Volledig scherm
© ANP

Maarten Dallinga wint essaywedstrijd over vrijheid

4 en 5 meiOnder het motto 'Vrijheid spreek je af' riepen het Nationaal Comité 4 en 5 mei, de Universiteit Utrecht en het AD Utrechtse jongeren op in een essay hun visie te geven op het thema vrijheid. Maarten Dallinga (25), student sociologie, schreef het winnende essay, met een heel persoonlijk verhaal. 'Het is een peulenschil om onze vrijheid te ontrafelen', zegt hij.

Naast Maarten Dallinga kregen Frank Moerenhout en Resie Hoeijmakers van de jury een eervolle vermelding met hun essays.

Het verzet is nog steeds broodnodig, Maarten Dallinga
Ons land werd bijna zeventig jaar geleden bevrijd, maar vrij zijn we nog altijd niet. Nieuwe verzetsstrijders, sta op.     
       
Duizenden mensen, stuk voor stuk, hebben hun blik omhoog gericht. Witte, groene, paarse kriebeltjes, ze vliegen door de lucht, gaan hoger en hoger, alle kanten op. Vuurwerk.

Ik dacht er de laatste dagen veel aan, maar slaagde er maar niet in om een sluitend antwoord te vinden: wat is nou vrijheid? Maar nu heb ik het: dít is vrijheid. Dat je kunt gaan waar je wilt gaan én dat niemand je dat belet en niemand schamper over je spreekt,  of erger dan dat. Zoals die kriebeltjes licht hun gang kunnen gaan, dát is vrijheid.       

Op die vergelijking kwam ik tijdens de vuurwerkshow op het dak van de A2, het slotstuk van het openingsspektakel van de viering van driehonderd jaar Vrede van Utrecht.

Het wordt een bijzonder jaar in Utrecht, een feestjaar. We vieren dat we vrij zijn. En dat doet heel het land op 5 mei. Maar zijn we eigenlijk wel vrij?  

Juli 2010. Ik vier mijn verjaardag, samen met een vriend en mijn toenmalige partner. We lopen richting een homokroeg. Twee jongens blijken ons te hebben gevolgd en komen steeds dichterbij. Ze fluisteren wat met elkaar en roepen dan dat we naar ze hebben gekeken. "Vuile flikkers!" Mijn hart slaat op hol - nu, tijdens het schrijven, opnieuw. Ze beginnen ons te duwen, aan ons te trekken. Eén van de twee duwt me tegen een gevel aan en drukt iets tegen mijn buik, ik kan niet goed zien wat het is, maar het lijkt een mes te zijn. Zó hard blijkt mijn hart dus te kunnen kloppen. Het zijn de traagste seconden van mijn leven. Mijn vriend slaagt erin mij het café in te trekken en de politie wordt gealarmeerd, maar de jongens zijn al gevlogen. Ik durfde hierna een halfjaar lang 's avonds de straat niet op.  

Dit incident staat niet op zichzelf. Zeven op de tien homoseksuelen in Nederland krijgt in zijn leven te maken met fysiek of verbaal geweld vanwege z'n identiteit. We willen zo graag in onze vrijheid geloven, maar de vrijheid die wij zien is een fata morgana.

Denk bijvoorbeeld ook eens aan het feit dat bijna dertig procent van de kinderen uit de hoogste klassen van de basisschool, structureel wordt gepest. En dat allochtonen massaal worden gediscrimineerd door uitzendbureaus. Het is een peulenschil om de mythe van 'onze vrijheid' te ontrafelen.

Toch sluiten we er liever onze ogen voor: dat onder het vlies van de ogenschijnlijke vrijheid, een werkelijkheid schuilgaat waarin onverdraagzaamheid aan de orde van de dag is. Zo is de homo-acceptatie toch al lang voltooid? Misschien bevalt de realiteit ons niet. Maar laconiciteit is een gevaarlijke vijand.  

Ja, we hebben 5 mei iets te vieren. Want 'de oorlog' is voorbij. Maar werkelijke vrijheid is meer dan vrede, verdragen brengen nog geen vrijheid. Van vrijheid is pas echt sprake wanneer iedereen in ons land de ander bejegent zoals hijzelf bejegend zou willen worden. Een utopisch doel, maar veel dichter te naderen dan waar we nu staan.  

'De oorlog' eindigde 68 jaar geleden. Nu is het 2013 en zijn er in Nederland nog altijd mensen die, enkel om hun zijn, anders worden behandeld. Daarom mogen we niet indutten, de strijd voor vrijheid is nooit voltooid. Er is verzet geboden, nog steeds. Door professionals, maar vooral ook door u en mij, tijdens het leven van alledag. Spreek mensen aan op intolerantie, inclusief uzelf, onderteken petities, doe iets. Er is al veel bereikt, er kan nog meer. Laten we een voorbeeld nemen aan onze opa's en oma's, de verzetsstrijders; een betere manier om ze te eren is er niet.

Vrede is solidariteit en solidariteit is vrijheid, Frank Moerenhout
'De wereldvrede kan slechts worden bewaard door inspanning van alle positieve krachten welke hem tegen de dreigende gevaren kunnen beschermen.' Deze gevleugelde uitspraak van Robert Schuman uit 1950 lag aan de basis van de Europese samenwerking. Een samenwerking die voor zijn tijd allerminst voor de hand lag. Europa lag in puin na de Tweede Wereldoorlog en de gevoelens van verbondenheid met het recent verslagen Duitsland waren zeker niet sterk. Het is echter te danken aan visionairen als Schuman dat rivaliteit tussen de twee Europese grootmachten beëindigd werd. Zij waren de stille helden die de erfenis van Napoleon, Bismarck en Hitler voorgoed naar de geschiedenisboeken verbanden.

De wil die Schuman en de zijnen bezaten om Europa te redden van de vernietigende krachten van haar eigen wraakzucht lag in het inzicht van de gedeelde toekomst. Hoewel het leed van de eigen generatie groot was, beseften de grondleggers van de Europese gemeenschap dat de werkelijke overwinning die zij konden behalen enkel hun kinderen toe zou komen. Solidariteit met hun kinderen was Europese solidariteit. Het minste wat zij de toekomst konden bieden, was het voorkomen van het leed dat zij en hun eigen ouders in 1914 hadden geleden. De kracht die zij hadden om over hun eigen schaduw heen te stappen, is de basis van het welzijn van mijn generatie in 2013. De vraag of het anders was geweest zal nooit beantwoord worden, maar deze was voor hen ook niet relevant. Er moest een verdrag komen dat ruimte bood voor de toekomst en zij zouden niet wachten tot het te laat was.

Onmisbaar in het verhaal van de Europese samenwerking is de vrijheid die Europa gekregen heeft om zichzelf op te bouwen. Deze vrijheid werd gegarandeerd door de NAVO en zoals de Europese samenwerking een teken van solidariteit was, was de NAVO dit ook. Onder de beschermende paraplu van de Verenigde Staten werden de welvaartsstaten opgebouwd die mijn generatie en die van mijn ouders een kans gaven op een beter leven. Zo bood de solidariteit van de Amerikanen ons de vrijheid om ons land zo in te richten dat iedereen er de garantie had op een veilig en welvarend bestaan. Het morele leiderschap dat de Verenigde Staten destijds op zich genomen hebben, was al aan het einde van de Tweede Wereldoorlog vastgelegd in de Bretton Woods akkoorden die de basis hebben gelegd voor de internationale instituties van de Verenigde Naties en het Internationaal Monetair Fonds. De realiteit van vandaag de dag is echter dat deze last hen te zwaar is geworden en de wereld toe is aan een nieuwe wereldorde.

Zoals Europa aan het einde van de Tweede Wereldoorlog niet meer het Europa was van de Volkenbond, zo is de huidige wereld na het vallen van de Muur en de globaliseringsgolf die erop volgde niet meer de wereld van Bretton Woods. De wereld vraagt om moreel leiderschap zoals dit ooit getoond werd door Schuman en Roosevelt. Er moeten verdragen gesloten worden die daadwerkelijk ingegeven zijn door solidariteit en het besef van een gedeelde toekomst. Instituties als de NAVO, de VN en het IMF dienen meer ruimte te maken voor opkomende landen in Azië, Latijns-Amerika en Afrika. Als deze ruimte hen niet geboden wordt, zullen zij hem uiteindelijk zelf wel opeisen. Voorts zullen de noordelijke Europese leiders oprecht solidair moeten zijn met de zuidelijke Europese landen. Een gezamenlijke schuld voor de Eurozone is de enige gezamenlijke toekomst.

De wereld van nu vraagt om visionairen die over hun schaduw heen kunnen stappen, want achter deze schaduw staan wij, de generatie die een wereld van vrede en vrijheid wil.

Voorbij de Mexican stand-off, Resie Hoeijmakers
De camera spint rond. Drie gezichten. Drie paar ogen in close-up. Grimmige gezichten en samengeknepen ogen. Welkom in wat gerust een klassieke filmscène genoemd mag worden, welkom in de ontknoping van The Good, the Bad and the Ugly van Sergio Leone. De drie cowboys blijven elkaar aanstaren. Ze zijn terecht gekomen in een zogenaamde 'Mexican stand-off': allen hebben ze hun hand bij hun holster; allen weten ze dat het menis is; allen peilen ze de ander. Maar geen van allen weet wat er gaat gebeuren. Wie trekt als eerste zijn wapen? Wie neemt wie op de korrel? Het is de opmaat tot een episch staaltje psychologische oorlogvoering door drie mannen onder hoogspanning. Drie mannen, drie wapens en een onzekere uitkomst.

Hoewel zonder de indringende close-ups en de aanzwellende muziek is deze Mexican stand-off voor ons een alledaags verschijnsel: het tekent de opmaak van de politieke geografie. Altijd houden naties elkaar in de gaten, altijd zijn ze klaar om naar de wapenen te grijpen en nooit weet iemand op voorhand wie er op welk moment in actie schiet. Met het aanbreken van het atoomtijdperk bereikt deze politieke Mexican stand-off zijn hoogtepunt. Nu ligt de lat zo hoog dat er geen enkele tijd voor bezinning meer is. Wanneer één partij naar zijn wapen reikt rest er hoe dan ook totale vernietiging. Met de koude oorlog nog vers in het geheugen zal de hoogspanning duidelijk zijn.

De ontzenuwing van deze padstelling start met verdragen. Verregaande afspraken halen de angel uit potentiële conflicten en scheppen orde en duidelijkheid. Naties weten nu wat er van elkaar verwacht wordt en staan vrij elkaar hier op aan te spreken. Maar kunnen we dit zien als vrede? Een verdrag trekt een streep in het zand: tot hier en niet verder. Het verduidelijkt wanneer er sprake is van een provocatie, wanneer de ander met zijn hand steeds dichter naar zijn holster gaat. Zo blijven naties elkaar aanstaren, elkaar nauwlettend volgen naar de letter van het verdrag.

Dit verandert echter niets aan het beeld dat van elkaar bestaat. In de film staan de mannen bekend als 'the Good', 'the Bad' en 'the Ugly', namen die de hen al bij voorbaat lijnrecht tegenover elkaar plaatsen. Helaas is het in de werkelijke wereld niet anders. De Tweede Wereldoorlog is beëindigd met een reeks verdragen om de orde en helderheid te herstellen. De harde lijnen werden weer in het zand getrokken en officieel was het vrede. Maar dit neemt niet weg dat het contact met onze Oosterburen nog lange tijd onder druk gestaan heeft. Aan de frase 'de Duitsers' heeft nog lang een negatieve connotatie gekleefd, misschien nog steeds wel. Dit plaatst ons dan ook als naties lijnrecht tegenover elkaar. Het maakt dat we met de verdragen in de hand gespitst zijn op 'goed' en 'fout'; op ieder teken van provocatie. Feitelijk slechts een schijnvrede.

Vandaar dat verdragen niets dan een eerste stap richting vrede zijn. Pas wanneer deze beeldvorming overstegen wordt, pas wanneer we niet verzanden in de kortzichtigheid van de kleine lettertjes van het verdrag, dan komen we verder. Wanneer we elkaar als cowboys diep in de ogen blijven staren zullen we nooit oog hebben voor het geheel. Nooit zullen we de ander dan in zijn totaliteit zien, nooit zien wie we werkelijk tegenover ons hebben. Het vergt moed om je blik te durven verruimen. Maar deze moed is nodig om uiteindelijk onze wapenriem definitief af te durven leggen zodat we de ander werkelijk de hand kunnen reiken. En het is pas dan dat we echt van vrede kunnen spreken.

  1. De hits Never Alone en Dreams werden door deze broers bedacht op een zolderkamertje in Zuilen
    PREMIUM
    2brothersonthe4thfloor

    De hits Never Alone en Dreams werden door deze broers bedacht op een zolderka­mer­tje in Zuilen

    Met Never Alone en Dreams bestormden de Utrechtse broertjes Bobby en Martin Boer uit Zuilen 25 jaar geleden wereldwijd de hitlijsten. Het sprookje begon op de vierde verdieping van een portiekflat aan de Boelesteinlaan bij moeder thuis. Daar knutselden Bobby en Martin dag en nacht aan muziek. Plakken en knippen, net zo lang tot het lekker klonk. Een kwart eeuw later worden de 2 Brothers on the 4th Floor, met ruim 20 miljoen verkochte platen, maandelijks nog 500.000 keer via Spotify gedraaid. De act staat weer wekelijks op festivals. ,,Het sprookje gaat door.’’

In samenwerking met indebuurt Utrecht

Utrecht