Volledig scherm
© anp

Herinneringen aan die enorme klap in Culemborg

,,Er klonk zo'n ongelofelijke klap en het werd donker. Het was de tijd van de Golfoorlog. Ik weet nog dat de eerste gedachte was: toch niet hier?'', herinneren Cees (80) en vrouw Riek (79) Uittenboogaard zich 25 jaar later nog goed. Meteen daarna was hem wel duidelijk dat de enorme explosie en de ravage in en rond zijn boerderij niets te maken hadden met de strijd tegen Saddam Hoessein, maar alles met de vuurwerkfabriek aan de andere zijde van de Diefdijk.

Quote

Als er vuurwerk wordt afgestoken, komt alles terug

Cees Uittenboogaard

Daarmee was de vrees van de Uittenboogaards die zich van meet af aan tegen de vuurwerkfabriek verzetten, bewaarheid. ,,Mijn dochter zat op de voorzolder en is naar de achterkant van het huis geblazen. Wij hadden bezoek en zaten daarmee aan de keukentafel, net achter een muurtje. Dat is ons geluk geweest. Als we buiten hadden gelopen, waren we er waarschijnlijk niet meer geweest. Het erf lag vol met brokken beton en een stalen balk.

Dijk
Over de dijk geblazen, haalt Uittenboogaard zich zonder moeite voor de geest. ,,We werden uiteindelijk door  de Explosieven Opruimings Dienst van het erf gehaald. Ik wilde niet, laat me door niks en niemand wegjagen, maar ze zeiden dat er nog honderden kilo's kruit lagen. Toen ben ik toch maar meegegaan.''

Het is morgen precies 25 jaar geleden, maar volgens Riek gaat er geen dag voorbij dat ze er niet aan denken. Ze hebben het er allemaal goed van afgebracht. De totaal ontwrichte gevel is opnieuw opgebouwd, maar de schrik zit zo diep in het geheugen gekerfd, dat hij zich nog dagelijks laat gelden. Cees:  ,,En vooral als er vuurwerk afgestoken wordt. Dan komt het allemaal terug. Ze moeten daar sowieso een stokje voor steken.''

Klap
Op donderdag  14 februari  1991, vloog de Culemborgse  vuurwerkfabriek M.S. Vuurwerk met een daverende klap de lucht in. Eigenaar Henk Koolen, die wereldwijd faam genoot vanwege zijn vuurwerkshows, verloor er een dochter en schoonzoon bij. Van hen is nauwelijks iets teruggevonden. De oorzaak van de explosie is nooit vastgesteld. Deskundigen houden het erop dat een vonk door statische elektriciteit de vuurzee waarschijnlijk heeft ingeleid.

Aat Boeschoten (70) was met Koolen en een secretaresse in het kantoortje van de fabriek aan het werk, toen de klap viel. Waarschijnlijk beschut door de bunker in het complex kwamen zij er vrijwel ongedeerd vanaf. ,,Ik voel de klap nóg, als ik eraan terugdenk,'' zegt Boeschoten. ,,Het werd helemaal donker daarna. We zijn het terrein afgerend. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Om tien over half twaalf was het.''

Boeschoten zit nog altijd in het vuurwerk. Na de explosie verzochten Koolen en hij de gemeente Culemborg de fabriek te mogen herbouwen. Dat zat er niet in. De buurt en toen ook de gemeente Vianen verzetten zich daartegen. De vuurwerkmakers weken daarop uit naar het buitenland en lieten later hun oog vallen op de voormalige munitieopslag in fort 't Hemeltje bij Houten. Nadat Koolen in 1996 was overleden, maakte Boeschoten tot 2002 gebruik van die plek, totdat het Vuurwerkbesluit dat verhinderde. Het omvatte strenge regels naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede. Na het overlijden van Koolen zet Boeschoten de zaak voort.

Tot op de dag van vandaag kunnen bij zijn Star Fireworks in Culemborg  vuurwerkshows worden geboekt. ,,En ik hoop dat ik nog even heb om daarmee door te gaan,'' zegt de Culemborger. Schuldig zegt hij zich niet te voelen over wat 25 jaar geleden is gebeurd. ,,Ik begrijp de gevoelens, maar de vergunningen waren er. Het was op orde.'' Of hij die plek weer zou uitkiezen, als de regels het toelieten? ,,Nee, dat denk ik niet. Dan zijn er wel gunstigere locaties te bedenken.'' 

Dunbevolkt
De Culemborgse ontploffing zou negen jaar later qua impact worden overtroffen door de vuurwerkramp in Enschede waarbij 23 doden te betreuren waren. In Culemborg vielen er veel minder slachtoffers, doordat de fabriek in dunbevolkt gebied stond. De oostkant van de Diefdijk, waar de fabriek stond, was onbewoond. Aan de westzijde van de eeuwenoude waterkering, die precies de gemeentegrens vormt met Vianen, stond wel een reeks huizen en boerderijen, zoals die van de Uittenboogaards. Die raakten zwaar beschadigd. Onder de bewoners leeft nog altijd de gedachte dat Culemborg de fabriek moedwillig aan de rand van zijn gemeentegrens plaatste en daarbij voorbijging aan de belangen van de Vianers aan gene zijde van de dijk.

Loonwerker
Eén van hen was loonwerker Kees van Dijk wiens zoons op het moment van de klap aan het sleeën waren van de dijk. Het had die nacht flink gesneeuwd. Eric, toen 7 jaar, weet zich nog te herinneren dat het met wat klein vuurwerk begon, waarna zijn oudere broer hem  naar beneden trok aan de andere kant van de dijk. ,,Dat is ons geluk geweest.'' Zijn vader was op dat moment in Houten. ,,Ik werd gebeld door mijn vrouw, mobiele telefoons bestonden nog niet,  dat ik maar snel naar huis moest komen. Ik werd al bij de afslag van de snelweg tegengehouden, maar door het land ben ik toch thuisgekomen. Alles was kort en klein. Toen het gebeurde, zat mijn vrouw aardappels te schillen achter een muurtje. Dat is haar geluk geweest. Alles was doorzeefd met glas. Het dak van de stallen zag eruit of ze met een mitrailleur geschoten hadden. We hebben drie dagen nodig gehad om het dak tijdelijk te repareren.

Sergeant
Twee kilometer verderop, op fort Werk aan het Spoel, drinkt sergeant John Blokvoort een bakje koffie met zijn maten van de Explosieven Opruimings Dienst, die daar toen  gelegerd was. Hij is net teruggekeerd van een missie in Irak, waar hij grote hoeveelheden munitie en springstof onschadelijk maakte. ,,We zaten in een barak koffie te drinken, toen er een enorme dreun klonk. De gordijnen stonden strak langs het plafond. Het klonk zo dat ik echt dacht dat er een bombardement was. En ik was in Irak gewend geraakt aan heel zware explosies. Dit was wel iets. Daarna was de gedachte dat de munitie-opslagplaats van Defensie in fort Everdingen de lucht in was gegaan. We renden naar buiten en zagen direct de paddenstoelvormige wolk, zoals bij een atoombom.  Een collega zei: 'Dat is bij Koolen'. We zijn direct in de auto gesprongen. Halverwege zagen we de brokstukken nog neervallen. Een stalen dakspant lag een kilometer van de bunker vandaan in het weiland. Toen zijn we maar even een stukje achteruitgegaan. Even later, toen het rustig werd, zijn we naar die mensen gegaan en hebben ze uit hun huizen gehaald. Want we hoorden dat er in de bunker nog een paar honderd kilo zwart kruit zou liggen. Dat bleek later niet het geval.''

Strooptocht
In de weken na de knal stroopten militairen de omliggende weilanden af, op zoek naar brokstukken. Gespecialiseerde bedrijven kwamen in actie, toen na enkele weken bleek dat asbest was vrijgekomen. De omwonenden banjerden er al die tijd onbeschermd doorheen. Uiteindelijk werd ook het terrein van de vuurwerkfabriek gesaneerd, de ruïnes afgevoerd en de metersdiepe krater volgestort. Alleen de oude oorlogsbunker, die het hart van de vuurwerkfabriek vormde, had het geweld overleefd en bleef staan, als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Inmiddels overwoekerd door struikgewas staat hij er 25 jaar na dato onveranderd bij. Het terrein is nu in handen van een kleindochter en kleinzoon van Henk Koolen. Die laatste zegt de verhalen wel te kennen, maar er niet zo bij stil te staan. Of er plannen zijn met het terrein? ,,Daar hebben we nog niet zo'n idee van.'' Een vuurwerkfabriek misschien? ,,Nee, dat zeker niet.''

Het steekt de bewoners langs de Diefdijk nog altijd dat het terrein van de fabriek eerder was opgeruimd dan hun schade hersteld. De meesten waren zwaar gedupeerd. Velen leefden een halfjaar of langer in caravans, totdat hun huizen weer bewoonbaar waren. Dat ging niet vanzelf. Koolen was maar voor een miljoen gulden verzekerd, terwijl de schade vier-, vijfmaal zo hoog was. Sommige bewoners waren zelf goed verzekerd, andere niet. Enkele waren gedwongen huis of wat ervan over was, te verkopen, doordat ze het herstel zelf niet konden opbrengen.

In de knel
Anderen zagen jarenlang eigenhandig opknapwerk in één klap verloren gaan en raakten geestelijk in de knel, met een posttraumatisch stresssyndroom als gevolg. Uittenboogaard: ,,Wij waren wel goed verzekerd, maar ook hier vonden ze dat de gevel wel gewoon hersteld kon worden. Daar ben ik niet mee akkoord gegaan. Ik wilde niet elke dag, als ik vanaf de dijk mijn erf oprijd, worden herinnerd aan die gebeurtenis. Ik weet nog dat we al op de dag van de explosie  werden benaderd door allerlei verzekeringsmensen. ,,Er was er één bij die zei 'laat mij nou je zaak vertegenwoordigen, anders klemmen je deuren over 25 jaar nog.' We hebben dat niet gedaan, maar hij heeft wel gelijk gekregen: de deur naar de woonkamer klemt nog steeds.''  

Met medewerking van Bram van Schaik.

In samenwerking met indebuurt Utrecht

Utrecht