Utrechtse politiek hevig verdeeld over loting sociale huurhuizen: ‘Een woning is geen lot uit de loterij’
Moeten er meer of minder sociale woningen in Utrecht worden verloot om woningzoekenden te helpen? Waar de lotingsregeling voor de een zijn kansen op een woning vergroot (starters en nieuwkomers) heeft die voor de ander juist nadelige gevolgen: Utrechters die al langer op de wachtlijst staan. Volgende week hakt een tot op het bot verdeelde gemeenteraad de knoop door.
Hoe langer je ingeschreven staat bij Woningnet, hoe groter de kans op een huurwoning. Want het grootste deel van het vrijkomende aanbod aan sociale huurhuizen wordt in Utrecht simpelweg verdeeld op basis van de inschrijfduur. Maar dan moet je wel geduld hebben: de gemiddelde wachttijd voor een woning bedraagt nu zo’n twaalf jaar.
Onevenredig nadelig
De afgelopen jaren mochten de woningbouwcorporaties maximaal 20 procent van de woningen verloten (in de praktijk was dat 17 procent). De gemeente stelt nu voor om dit maximum te verlagen naar 10 procent. Het belangrijkste argument om dat te doen is omdat loting ‘onevenredig nadelig’ zou uitpakken voor de Utrechters die te kampen hebben met relatief lange wachttijden.
Oftewel, voor iedere woningzoekenden die via loting aan een woning komt, wordt iemand die mogelijk al veel langer op de wachtlijst staat gepasseerd. Oneerlijk, zo oordeelde vorig jaar een meerderheid van de gemeenteraad. En dus werd de wethouder opgedragen met een voorstel te komen om de te verloten woningen naar 10 procent terug te brengen.