkabinet in Leiden. 'Het is nauwelijks te bevatten,' zegt huismeester Skip Roothans. 'Het is stervensdruk in het museum, maar we moeten dicht. Dat voelt niet goed.'

Diepe treurnis
De mededeling in mei van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) dat het Geldmuseum dicht moest, zorgde voor diepe treurnis bij Buijs en haar medewerkers. Een politieke lobby in de Tweede Kamer haalde niets uit. Alleen het CDA en D66 wilden de helpende hand toesteken.

Het ministerie van OCW vindt dat het Geldmuseum te klein is geworden. 'We moesten meer uitgaan van onze eigen muntcollectie. Maar dat is veel te specialistisch. Daar trekken we geen 65.000 bezoekers mee zoals nu. Je kunt het nooit goed doen,' verzucht Buijs, die juist een jaar eerder een forse sanering doorvoerde om het Geldmuseum levensvatbaar te houden. Sinds haar komst in 2009 was directeur Buijs vooral druk met brandjes blussen.

Ingewikkelde situatie
Op haar werkkamer op de zolder van het museum doet ze uitgebreid verslag van de ingewikkelde situatie waarin het Geldmuseum de afgelopen jaren verkeerde. Het ministerie van Financiën, een van de drie eigenaren, heeft volgens haar nooit echt belangstelling gehad voor het Geldmuseum.

'We gaan werken aan de liquidatie van het Geldmuseum, zo luidde de mededeling van het ministerie,' licht Buijs toe. 'Ook OCW heeft geen poot voor ons uitgestoken en halveerde onze subsidie.' Alleen mede-eigenaar De Nederlandse Bank heeft zich volgens Buijs in de loop der jaren een betrokken eigenaar getoond.

Meer huur dan subsidie
Het Geldmuseum ontving jaarlijks 1,7 miljoen euro subsidie. 'Maar bijna 1 miljoen betaalde we aan huur aan het ministerie van Financiën,' merkt ze op. 'Het ministerie verdiende meer aan onze huur dan dat het subsidie verleende.' Ondanks deze financiële wurggreep voldeed het Geldmuseum ruimschoots aan de normen die aan musea worden gesteld.

De bezoekersaantallen zitten nog in de lift en dat is onder meer te danken aan het eigentijdse karakter van het museum. De oude munten zijn er nog, maar ook kunnen bezoekers interactief leren over het witwassen van geld, valsificatie van geld en wordt er zelfs een ramkraak uitgebeeld in het museum.

Bezoekers wachten buiten
'40 procent van onze bezoekers is beneden de 18 jaar', zegt Buijs. 'We mogen maar 600 bezoekers tegelijk in ons museum ontvangen van de brandweer. De afgelopen dagen hebben we mensen buiten moeten laten wachten, omdat het vol was.'

Wat gaan die mensen straks missen? 'Uitleg over geld in de brede zin van het woord. Juist in een tijd van crisis is dat van groot belang. In het buitenland richten ze juist geldmusea op om die reden.' Wat er met het gebouw gebeurt, eigendom van de Koninklijke Nederlandse Munt, is nog onduidelijk.

Morgen drinken Buijs en haar 23 medewerkers een borrel om het verdriet te verzachten. 'Daarna is het museum dicht en gaan we tot 1 januari verder met ontmanteling en overdracht. Zo kunnen we elkaar toch nog een beetje opbeuren.'


In samenwerking met indebuurt Utrecht

Utrecht