Volledig scherm
Ingmar Heytze © PR

Ingmar kan iedereen een paar dagen in een klooster aanraden

Het leven kan soms een zware last zijn. Voor Ingmar Heytze is het leven hem het grootste deel van de tijd te veel. Een retraite kan dan een oplossing zijn. Ingmar vindt zijn retraite in een voormalig klooster in Maarssen.

Er zijn mensen die zeggen: het wordt me soms allemaal te veel. Dat zijn de gelukkigen. Ik ben van het andere kamp, dat waarschijnlijk groter is: het leven is mij het grootste deel van de tijd te veel, maar soms gaat het wel. Mijn vrouw, die in hoofdzaak verantwoordelijk is voor de momenten waarin het wel gaat, vindt dat ik eens naar een klooster zou moeten. Gewoon, een paar dagen rust, reinheid en regelmaat, zonder te veel prikkels.

Nu ik hier zit lijkt me dat wel wat. Hier, dat is Buitenplaats Doornburgh in Maarssen, waar ik, vanuit uw perspectief tenminste, donderdagmiddag zit te schrijven in een ruimte die de Huiskamer heet. Dat is een vrij bescheiden naam voor een lokaal waar mijn huis minstens twee keer in past. Ik zit tussen het meubilair van de zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf, die hier tot drie jaar geleden woonden. Daarna werd het officieel ontwijd, zodat het inmiddels voor profaan gebruik geschikt is. Dat komt goed uit, want ik ga hier straks een nieuw gedicht voorlezen en daarna gaan we, vermoed ik, met zijn allen een paar borrels drinken.

Het voormalige klooster is ontworpen door Dom Hans van der Laan en zijn leerling Jan de Jong, en het is een wonderbaarlijk gebouw. Als Utrechter kun je haast niet anders dan af en toe in een klooster belanden, maar dat komt omdat Utrecht ooit voornamelijk bestónd uit kloosters. In een oud klooster kun je het ontzagwekkende raadsel van de tijd voelen, maar ondertussen ben je al lang blij dat je niet plotseling op een Kruistocht in Spijkerbroek-achtige manier in de Middeleeuwen belandt, waar je overal je hoofd stoot, een groot deel van je leven in het schemerdonker doorbrengt en ten slotte sterft aan de Zwarte Dood of een ordinaire blindedarmontsteking.

Dit klooster dateert uit de jaren zestig en het is mooi en lelijk tegelijk. Het is ontzettend groot, hoog en leeg, het is goeddeels opgetrokken uit hout en beton, alles is hard en zwaar en zo volkomen ontdaan van gezellige prulletjes, dingetjes en spulletjes dat Marie Kondo direct rechtsomkeert zou maken. Je bent hier alleen met jezelf, in stille ruimtes, dwalend door lange gangen waarin het licht in strakke banen door de ramen valt als een zonnewijzer. Het heeft een wonderbaarlijk rustgevende werking - het is werkelijk zen, maar dan zonder Happinez-achtige aanstellerij.

Ik wilde dat ik hier kon blijven wonen, maar eigenlijk hoeft dat niet. Als ik mijn ogen dichtdoe loop ik hier alleen rond, het licht achterna, door die prachtige gangen en de binnentuin in bloei.

In samenwerking met indebuurt Utrecht

Utrecht