Volledig scherm
Foto ter illustratie. © ANP

Veenendaal: vuurwerkvrije zones werken niet

Vuurwerkvrije zones in Veenendaal hebben weinig zin. Dat is de conclusie van een onderzoek in opdracht van de gemeenteraad.

In juli dit jaar vroeg de gemeenteraad naar een onderzoek of vuurwerkvrije zones haalbaar zijn in Veenendaal. Het ging dan om een vuurwerkverbod bij verzorg- en verpleeghuizen, kerken, fietstunnels en kinderboerderijen. Dat onderzoek is nu klaar. De conclusie: een vuurwerkverbod gaat niet gaat werken. Of de gemeenteraad dat ook vindt, moet in december blijken. 

Maar waarom is het dan moeilijk om vuurwerkvrije zones in Veenendaal in te voeren? 'Veenendaal is dusdanig dicht op elkaar gebouwd dat het moeilijk te bepalen is hoe groot een zone zou moeten zijn om bij verpleeg- en verzorgingstehuizen geen vuurwerkoverlast meer te ervaren', laten B en W weten in de memo aan de raad. Daarmee zou je het risico lopen dat Veenendalers binnen die zone geen vuurwerk af kunnen steken in hun eigen tuin. 

Kosten

Veenendaal voert nog een reden op om niet te beginnen aan vuurwerkvrije zones: dan zou er in elke zone in de nacht van oud en nieuw permanent een toezichthouder aanwezig moeten zijn. De kosten van deze maatregelen wegen niet op tegen de baten, is een van de conclusies. De politie is ook geen voorstander van vuurwerkvrije zones.

Veenendaal experimenteerde de afgelopen oud en nieuw met een vuurwerkdetectiesysteem. Volgens de memo betreft de jaarlijkse vuurwerkschade in Veenendaal rond de 20.000 euro. Dat weegt niet op tegen de kosten van extra handhaving en de aanschaf van een vuurwerkdetectiesysteem. Dat kost namelijk evenveel, aldus het onderzoek. 

Vuurwerkshow

De raad had ook nog gevraagd om te onderzoeken of een vuurwerkshow een goed alternatief is. Volgens B en W is in 2008 al eens 20.000 euro beschikbaar gesteld voor onder andere een proef met een vuurwerkshow. „Helaas bleek deze show (kosten 10.000 euro) in de praktijk geen enkel effect te hebben op het schadebedrag en slechts een handjevol toeschouwers op de been te brengen.”

In samenwerking met indebuurt Utrecht

Utrecht